Coronahuurvraag: Mijn opzeg loopt en één van de komende maanden moet ik de huurwoning verlaten

Gepost op 2020-03-20
Wij kregen op 1 januari onze huuropzeg van zes maanden omdat de eigenaars zelf in de woning komen wonen. Wij hebben tot nu toe geen andere geschikte woning gevonden. Door het Coronavirus durven wij geen huisbezoeken meer doen. Kan de opzegtermijn door de omstandigheden van het Coronavirus verlengd worden?

ANTWOORD (update 27/03/2020)
Wij gaan er vanuit dat het een opzegging betreft van een negenjarige woninghuurovereenkomst met zes maanden die normaal eindigt op 30 juni 2020. Puur ter informatie geven we je mee dat een huurder bij een tussentijdse opzegging door de verhuurder van een negenjarige huurovereenkomst, deze steeds zonder vergoeding kan tegenopzeggen met 1 maand.

U kunt via email (dit hoeft niet langer via aangetekende brief) vragen om een verlenging wegens buitengewone omstandigheden (artikel 11 Woninghuurwet of artikel 24 Woninghuurdecreet) voor bijvoorbeeld 2 of 3 maanden en minstens voor de periode dat de crisismaatregelen tegen de Coronavirus besmetting lopen. Doe dit best nu al, zodat de verhuurders zich ook op het uitstel van hun verhuis kunnen organiseren. Komen jullie tot een akkoord, zet dit dan best op papier met handtekening van beide partijen of minstens via uitwisseling van mails van het ondubbelzinnig akkoord.
Hou deze mail en een eventueel antwoord door de verhuurder goed bij en druk ze bij voorkeur af om je later een bewijs te bezorgen mocht dit nodig worden.

Wanneer je dit verzoek hebt verzonden, kan de verhuurder akkoord gaan of dit weigeren. Bij weigering dien je je tot de vrederechter te wenden, waarbij de vrederechter rekening houdend met de belangen van beide partijen, zal beslissen. Dit doe je best via het neerleggen van een verzoekschrift (aan te raden met tussenkomst van een advocaat), waarin je meteen de argumentatie in een notendop meegeeft.

Maar het is eigenlijk aan de verhuurder om naar de vrederechter te stappen en te eisen dat de opzegging geldig wordt verklaard, zodat hij als verhuurder gemachtigd wordt om bij het einde van de huur de huurder uit de woning te zetten. Desnoods met behulp van de politie. U kunt dan echter als huurder een tegenvordering formuleren waarbij u een gematigd uitstel vraagt. Het is de vrederechter die de belangen van beide partijen moet afwegen en dan zal beslissen over een verlenging of het einde van de huur. Als de verhuurder opzegt voor eigen bewoning weegt het belang van de verhuurder doorgaans iets zwaarder. Indien de huurder of verhuurder een hogere leeftijd heeft, kan de rechter hier eveneens mee rekening houden bij de afweging van belangen. Soms duurt deze procedure een tijdje, maar gedurende die tijd kunt u wel in de woning blijven.

Weet dat u als huurder enkel uit de huurwoning kunt worden gezet als de vrederechter dat in een uitvoerbaar vonnis beslist. Maar zelfs indien de vrederechter een vonnis zou vellen waarin hij u geen verlenging toestaat, dan nog zal u binnen korte tijd niet uit de woning worden gezet. Uithuiszettingen tijdens de periode van de federale beschermingsmaatregelen tegen het Corona-virus worden namelijk opgeschort en dus niet uitgevoerd.

We geven ook graag mee dat de huurdersbonden aan de minister van wonen en de Vlaamse regering een wettelijke verlenging van drie maanden hadden gevraagd voor huurovereenkomsten die binnenkort eindigen. De Vlaamse regering besliste op voorstel van minister van Wonen Matthias Diependaele echter om hier niet op in te gaan. Het Vlaams huurdersplatform en de huurdersbonden betreuren dat de Vlaamse regering de huurders in de kou laat en overlevert aan al dan niet succesvolle onderhandelingen en afspraken met de verhuurders.
Eerder hebben we reeds aangedrongen om gerechtelijke uithuiszettingen op te schorten voor de periode van de Coronacrisis, met succes.

Heeft u nog vragen, aarzel dan niet om contact te nemen met uw huurdersbond.