In 2022 legden verschillende organisaties het nieuwe toewijzingssysteem in de sociale huur voor aan de Raad van State. De organisaties waren van mening dat de nieuwe manier van toewijzen de toegang tot sociale woningen zou bemoeilijken voor de meest kwetsbare kandidaat-huurders met de grootste woonnood.
De Raad van State sprak zich uit 24 oktober 2025 en zag geen reden om het toewijzingssysteem te vernietigen. De Raad stelt dat de verstrengde lokale bindingsvoorwaarde vanuit juridisch oogpunt niet problematisch is, maar dat er wel beleidskritiek op geformuleerd kan worden. Over de daling van het aandeel toewijzingen aan huishoudens met de hoogste woonnood, sprak de Raad zich tot onze verbazing niet uit.
In de praktijk stellen we vast dat het toewijzingssysteem weinig transparant is, effectiever en efficiënter kan. De betrokken organisaties verwelkomen dan ook het evaluatieonderzoek dat door het Steunpunt Wonen wordt uitgevoerd.
Afgelopen vrijdag klopte de Vlaamse Regering een nieuw groeipad af voor meer sociale woningen. Tegen 2042, binnen 17 jaar, moeten alle Vlaamse gemeenten samen 45.000 extra sociale woningen bouwen. Ze krijgen elk een aantal opgelegd, dat herverdeeld kan worden binnen het werkingsgebied van de woonmaatschappij die daar actief is. Er kunnen nog tot 11.000 extra sociale woningen gebouwd worden door gemeenten die meer willen doen dan het minimale. Dat betekent dat er tegen 2042 maximaal 56.000 extra sociale woningen kunnen bijkomen.
Te laat en te weinig
Het was lang wachten op een nieuw groeipad voor sociale woningen. Er kwamen de afgelopen jaren amper sociale woningen bij, en de vorige minister van Wonen, Matthias Diependaele, liet na om een nieuwe langetermijndoelstelling te bepalen. Terwijl iedereen weet: een sociale woning staat er niet van vandaag op morgen. Een doorlooptijd van minder dan drie jaar is zo goed als ondenkbaar. Dat de Vlaamse Regering nu pas een nieuw groeipad besliste, is dus jaren te laat.
Dat het toch gelukt is, klinkt bijna als een overwinning. Maar moeten we werkelijk blij zijn met een groeipad dat uitblinkt in gebrek aan ambitie? Amper een kwart van de Vlaamse huishoudens die vandaag op de wachtlijst staat voor een sociale woning zal tegen 2042 geholpen zijn. Dat staat haaks op de recente veroordeling van het Vlaamse woonbeleid door het Europees Comité voor Sociale Rechten én op het Woonbeleidsplan 2050, dat betaalbaar wonen voor élk Vlaams huishouden belooft.
De lat ligt zo laag dat je niet eens hoeft te springen om erover te kunnen. En dat is pijnlijk, want dat gebrek aan ambitie straalt af op de vele lokale besturen die de nieuwe opgelegde doelstellingen niet als een minimum, maar als een maximum zullen lezen.
Wonen op papier
In 2009 werd al beslist om 50.000 sociale woningen extra te bouwen tegen 2020. Die deadline werd twee keer uitgesteld, uiteindelijk tot december 2025. Vandaag blijkt dat meer dan 10.000 van die geplande sociale woningen niet gerealiseerd werden.
Een belangrijke oorzaak: gemeenten werden niet gesanctioneerd wanneer ze hun doelstellingen niet haalden. Het ‘bindend’ sociaal objectief bleek in werkelijkheid helemaal niet bindend. Dat wordt nu gelukkig anders, want er komt een boete voor gemeenten die geen zin hebben om meer sociale woningen te bouwen. Een goede zaak, zeker omdat die boetes rechtstreeks in de vorm van een huurpremie vloeien naar mensen die daardoor langer moeten wachten op een sociale woning. Maar de vraag blijft: zijn die boetes hoog genoeg om het verschil te maken?
Aanpassing financieringssysteem?
Een andere reden, vaak aangehaald door woonmaatschappijen, is dat hun financiering ontoereikend is. Daardoor zijn ze minder geneigd om volop in te zetten op maximale groei. We hebben nood aan stabiele en financieel sterke woonmaatschappijen, dus juichen we toe dat de Vlaamse Regering besliste om meer tussen te komen in de financiering van hun leningen. Alleen betekent dit dat er met hetzelfde budget minder sociale woningen kunnen worden gebouwd. Tegelijk moeten nieuwe sociale huurders straks hogere huurprijzen te betalen wat hun armoederisico dreigt te vergroten. De precieze uitwerking is nog onduidelijk, maar deze zogenaamde oplossing dreigt zo vooral een nieuw probleem te creëren.
Waar moeten die woningen komen?
Maar ook gronden zijn schaars, wat een rem kan zetten op nieuwe ontwikkelingen. We pleiten daarom al langer voor een aanpak waarbij in grotere private ontwikkelingen een verplicht aandeel sociale woningen worden opgelegd. Minister Depraetere kondigde in haar beleidsverklaring een robuust en juridisch sluitend kader aan dat kan worden ingezet door gemeenten die daar gebruik van willen maken. Maar opvallend genoeg zweeg ze daar afgelopen weekend over.
Imago
Minder stil was de minister over de verstrenging van de taal- en werkvoorwaarde. Net als haar voorgangers laat ze blijkbaar geen kans onbenut om te wijzen op plichten van sociale huurders en kandidaat-huurders die losstaan van de woonbehoefte. Dat draagt bij aan de perceptie dat sociale huurders en kandidaat-huurders de taal niet zouden willen spreken of niet zouden willen werken, wat niet alleen onjuist is, maar ook de aandacht afleidt van de structurele tekortkomingen van ons woonbeleid.
Vlaanderen blijft achter
De harde conclusie is dat onze sociale huurmarkt al jarenlang klein wordt gehouden. Met dit groeipad komen we de volgende 17 jaar geen stap dichter bij de realisatie van het recht op wonen. We blijven steken op 6% sociale woningen, aanzienlijk minder dan de ons omringende landen. Dat is een ontnuchterende boodschap, niet in het minst voor al die mensen op de steeds langer wordende wachtlijst die zich moeten behelpen in een onbetaalbare, onzekere en/of slechte woning op de losgeslagen private huurmarkt.
Er is een grote nood aan sociale woningen. Dat bewijst de wachtlijst van zowat 200.000 huishoudens. Daarnaast komen in theorie nog eens 50.000 extra gezinnen in aanmerking. Wanneer de woonmaatschappij een sociale woning aanbiedt, gebeurt het toch frequent dat kandidaten het aanbod weigeren. Hoe komt dit?
Helaas houden de woonmaatschappijen dit niet structureel bij, waardoor een volledig beeld van de oorzaken ontbreekt. Op basis van onze vele contacten met huurders en organisaties op het terrein, lichten we toch enkele belangrijke redenen toe.
Het leven staat niet stil
Een eerste belangrijke reden is de lange periode tussen de inschrijving voor een sociale woning en het moment dat de woonmaatschappij een sociale woning aanbiedt. Gemiddeld duurt die periode meer dan vier jaar. Op sommige locaties en voor sommige gezinssamenstellingen is dat zelfs het dubbele of meer.
Het is niet verwonderlijk dat de woon- en leefsituatie van mensen die op de wachtlijst staan in tussentijd sterk veranderd kan zijn. Misschien gaan de kinderen ondertussen naar school of wordt er mantelzorg gegeven aan één van de ouders. Of misschien is er net een verhuis achter de rug naar een andere private huurwoning.
Mensen passen dan niet altijd hun administratief dossier aan, waardoor de veranderde woonvraag pas tot uiting komt op het moment dat er een aanbod gebeurt.
Centraal Inschrijvingsregister
Begin 2024 werden alle lokale inschrijvingslijsten samengebracht in één Vlaams centraal inschrijvingsregister. Die overgang verliep echter niet zonder moeilijkheden. Kandidaten moesten hun kandidatuur herbevestigen, maar het was niet steeds duidelijk welke informatie correct mee werd overgezet en welke niet, waardoor sommige belangrijke wijzigingen niet opgemerkt werden. Pas bij een aanbod komen de kandidaten dat te weten.
Daarnaast kunnen kandidaten in dit nieuwe systeem ook niet even gedetailleerd hun voorkeuren duidelijk maken. Vroeger konden kandidaten bijvoorbeeld tot op wijkniveau aangeven waar ze een sociale woning wilden huren en waar niet, maar bij de totstandkoming van het nieuwe register werd dit op vele plaatsen beperkt tot een gehele stad of gemeente. Hierdoor sluiten de aangeboden woningen niet altijd aan bij de verwachtingen of noden van de kandidaat-huurders.
Stigma en kwaliteit
Hoewel heel wat mensen in kwetsbare woonposities nood hebben aan een sociale woning, is het stigma op sociaal wonen de laatste jaren sterk toegenomen. Dat is des te meer het geval voor sociale woningen in buurten met een negatieve reputatie, los van de werkelijke kwaliteit van de woning. Kandidaten twijfelen dan of ze wel zouden ingaan op een aanbod van een woning of appartement in een buurt die bekendstaat om overlast of sociale problemen, uit vrees voor stigmatisering of een onveilig gevoel.
Daarnaast speelt ook de kwaliteit van sommige sociale woningen een rol. Kandidaat-huurders krijgen soms een aanbod waarvan al geweten is dat deze binnen enkele jaren gerenoveerd of zelfs afgebroken zal worden. De onzekerheid en het vooruitzicht op een nieuwe verhuis op korte termijn doen velen twijfelen. Zelfs al is de woning op zich bewoonbaar, dan nog stellen sommigen zich vragen bij het comfort, de leefbaarheid en de toekomst ervan.
Dat gaat soms samen met de persoonlijke situatie van de kandidaten. Zo kan buitenruimte belangrijk zijn voor iemand met een huisdier of kan een woning niet voldoende toegankelijk zijn voor mensen die zelf slecht te been zijn of die naasten hebben die slecht te been zijn. Ook minder goed gelegen sociale woningen, die niet goed aangesloten zijn op het openbaar vervoer of met weinig voorzieningen in de buurt (winkels, zorg, scholen) worden vaker geweigerd.
Woonwissels
Verhuizen kost behoorlijk wat geld. Wie privaat huurt en zijn contract wil opzeggen om te verhuizen naar een sociale woning moet een opzegtermijn van drie maanden hanteren. Tegelijk moet er soms nog een opzegvergoeding betaald worden die tot drie maanden huur kan bedragen. Tel daar ook nog het bedrag bij om de verhuis zelf te organiseren en om je te installeren in de nieuwe sociale huurwoning en het is duidelijk dat we over een serieuze som geld spreken. Hoewel de sociale huurwoning op termijn voordelig is gezien de aangepaste huurprijs, is het niet voor iedereen mogelijk om die initiële kosten te maken.
Gevolgen van een weigering
Wie een aanbod van een sociale woning zonder goede reden weigert, draagt daar meteen de gevolgen van. Van zodra je één aanbod weigert, verlies je al je eventuele huurpremie. Weiger je een tweede keer, dan verdwijn je ook van de wachtlijst. Kandidaten weigeren dus allesbehalve voor hun plezier. De gevolgen van een weigering zijn groot en ondertussen blijven ze in een kwetsbare woonpositie zitten op de private markt.
Ook wie nood heeft aan een sociale woning, heeft het recht om te wonen in een buurt waar deze zich goed kan voelen. Regelgeving zou hier meer rekening mee moeten houden. Een weigering zou dus niet meteen zo’n zware gevolgen mogen hebben.
Er zijn tot slot meer mensen die ingaan op een niet ideaal aanbod uit pure noodzaak, dan mensen die ongegrond een aanbod weigeren. Dat toont aan hoe precair de situatie van veel kandidaat sociale huurders op de woonmarkt is, wat opnieuw de nood aan meer sociale woningen aantoont.
Op 23 december 2023 lanceerde het Vlaams Huurdersplatform een procedure bij de Raad van State over de uitwerking van de vermogenstoets in de sociale huur. Op 30 juni 2025 oordeelde de Raad van State dat de vermogenstoets in de sociale huur stand houdt.
Regelgeving
Om sociale huurder te worden moet je aan verschillende voorwaarden voldoen. Toenmalig minister van Wonen Matthias Diependaele besliste in 2023 dat ook het vermogen van een kandidaat-sociale huurder onderzocht moest worden. Een alleenstaande kandidaat-huurder mag sindsdien niet meer dan 30.636 euro op zijn rekeningen hebben, een koppel niet meer dan 45.952 euro.
Raad van State
Het Vlaams Huurdersplatform legde deze regeling voor aan de Raad van State. De Vlaamse Regering liet namelijk na om deze grensbedragen te onderbouwen. Wordt je pensioenverzekering net uitgekeerd of heb je net wat teveel gespaard voor je oude dag, dan word je uitgesloten van de sociale huur. Ook mensen met een beperking of met verwachte gezondheidskosten in de toekomst geven te kennen dat zij moeilijk op de private huurmarkt terecht kunnen zonder stelselmatig aan hun spaarpotje te moeten knabbelen.
De Raad van State oordeelde echter dat de Vlaamse Regering veel vrijheid heeft om over de grensbedragen te beslissen en dat niet bewezen werd dat dit deze bedragen leiden tot een aanzienlijke achteruitgang. De Raad van State besliste daarom om de vermogenstoets te behouden.
Woonbehoefte
Dat juridisch oordeel neemt niet weg dat we weldegelijk vragen kunnen stellen bij de huidige vermogenstoets. We blijven verhalen binnenkrijgen van mensen die net iets teveel centen op hun rekening hebben, maar die weldegelijk een woonbehoefte hebben omdat ze een zeer laag inkomen hebben.
We zullen deze problematiek blijven aankaarten bij huidig minister van Wonen Melissa Depraetere, die al opdracht gaf aan het Steunpunt Wonen om na te gaan welke grensbedragen wel rechtvaardig zijn en of er ook rekening gehouden moet worden met specifieke doelgroepen. De resultaten van dit onderzoek zullen we eind dit jaar kennen.
Na een procedure van vijf jaar vernietigt de Raad van State de verstrengde eigendomsvoorwaarde die in 2019 werd ingevoerd op de sociale huurmarkt. De Raad van State besliste dat een oplossing gevonden moet worden tegen uiterlijk eind 2025.
Wat is de verstrengde eigendomsvoorwaarde?
Vroeger mocht je als (kandidaat-) sociale huurder geen woning volledig in volle eigendom of vruchtgebruik hebben. In 2019 werd deze voorwaarde verstrengd. Ook een woning die de sociale huurder gedeeltelijk in volle eigendom of vruchtgebruik verwerft, werd niet meer toegelaten. Sociale huurders moeten elk deel eigendom, ook als is dit slechts een klein deel dat ze bijvoorbeeld als één van vele erfgenamen verwerven, binnen het jaar opnieuw verkopen of wegschenken. Als ze daar niet in slagen, worden ze opgezegd. Ook kandidaten op de wachtlijst voor een sociale woning mogen geen deeltje van een volle eigendom bezitten.
Waarom gingen wij niet akkoord met de verstrenging?
Het Vlaams Huurdersplatform vindt het logisch dat wie een volledige woning of bouwgrond helemaal bezit, in staat is om zelf in de woonbehoefte te voorzien en dus geen nood heeft aan een sociale woning. Tegelijk stelden we vast dat (kandidaat-) sociale huurders met een stukje gedeelde eigendom wel nog steeds woonbehoeftig kunnen zijn. Het is niet omdat je bijvoorbeeld één achtste van een woning erft, dat je plots geen woonbehoefte meer hebt. Daarenboven is het niet zo evident, en kost het vaak heel wat centen, om van dat stukje eigendom af te raken, binnen de termijn van een jaar. Deze mensen uitsluiten van de sociale huur voelde dus heel onrechtvaardig.
We kregen geen gehoor bij de toenmalige beleidsmakers, dus restte ons niets anders dan de verstrenging voor te leggen bij de Raad van State.
Wat besliste de Raad van State?
De Raad van State gaf het Vlaams Huurdersplatform gelijk en stelde dat de maatregel het gelijkheidsbeginsel schendt.
De sociale huurder die beschikt over het volledige recht op een woning en dit dus kan aanwenden voor de eigen woonbehoefte, is niet gelijk aan de sociale huurder die beschikt over een gedeeltelijk recht. Deze laatste kan niet alleen beslissen om de eigendom aan te wenden voor de eigen woonbehoefte, maar hangt af van anderen. Daarenboven is het niet gezegd dat die gedeelde eigendom een betekenisvolle waarde vertegenwoordigt en is het ook niet evident om dat deeltje eigendom om te zetten in centen.
De Raad van State haalt ook aan dat het niet consequent is om elk deeltje eigendom te verbieden, los van de waarde ervan, maar anderzijds wel een verbod op teveel spaargelden in te voeren en daar dan wel een bepaald grensbedrag aan te koppelen.
Omwille van deze redenen vernietigt de Raad van State de verstrengde eigendomsvoorwaarde, maar accepteert de gevolgen van deze maatregel tot eind 2025.
Wat betekent dit voor (kandidaat-) sociale huurders die de afgelopen jaren getroffen werden door de maatregel?
We onderzoeken nu in hoeverre de gedupeerden de aansprakelijkheid van de Vlaamse Regering kunnen inroepen, en een vergoeding kunnen eisen voor de geleden schade voor de rechtbank.
Als we het criterium toepassen van de normaal zorgvuldige en voorzichtige overheid, kunnen we stellen dat de Vlaamse Regering hier wel degelijk een fout heeft begaan, ze heeft immers een norm geschonden van nationaal recht (de Grondwet) en ook van internationaal recht die directe werking heeft in de interne rechtsorde (het gelijkheidsbeginsel in verschillende internationale verdragen). Dit werd bevestigd in dit arrest van de Raad van State.
Door deze fout van de van de Vlaamse Regering hebben heel wat mensen ernstige schade geleden. Sociale huurders werden onterecht opgezegd en verloren hun sociale woning. Kandidaat sociale huurders werden onterecht van de wachtlijst geschrapt, ze kwamen niet meer in aanmerking voor de toewijzing van een sociale woning én verloren eventueel hun recht op een huurpremie. Huurders en kandidaat-huurders die hun woning of plaats op de wachtlijst dreigden te verliezen, hebben onroerend goed snel snel veel te goedkoop van de hand gedaan of er zelfs alleen maar kosten voor gemaakt. (Gewezen) sociale huurders en (geschrapte) kandidaat-huurders zullen deze schade wel moeten aantonen.
Ben je in die situatie, maak dan een afspraak bij de Huurdersbond. We onderzoeken in elke casus wat er mogelijk is, afhankelijk van de concrete omstandigheden.
Lees hier ook de getuigenis van VIVAS-ambassadeur Patrick en Jenny in het Laatste Nieuws.
Vanaf 18 maart 2024 zullen woonmaatschappijen aan hun kandidaat-huurders vragen om hun dossier te ‘actualiseren’. Kandidaten op de wachtlijst voor een sociale woning moeten dan bevestigen dat ze ingeschreven willen blijven en dat ze nog steeds aan de inschrijvingsvoorwaarden voldoen. Wie niet reageert of niet tijdig de juiste documenten bezorgt, wordt geschrapt. Op papier actualiseren blijft mogelijk, maar voor het eerst kunnen kandidaten dit ook digitaal doen.
Kandidaten voor een sociale woning staan soms lang op de wachtlijst. Zo lang dat er een systeem werd opgezet om na te gaan of de kandidaten, vaak na vele jaren wachten, nog altijd op zoek zijn naar een sociale woning. Tegelijk wordt ook opnieuw bekeken of de kandidaten nog aan de voorwaarden voldoen om ingeschreven te kunnen zijn. Deze operatie wordt een ‘actualisatie’ genoemd, maar in feite is het een update van de wachtlijst. Enkel kandidaten die sinds 18 november 2023 al wijzigingen aan hun dossier hebben laten aanbrengen, hoeven niks te ondernemen.
Alle andere kandidaat sociale huurders moeten hun dossier herbevestigen en de nodige documenten tijdig aanleveren indien nodig. Wie dit niet doet, zal geschrapt worden van de wachtlijst. Je mag er dus zeker van zijn dat er op het einde van dit jaar een kortere wachtlijst zal zijn. Dat zal deels te verklaren zijn doordat bepaalde mensen aangeven niet langer nood te hebben aan een sociale woning, maar wat ons vooral zorgen baart is dat sommige mensen van de wachtlijst geschrapt zullen worden om louter administratieve redenen.
Termijnen
Vanaf 18 maart 2024 kunnen en zullen de woonmaatschappijen een brief sturen naar hun kandidaat-huurders met de vraag om hun dossier te actualiseren. Vanaf het moment dat de brief wordt uitgestuurd, hebben kandidaten 30 dagen de tijd om te reageren. Dat kan door eenvoudig te antwoorden dat je ingeschreven wenst te blijven, maar wanneer in de brief staat dat je niet meer aan een voorwaarde lijkt te voldoen, zal je documenten moeten bezorgen om te bewijzen dat je hier wel nog aan voldoet. We raden aan om je dossier zo snel mogelijk in orde te brengen. Zo loop je zeker geen toewijzing mis.
Wie zijn dossier toch nog niet heeft herbevestigd of in orde heeft gebracht, zal van de woonmaatschappij een tweede brief krijgen. Na het versturen van deze tweede brief hebben kandidaten nog 15 dagen de tijd om hun dossier in orde te brengen.
De woonmaatschappij kan er wel voor kiezen om tijd te laten tussen de deadline van de eerste brief en het versturen van de tweede brief. We vragen de woonmaatschappijen om dit effectief te doen en om van deze tijd gebruik te maken om kandidaten actief te bereiken om hun dossier alsnog in orde te brengen.
Wie na het verlopen van de termijn van 15 dagen na de tweede brief niet reageerde of zijn dossier niet in orde bracht, wordt automatisch geschrapt. Dit wordt vermeld in deze laatste brief. Wie wordt geschrapt, maar toch nog nood heeft aan een sociale woning, zal zich opnieuw moeten inschrijven en belandt helemaal onderaan de wachtlijst. Mensen die geschrapt worden zullen geen aparte brief ontvangen waarin staat dat ze geschrapt zijn.
Praktisch
Je kan de actualisatie op papier in orde brengen of je kan dit nu voor het eerst ook digitaal doen. Dan moet je inloggen in het centraal inschrijvingsregister via deze link. Dit doe je best via je PC. Er bestaat namelijk wel een versie voor mobiele telefoons, maar die staat nog niet even goed op punt.
Je kan inloggen met ‘itsme’ (lees hier hoe je itsme installeert) of door je aan te melden met uw identiteitskaart (eID) en kaartlezer. Je hebt dan wel de pincode van je identiteitskaart nodig (lees hier wat je moet doen als je de pincode niet kent).
Je vindt hier een instructiefilmpje over hoe je kan inloggen in je dossier op het centraal inschrijvingsregister.
Lukt het niet om dit digitaal te doen of heb je vragen, dan kan je de woonmaatschappij contacteren. Ook de medewerkers bij het algemeen infonummer 1700 zijn opgeleid om je te helpen. Ook daar kan je dus terecht. Maar zoals eerder gezegd kan je ook op papier aangeven dat je kandidaat wil blijven en eventuele noodzakelijke documenten via de post bezorgen of aan het onthaal afgeven.
Het is belangrijk dat je ook nog eens goed de inhoud van je dossier bekijkt. Er zijn heel wat gegevens overgezet naar het centraal inschrijvingsregister waar je kan inloggen. Het kan altijd zijn dat daar iets fout is gegaan. Lees dus zeker nog eens goed na of alles klopt en of al je keuzes ook correct staan aangeduid. Kies je niet voor de digitale weg, dan kan je ook steeds aan de woonmaatschappij vragen of je dossier in orde is en welke documenten eventueel nodig en nuttig zijn om je dossier te vervolledigen. Je kan hen uitleg vragen over alles wat in je dossier staat.
Wat als er iets verkeerd gaat?
Wanneer je woonmaatschappij een actualisatie op papier of op kantoor niet toelaat, of wanneer je onterecht geschrapt wordt, dan kan je verhaal indienen bij de toezichthouder. Dat kan door een aangetekende brief te sturen naar:
Wonen in Vlaanderen – afdeling Toezicht
Koning Albert II-laan 15 bus 253
1210 Brussel
Heb je zelf twijfels of alles gebeurt volgens de regelgeving, dan kan je dit navragen bij de huurdersbond. Zij kunnen je eventueel helpen om een melding te maken bij de toezichthouder.
Je dossier
Ook na de actualisatie zal je vanaf nu altijd zelf je dossier online kunnen inkijken en aanpassen. Uiteraard kan je ook nog steeds terecht bij de woonmaatschappij als je hier vragen over hebt of iets wil laten wijzigen.
Het centraal inschrijvingsregister (CIR) in de sociale huur dat normaal zou ingaan op 2 januari 2024 wordt gefaseerd ingevoerd vanaf 15 januari 2024. Dat besliste minister van wonen Matthias Diependaele omdat het systeem niet tijdig klaar is.
Het centraal inschrijvingsregister (CIR) is een digitaal platform waar kandidaten voor een sociale woning zichzelf kunnen inschrijven en hun dossier kunnen bekijken, aanpassen en bevestigen. De nieuwe lanceerdatum hiervoor is 18 maart 2024. Tot die tijd moet je contact nemen met de woonmaatschappij om in te schrijven of wijzigingen door te voeren.
Freezeperiode (17 november 2023 tot 15 januari 2024)
Tot nu toe had elke woonmaatschappij zijn eigen wachtlijst. Tussen 17 november 2023 en 15 januari 2024 worden de wachtlijsten van de individuele woonmaatschappijen samengevoegd tot één wachtlijst. Om die overgang te organiseren en zo weinig mogelijk gegevens te verliezen, zullen de woonmaatschappijen in deze periode geen nieuwe gegevens kunnen invoeren. Woonmaatschappijen zijn wel nog steeds verplicht om nieuwe inschrijvingen te behandelen of aanpassingen aan huidige dossiers toe te laten. Die moeten ze dan op papier of op een andere manier registreren.
Woonmaatschappijen mogen dus niet weigeren om nieuwe kandidaat-huurders in te schrijven, maar zullen die niet meteen digitaal kunnen verwerken. De inschrijving moet dan later toegevoegd worden in het centraal inschrijvingsregister met terugwerkende kracht op de datum dat je je aanmeldde.
Even terug naar het oude systeem (15 januari 2024 tot 18 maart 2024)
Tussen 15 januari en 18 maart kunnen de woonmaatschappijen deze gegevens dan invoeren / aanpassen in het nieuwe centraal inschrijvingsregister. Kandidaten die zich dan aanmelden, kunnen door de woonmaatschappijen meteen in het nieuwe systeem gevoegd worden. Ze kunnen ook meteen aanpassingen doorvoeren die in deze periode gemeld worden.
Het CIR gaat volledig live (vanaf 18 maart)
Op 18 maart gaat het centraal inschrijvingsregister dan helemaal live. Burgers die zich willen inschrijven voor een sociale woning, kunnen nog steeds terecht bij de woonmaatschappij, maar kunnen dit ook zelf online doen.
Het uitgangspunt van het centraal inschrijvingsregister (CIR) is dat de kandidaat-huurder zelf zijn inschrijving opstart met zijn elektronische identiteitskaart (eID) of via Itsme.
Zodra de kandidaat-huurder zijn gegevens ingeeft, voert het centraal inschrijvingsregister een automatische controle uit en krijgt het dossier een status. Die status kan bijvoorbeeld zijn: ‘in onderzoek’ of ‘bevestiging nodig’. Je bent dan nog niet officieel ingeschreven. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je niet voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden en je bijgevolg extra documenten moet indienen om aan te tonen dat je toch voldoet. Het kan ook zijn dat er nog bevestiging nodig is van je partner of andere meerderjarige bijwoners in je dossier. Want een dossier van een nieuwe kandidaat-huurder is pas definitief als elke meerderjarige persoon zijn of haar dossierdeelname bevestigde. Deze personen moeten hiervoor dus zelf inloggen in het systeem. Dat betekent heel wat meer administratieve rompslomp dan voorheen.
Je bent pas officieel ingeschreven als je een bevestiging ontvangt met een dossiernummer en de status van je dossier ‘ingeschreven’ is. Zolang dat niet het geval is, kom je niet op de wachtlijst terecht. Je controleert dus best af en toe je status.
Beschik je niet over een elektronische ID-kaart, ben je ingeschreven in het vreemdelingenregister of ben je minderjarig dan kan je je enkel inschrijven via de woonmaatschappij zelf. Ook als het online niet lukt of als je vragen hebt kan je bij de woonmaatschappij terecht.
Eenmalige actualisatie én herbevestiging van dossier (vanaf 18 maart 2024)
Wanneer het centraal inschrijvingsregister op 18 maart werkt, dan moeten alle bestaande kandidaat-huurders (van voor 18 november 2023) ook hun kandidatuur herbevestigen. Dat moeten ze doen door online in te loggen in het centraal inschrijvingsregister met hun identiteitskaart of via It’s me. Woonmaatschappijen kunnen daarnaast ook een antwoordstrookje voorzien op papier.
Elke kandidaat-huurder zal na 18 maart een brief van zijn verhuurder ontvangen met een overzicht van de geactualiseerde gegevens. Kandidaat-huurders die voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden moeten in het centraal inschrijvingsregister bevestigen dat ze ingeschreven willen blijven als kandidaat-huurder voor een sociale woning. Kandidaat-huurders die volgens de gegevens niet meer voldoen moeten bewijsdocumenten aanleveren waaruit blijkt dat ze toch voldoen of waardoor ze aanspraak maken op een uitzonderingsregel. Uiteraard moeten ook zij dan hun kandidatuur nog eens herbevestigen.
Kandidaat-huurders krijgen 30 dagen vanaf de postdatum om hun dossier te bevestigen en eventueel bewijzen aan te leveren. Na deze periode wordt er een herinneringsbrief gestuurd aan de kandidaat-huurders die hun kandidatuur nog niet bevestigden of geen extra bewijsstukken aanleverden. Als er opnieuw niet gereageerd wordt binnen een termijn van 15 dagen wordt zijn kandidatuur geschrapt. Ook wanneer je niet meer voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden is dit het geval. De kandidaat-huurder ontvangt hiervan geen brief.
Sta je op de wachtlijst voor een sociale woning en wil je ingeschreven blijven? Zorg dan dus zeker dat je binnen de termijn reageert en controleer of je dossier wel volledig is en of alle belangrijke documenten mee in het dossier zitten. Als je samen met je partner ingeschreven bent, is het voldoende dat één van jullie de kandidatuur bevestigt. Lukt het je niet om via het centraal inschrijvingsregister je kandidatuur te bevestigen of de gevraagde documenten op te laden, ga dan langs bij je woonmaatschappij.
We raden aan om zo snel mogelijk in het centraal inschrijvingsregister in te loggen om zeker te zijn dat je dossier in orde is. Want zolang je kandidatuur niet als ‘ingeschreven’ staat, kan je ook geen sociale woning aangeboden krijgen. Hoewel dit in strijd is met de regelgeving, werd hier namelijk geen rekening mee gehouden in de uitwerking van dit centraal inschrijvingsregister.
Controle en aanpassen dossier
Van zodra je ingeschreven bent als kandidaat-huurder kan je zelf je dossier aanpassen. Je doet dit best bij elke wijziging, bijvoorbeeld als je verhuisd bent of wanneer je een kindje kreeg. Zo heeft de woonmaatschappij altijd je actuele gegevens en kan ze je een gepaste woning aanbieden.
Je kan eveneens via het CIR je plaats op de wachtlijst controleren. Maar opgepast, je plaats op de wachtlijst is niet definitief. Die plaats kan altijd wijzigen. Als je in aanmerking komt voor een voorrang, zie je onder uw algemene wachtlijstposities ook extra informatie over ‘versnelde toewijzing’ en/of ‘specifieke doelgroep’.
Je wordt ook op de hoogte gehouden van aanpassingen in je dossier via het tabblad ‘meldingen’ .
Je kan bij inschrijving een e-mailadres opgeven. Dit is niet verplicht. Maar het is de bedoeling dat je zo in de toekomst ook meldingen via mail kan ontvangen. Dat is helaas nog in ontwikkeling. Tot die tijd zal je dus af en toe zelf moeten inloggen in het centraal inschrijvingsregister om te bekijken of er meldingen zijn.
Tot slot nog dit
Wanneer een verhuurder een woning aanbiedt aan meerdere kandidaat-huurders en zij niet reageren op dat aanbod of het aanbod ongegrond weigeren, dan wordt dat hoe dan ook meegeteld, ook al heeft iemand voor je op de wachtlijst toch de woning aanvaard. Dat is strenger dan tot nu toe het geval was. Na twee keer weigeren of niet reageren word je geschrapt uit het inschrijvingsregister en verlies je je plekje. Dan moet je je opnieuw inschrijven maar sta je weer helemaal achteraan de wachtlijst.
Het Vlaams Huurdersplatform diende een verzoekschrift bij de Raad van State in tegen de manier waarop de vermogenstoets in de sociale huur wordt ingevoerd. De maatregel verbiedt kandidaten voor een sociale woning om te sparen boven een beperkte grens. De maatregel is volgens het Vlaams Huurdersplatform niet goed uitgewerkt, werd onvoldoende onderzocht, is niet proportioneel en is een achteruitgang van het recht op een behoorlijke huisvesting.
Vanaf 1 januari 2024 moeten kandidaten voor een sociale huurwoning aantonen dat ze niet teveel spaarcenten hebben. Bij inschrijving moeten ze een verklaring op eer ondertekenen. Bij toewijzing moeten ze uittreksels van hun bankrekening tonen.
De grensbedragen worden door de nieuwe regeling gelegd op:
- alleenstaande zonder persoon ten laste: 28.105 euro (geïndexeerd bedrag 2023)
- alleenstaande met handicap: 30.460 euro (geïndexeerd bedrag 2023)
- iedere andere persoon zonder kinderen: 42.156 euro (geïndexeerd bedrag 2023)
- verhoging per persoon ten laste: 2.356 euro (geïndexeerd bedrag 2023)
Het idee is dat sociale woningen enkel mogen gaan naar mensen die niet zelf in hun woonbehoefte kunnen voorzien. Maar volgens ons kan je er niet zomaar vanuit gaan dat mensen met deze spaargrenzen een hypothecaire lening aan kunnen gaan om eigendom te verwerven of op de private huurmarkt elke maand de huur kunnen betalen zonder eventuele spaarcenten op te souperen.
Er werd ook helemaal niet onderzocht hoeveel kandidaat sociale huurders effectief een groter spaarboekje zouden hebben dan wat de grenzen bepalen. Wel weten we uit onderzoek dat mensen met lage inkomens vaker ook een beperkt vermogen hebben. Daarom mogen we er van uitgaan dat het over een zeer beperkte groep kandidaat-huurders gaat.
De kandidaat-huurders die toch wat bijeen gespaard hebben of die plots een stukje van een erfenis krijgen, zullen die centen moeten wegschenken of opdoen om in aanmerking te blijven komen voor een sociale huurwoning. Nochtans weten we dat 36% van de sociale huurders na het betalen van de sociale huurprijs niet voldoende overhoudt om nog menswaardig te leven. Voor wie kan, is een beetje reserve hebben altijd nuttig, zelfs als men dus nadien sociale huurder wordt.
Het Vlaams Huurdersplatform stelt daarom dat er vanuit het recht op behoorlijke huisvesting geen redelijke verantwoording is voor deze maatregel. Deze dient geen legitiem doel en kan niet als pertinent, noodzakelijk en proportioneel worden beschouwd. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden geschonden. We kunnen spreken van een achteruitgang van het beschermingsniveau en vinden het heel eigenaardig dat bepaalde vermogens wel in rekening worden gebracht en andere niet.
Nadat het Vlaams Huurdersplatform eerder al deze kritiek uitte, voelen we ons nu genoodzaakt om een procedure te starten bij de Raad van State.
De Vlaamse Regering beslist op aansturen van minister van Wonen Matthias Diependaele om de sociale huurprijzen opnieuw aan te passen. Huurders die bij een sociaal verhuurkantoor huren, betalen gemiddeld een hogere huurprijs dan huurders die bij een sociale huisvestingsmaatschappij huren. In een poging om die ongelijkheid de wereld uit te helpen, zullen 150.000 sociale huurders meer huur moeten betalen om de korting voor de andere 13.000 sociale huurders mogelijk te maken. De nieuwe berekening gaat in op 1 januari 2024.
Uniformiteit
Dat er nood is aan een gelijke huurprijs voor huurders van sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen staat buiten kijf. Door de fusie van sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen tot woonmaatschappijen is dit meer dan ooit aan de orde en valt een verschillende huurprijsberekening niet langer te rechtvaardigen. Het is niet logisch dat er twee sociale huurprijsberekeningen blijven bestaan voor mensen die bij dezelfde verhuurder, namelijk de woonmaatschappij, huren.
Alleen blijkt nu dat er niet één sociaal huurprijssysteem komt, maar dat de twee verschillende berekeningswijzes naast elkaar blijven bestaan. Door de aanpassing worden de verschillen wel uitgevlakt, maar van een uniform systeem is helemaal geen sprake. Een gemiste kans, zo stelt ook de Inspectie van Financiën.
Belofte maakt schuld
Stabiliteit en rechtszekerheid is niet enkel een probleem voor ondernemers. Ook sociale huurders verdienen standvastigheid. En hoewel sociale huurprijzen in theorie steeds aangepast kunnen worden, is dat uiteraard niet de bedoeling. Ook sociale huurders moeten kunnen inschatten waar ze aan toe zijn. Begin deze legislatuur (in 2020) werden de sociale huurprijzen van huurders bij een sociale huisvestingsmaatschappij al een eerste keer aangepast, ook toen al met stijgingen tot gevolg.
Dat zorgde toen voor stevig debat en heel wat consternatie. In het Huurdersblad van maart 2020 zei minister Diependaele nog het volgende:
“HUURDERSblad: Aan de sociale huurprijs wordt heel vaak gesleuteld. Kan de sociale huurder erop rekenen dat die de komende jaren niet opnieuw anders wordt berekend?
Matthias Diependaele: We maken nog een grondige analyse van de huidige wijzigingen, maar er zijn geen nieuwe wijzigingen gepland deze legislatuur.”
Aan duidelijkheid geen gebrek, maar het blijkt dus een loze belofte. In het Vlaams regeerakkoord stond trouwens dat de ‘sociale huurprijzen naar elkaar moeten toegroeien’. Gezien de sociale huurprijzen van huurders bij sociale huisvestingsmaatschappijen al in 2020 werden opgetrokken, was de logische volgende stap dat de berekeningswijze van huurders bij sociale verhuurkantoren op dezelfde manier overgenomen zou worden. Een wijziging voor de huurders van sociale huisvestingsmaatschappijen, hoefde dus helemaal niet meer.
Daarenboven mogen we er van uitgaan dat er begin volgende legislatuur opnieuw een aanpassing zal moeten gebeuren. Dan zal namelijk het financieringssysteem van de nieuwe woonmaatschappijen, waar de sociale huurprijzen een fundamenteel deel van uitmaken, ook hervormd moeten worden.
Betaalbaarheid
Hoewel sociale huurprijzen aanmerkelijk lager zijn dan private huurprijzen blijkt uit onderzoek van het Steunpunt Wonen dat maar liefst 34% van de sociale huurders onvoldoende overhoudt om nog menswaardig te leven.
Het is dan ook onbegrijpelijk dat de ene sociale huurder de lagere huurprijs van de andere sociale huurder moet ophoesten. Waarom deze solidariteit georganiseerd moet worden tussen sociale huurders met vaak lage inkomens onderling en niet op samenlevingsniveau is ons een raadsel.
Het Vlaamse decreet van 9 juli 2021 « houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen » hervormde verschillende elementen van het sociaal huurstelsel. Het Vlaams Huurdersplatform trok samen met zeven andere organisaties (SAAMO, Welzijnszorg, CAW-Groep, Netwerk tegen Armoede, ATD Vierde Wereld, Uit de Marge en de liga voor Mensenrechten) naar het Grondwettelijk Hof en kreeg op maar liefst drie verschillende elementen gelijk.
Meer dan 15 % sociale huur moet kunnen
De Vlaamse regering had besloten dat gemeentes die al 15% sociale huur hadden geen financiering van Vlaanderen meer konden krijgen om hun aanbod verder uit te breiden, ook al zijn ook in die gemeenten nog ellendig lange wachtlijsten.
Wij wezen erop dat maar liefst 46% van de private huurders tot de wettelijke en ook theoretische doelgroep van het sociaal woonbeleid horen, terwijl die aandelen in stedelijke gebieden nog hoger liggen. Met bovendien lange wachttijden zou deze maximale grens inzake sociale huurwoningen (15%) er dus toe leiden dat kandidaat-huurders nog langer in de kou blijven staan. De maatregel kwam dus neer op een aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau van het grondwettelijk recht op een behoorlijke huisvesting. Daarom vroegen we de vernietiging van deze nieuwe bepaling.
Het Grondwettelijk Hof volgde onze redenering, vernietigde de regeling en floot de Vlaamse Regering dus terug. De redenering van de Vlaamse Regering dat deze maatregel nodig was om een geografische spreiding te garanderen, kon het Hof niet volgen. Ze stellen terecht dat in een context waarin zelfs niet alle beschikbare fondsen worden opgebruikt, de financiering van de bouw van sociale huurwoningen in gemeenten waar de grens van 15% al bereikt is of zou worden, geen impact heeft op de financiering in andere gemeenten.
Niet dubbel gestraft voor overlast of verwaarlozing
Daarnaast acht het Hof het ongrondwettig dat de huurder, van wie de huurovereenkomst door een rechterlijke tussenkomst is beëindigd wegens ernstige overlast of ernstige verwaarlozing van de sociale woning, zich drie jaar niet meer opnieuw kon inschrijven op de wachtlijst.
Wij voerden aan dat het recht op een behoorlijke huisvesting hiermee is geschonden omdat de Regering reeds over andere, bestaande instrumenten beschikt om de toewijzing tijdelijk te schorsen in deze gevallen. De sociale verhuurder kan de toewijzing ook tijdelijk weigeren als er een risico is voor de fysieke of psychische integriteit van de medebewoners. Deze extra maatregel ging dus veel verder dan nodig met verregaande consequenties voor de betrokken huurders.
Het Hof stelt dat deze maatregel in het licht van de aanzienlijke wachttijd die over het algemeen nog volgt tussen die inschrijving en een eventuele toewijzing, een aanzienlijke achteruitgang veroorzaakt van het beschermingsniveau van het recht op een behoorlijke huisvesting van de betrokkene. Die aanzienlijke achteruitgang is volgens het Hof, gelet op die aanzienlijke wachttijd en het feit dat de sociale verhuurder reeds over andere mogelijkheden beschikt om de toewijzing alsnog te weigeren, niet verantwoord.
Ook dit artikel wordt dus vernietigd door het Grondwettelijk Hof.
Persoonsgegevens
Tot slot vernietigt het Hof een aantal bepalingen die betrekking hebben op de gegevensverwerking, omdat geen advies is gevraagd aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Wij wierpen op dat het decreet vóór zijn aanneming had moeten worden onderworpen aan het advies van de federale Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA), conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Het Hof stelt dat de gemeenschappen en gewesten een eigen instantie mogen oprichten die belast is met het toezicht op de naleving van de verwerking van persoonsgegevens in de zaken waarvoor zij bevoegd zijn. De Vlaamse decreetgever deed dit ook, maar meldde deze niet aan bij de Europese Unie, zoals nochtans vereist door de AVG.
Dit betekent dat de invoering van diverse decretale bepalingen inzake gegevensverwerkingen met impact op de privacy voorgelegd hadden moeten worden aan de federale Gegevensbeschermingsautoriteit. Het Hof vernietigt dus al deze artikelen.
Maar om de rechtsonzekerheid te vermijden die uit die vernietiging zou voortvloeien, handhaaft het Hof wel de gevolgen van die bepalingen tot de inwerkingtreding van een regeling die voldoet aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming en uiterlijk tot en met 31 december 2023.
Taalkennis en verplichte inschrijving VDAB
Wij bekritiseerden ook de aanpassing van de taalkennisvereiste van A1 naar A2. Het Hof stelde echter dat de vermindering van beschermingsniveau niet aanzienlijk is omdat het over een beperkte verhoging gaat en de huurder de nodige termijn krijgt om het vereiste taalniveau te halen. Deze maatregel wordt dus niet vernietigd.
Ook over de verplichte inschrijving bij de VDAB oordeelde het Hof dat de verplichting niet leidt tot een aanzienlijke vermindering van het beschermingsniveau en dat dit redelijk verantwoord wordt door redenen van algemeen belang.
Conclusie
Het is ongezien dat het Grondwettelijk Hof in één beweging maar liefst drie bepalingen van het woonbeleid vernietigt. Daarmee fluit het Hof de Vlaamse Regering duidelijk terug. De stigmatiserende bepalingen inzake taalkennis en verplichte inschrijving bij de VDAB blijven bestaan, maar inzake privacy, een limiet aan het aandeel sociale huurwoningen en de herinschrijving van huurders die uit hun sociale huurwoning werden gezet wegens overlast of verwaarlozing worden vernietigingen uitgesproken.
Een overwinning voor het Recht op Wonen!
Tot slot geven we nog mee dat het Hof stelt dat de Vlaamse regering gemachtigd is om een nieuw toewijsmodel uit te werken in de sociale huur, maar dat de Raad van State zal moeten oordelen of de nieuwe regeling in strijd is met het grondwettelijk recht op een behoorlijke huisvesting. Dat zal ook het geval zijn, want het Vlaams Huurdersplatform en HUURpunt, ondersteund door 10 andere middenveldorganisaties, heeft hierover een klacht ingediend.
De volledige tekst van het arrest van het Grondwettelijk Hof is hier te vinden.