Gepost op 2018-04-11

Sociaal wonen is de oplossing, niet het probleem

Op 4 april 2018 pleitte Els Ampe (Open VLD) voor het stoppen met bouwen van sociale woningen in Brussel. Al snel kwam een discussie op gang over de noodzaak aan meer sociaal wonen. Niet alleen in Brussel, maar ook in Vlaanderen. De pers liet daarna verschillende lokale besturen aan het woord over hun nood aan sociale woningen.


Joy Verstichele, coördinator van het Vlaams Huurdersplatform schreef daarop volgend een opiniestuk waarin hij pleit voor meer sociaal wonen in plaats van minder. Hij haalt aan dat sociale woningen helemaal geen armoede aantrekken. Integendeel, waarom zou iemand naar een plek verhuizen in de hoop op een sociale woning wanneer daar ellenlange wachtlijsten zijn? Sociaal wonen zorgt daarentegen voor een betaalbare woonoplossing voor vooral mensen die nu al in de stad wonen.


De conclusie is dat er juist veel meer sociaal wonen nodig is. Zoniet dreigt de wooncrisis nog verder aan te wakkeren.

 

Lees hier het opiniestuk op de website van De Standaard of lees het hieronder:

 

Nee, sociale woningen trekken armoede niet aan

 
Joy Verstichele verbaast zich over de kwalijke reputatie die sociale woningbouw plots krijgt toegedicht. Was betaalbaar wonen niet juist een uitweg uit de armoede?

 
De afgelopen dagen laaide het debat over de wenselijkheid van sociaal wonen opnieuw op. Volgens schepen Els Ampe (Open VLD) zijn er in Brussel al voldoende sociale woningen. Ook enkele Vlaamse gemeenten en steden staan huiverachtig tegenover meer sociale woningen (DS 5 april). De redenering is dat meer sociale woningen ook meer armoede aantrekken. Zou het?
Mensen in armoede komen heus niet van heinde en verre om op die ellenlange wachtlijst voor een sociale woning te kunnen staan. De mensen die niet op eigen kracht in een woonoplossing kunnen voorzien, zijn er nu al. Ze wonen in vochtige appartementen, vervallen woningen en veel te kleine studio’s, waar ze zich blauw betalen aan huur. Steeds meer huurders nemen gedwongen hun toevlucht tot het grijze of illegale wooncircuit. De wooncrisis is totaal. Nochtans bestaat er in België zoiets als het recht op wonen. Dan heb je als lokaal bestuur de keuze: je neemt je verantwoordelijkheid of je pleegt schuldig verzuim.

Druk op private huurmarkt

De private huurmarkt zomaar haar gang laten gaan, is in elk geval geen optie. Nergens in Europa slaagt de private markt erin om betaalbaarheid en woningkwaliteit voor alle huurders te combineren met rendement voor de verhuurder zonder overheidstussenkomst. Er is altijd een segment waar dit onmogelijk blijkt. In Vlaanderen komt dit scherp naar voren. Uit het Groot Woononderzoek blijkt dat 30 procent van de private huurders na het betalen van de huur te weinig overhoudt om menswaardig te leven. Bovendien besteedt de helft van alle private huurders meer dan één derde van zijn inkomen aan huur en komen zowat 240.000 Vlaamse huishoudens in aanmerking om sociaal te huren.
Mensen in armoede komen heus niet van heinde en verre om op de wachtlijst voor een sociale woning te kunnen staan, ze zijn er nu al
Alles wijst erop dat de woonbehoefte in Brussel zo mogelijk nog groter is, maar uitgebreid wetenschappelijk onderzoek ontbreekt. Wel weten we dat in Brussel het aantal kandidaten voor een sociale huurwoning jaar na jaar stijgt en nu goed is voor 48.804 gezinnen, terwijl het bestaand aanbod aan sociale huurwoningen ongeveer 40.000 woningen bedraagt.
Els Ampe lijkt er toch van uit te gaan dat de private huurmarkt de problemen wel zal oplossen. De redenering wordt nog krommer wanneer ze beweert dat ‘de privémarkt zwaar onder druk staat door de sociale woningen’ (DS 4 april). Het tegendeel is waar. Sociale woningen bieden net een antwoord voor die huurders die de private huurmarkt niet kan bedienen. Een reden te meer om ambitieuzer in de sociale huurmarkt te investeren.
De grote verdienste van sociaal wonen is dat er een betaalbaar en kwaliteitsvol aanbod met woonzekerheid wordt ontwikkeld voor hen die daar nood aan hebben. Dankzij een objectief toewijzingssysteem worden ook selectie- en discriminatie-effecten uitgeschakeld. Een bekend recept, dat duidelijk vruchten afwerpt.
Behalve effectief is het ook efficiënt, blijkt uit onderzoek van het Steunpunt Wonen. De subsidies binnen de sociale huursector komen in sterke mate terecht bij de laagste inkomens. Doordat de te betalen huurprijs gelinkt is aan het inkomen, neemt de subsidie logischerwijs ook af naarmate het inkomen toeneemt. Het onderzoek concludeert dat het sociaal huursysteem in grote mate doeltreffend subsidies richt op de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden.

Meer sociaal wonen

Vergeleken met onze buurlanden hebben we een klein aandeel sociale huisvesting. Met gemiddeld 6,7 procent in Vlaanderen en 7,3 procent in Brussel hebben we nog een grote inhaalbeweging te maken. In Vlaanderen hebben we momenteel een groeipad voor sociale woningen dat gebaseerd is op gegevens van eind 2007. Met de huidige demografische evoluties wordt geen rekening gehouden, waardoor het aantal sociale woningen wel zal stijgen, maar het aandeel niet. Een vernieuwd en ambitieuzer groeipad dringt zich op. Dat is ook betaalbaar.
Uit onderzoek van Kristof Heylen (Hiva) blijkt dat 84 procent van de Vlaamse woonsubsidies naar eigenaars stroomt, tegenover 14 procent naar de sociale huur en 2 procent naar de private huur. Nochtans gaan net op de huurmarkt alle cijfers diep in het rood. Een beleid dat minstens evenveel budget investeert in huur als in eigendomsverwerving, is dus essentieel. De heroriëntering van de prijsopdrijvende en bijna nutteloze woonbonus naar de sociale en private huurmarkt is daarin een eerste en noodzakelijke stap.
De aandacht en middelen moeten gaan naar wie het moeilijk heeft op de woonmarkt. Dat moet de fundamentele doelstelling van elk woonbeleid zijn. Een bouwstop voor sociale woningen is de perfecte manier om de wooncrisis nog verder aan te wakkeren.