Sinds 1 maart 2017 wijzigden een aantal belangrijke regels in de sociale huur. Sindsdien vragen veel sociale huurders zich af of ze al dan niet te groot wonen. Mogen ze bijvoorbeeld nog een logeerkamer hebben voor de kleinkinderen? Of moeten ze dan een onderbezettingsvergoeding betalen? Kunnen ze zelfs een opzegging krijgen? Hieronder proberen we de regels verstaanbaar uit te leggen.
Wanneer is er sprake van een onderbezette sociale huurwoning?
De onderstaande regeling van onderbezetting is enkel van toepassing voor huurders van een sociale huisvestingsmaatschappij. Deze geldt dus niet voor huurders van een erkend sociaal verhuurkantoor.
Er is sprake van een onderbezette woning als het aantal slaapkamers het aantal bewoners met twee of meer overtreft. Je mag dus één slaapkamer meer hebben dan er bewoners zijn. Zo is een woning van een alleenstaande onderbezet vanaf de derde slaapkamer.
Met welke bewoners wordt rekening gehouden?
Bij de beoordeling van de woonbezettingsnorm wordt rekening gehouden met alle huurders (dus alle meerderjarige personen die de woning duurzaam bewonen en dus medehuurder zijn) en alle minderjarige kinderen, met inbegrip van de kinderen met bezoekrecht. Ook alle ‘tijdelijke inwoners’ die er zich domiciliëren of er hun hoofdverblijf hebben tellen mee.
Hoofdverblijf is een feitelijke kwestie en slaat op de woning waar men normaal en gewoonlijk verblijft of woont. Ook personen die een erkenningsaanvraag lopende hebben tot erkende vluchteling, worden als tijdelijke inwoners beschouwd. In zo’n geval van tijdelijke inwoonst moet de sociale huurder dit trouwens melden aan de huisvestingsmaatschappij, die zich hiertegen enkel kan verzetten als de strenge woonbezettingsnorm van de Vlaamse wooncode hierdoor wordt overschreden.
Soms kan er discussie zijn of een kamer of vertrek moet worden beschouwd als slaapkamer. De sociale huurreglementering definieert nu eenmaal niet wat we onder een slaapkamer moeten verstaan. In de meeste gevallen zal dan het intern huurreglement van de sociale huisvestingsmaatschappij voor opheldering moeten zorgen. Is er discussie, neem dan contact op met de huurdersbond.
Vanaf wanneer is een sanctie mogelijk bij onderbezetting?
Sociale huurders van een onderbezette woning kunnen slechts gesanctioneerd worden als aan een driedubbele voorwaarde is voldaan:
- Er moet tot tweemaal toe (met een tussenperiode van minstens drie maanden) een aanbod geweest zijn voor een andere sociale woning van dezelfde huisvestingsmaatschappij.
- Bovendien moet dat aanbod van een aangepaste woning gelegen zijn binnen een straal van 5 km van de onderbezette woning.
- Tot slot mag de som van de huurprijs en de huurkosten en -lasten verbonden aan deze nieuwe woning niet hoger zijn dan deze van de onderbezette, te verlaten woning.
De bedoeling is dus duidelijk: de sociale huurder die een gedwongen aanbod krijgt om te verhuizen uit een onderbezette sociale woning mag ten gevolge van de verhuis naar de nieuwe woning geen zwaardere woonlasten hebben (bij vergelijkbaar inkomen en gezinssamenstelling). Hoe men echter precies deze kosten en lasten van zowel de bestaande woning maar ook de nieuwe woning zal berekenen, is voorlopig nog een vraagteken.
Bovendien is het zeer de vraag of een huisvestingsmaatschappij wel in de mogelijkheid zal zijn om een dubbel aanbod te doen van een aangepaste sociale woning binnen een straal van 5 km, wanneer ook de som van de huurprijs en kosten niet hoger mag zijn dan deze van de onderbezette sociale woning. Want pas wanneer aan al die voorwaarden is voldaan, kan een huisvestingsmaatschappij een sanctie opleggen.
Sancties voor de zittende en de nieuwe huurder bij onderbezetting
Wie voor 1 maart 2017 een sociale woning huurde zal, als aan de voorwaarden hierboven is voldaan, in 2018 een maandelijkse bezettingsvergoeding moeten betalen van 31 euro per overtollige slaapkamer. Deze vergoeding zal jaarlijks geïndexeerd worden. Dit bedrag komt bovenop de sociale huurprijs en lasten. Het spreekt voor zich dat eenmaal de woning niet langer onderbezet is, die vergoeding ook niet meer verschuldigd is.
Wie echter vanaf 1 maart 2017 een nieuwe sociale huurder is, kreeg een negenjarige huurovereenkomst, die telkens verlengd kan worden met drie jaar. Deze verlenging zal plaatsvinden als jij en je gezin niet over een te hoog inkomen beschikken of wanneer je een onderbezette sociale woning huurt en niet reeds tweemaal een gepast aanbod van een sociale woning (qua bezetting, afstand en betaalbaarheid) geweigerd hebt. Anders gesteld, voor nieuwe sociale huurders zal de huisvestingsmaatschappij van een sociale huurder die een onderbezette woning bewoont, telkens minstens zes maanden voor het verstrijken van het negende jaar of een volgende driejaarlijkse periode nagaan of hij reeds tweemaal een gepast aanbod heeft geweigerd.
Is dat zo, dan zal de huurovereenkomst worden opgezegd om te verstrijken tegen het negende jaar of een volgende driejaarlijkse periode. De huurder kan nog vragen om deze opzeg in te trekken om redenen van billijkheid. Wanneer de verhuurder hier niet op ingaat, kan de huurder beroep aantekenen bij de toezichthouder.
Plan van aanpak tegen onderbezetting
Vooraleer de zittende huurders de stuipen op het lijf te jagen met een mogelijke onderbezettingsvergoeding, doet een huisvestingsmaatschappij er goed aan om eerst het probleem te analyseren. Want er is inderdaad een probleem met onderbezetting. Volgens de laatste cijfers, zijn liefst 15.188 sociale woningen (bijna 11 % van het totale patrimonium) onderbezet. Dit is uiteraard vooral problematisch als hierdoor de toegang geblokkeerd wordt voor grotere gezinnen die bovenmatig lang moeten wachten op een aan hun gezinssamenstelling aangepaste sociale woning.
Maar de kenmerken van het sociaal huurwoningpatrimonium verschillen zeer sterk per huisvestingsmaatschappij. Hetzelfde geldt voor de gezinssamenstelling van de kandidaat-huurders. In de grootsteden bijvoorbeeld is er vaak een schrijnend gebrek aan grote sociale huurwoningen (vanaf vier slaapkamers en meer), mede door de instroom van nieuwkomers. Hier kan het dus zinvol zijn te focussen op de grote woningen die onderbezet zijn. Maar bij sommige eerder landelijke huisvestingsmaatschappijen is er een ruim aanbod van woningen met drie slaapkamers maar juist een nijpend tekort aan woningen met één of twee slaapkamers. Het heeft dan weinig zin om een alleenstaande sociale huurder die een onderbezette woning met drie slaapkamers betrekt, verplicht te laten verhuizen naar een woning met een of twee slaapkamers, terwijl juist hieraan de nood het hoogst is. Op die manier dreigt men zelfs de reeds langere wachttijd voor alleenstaanden nog meer op te drijven.
De huisvestingsmaatschappij zal dus eerst een analyse moeten maken van de lokale vraag en hun aanbod van woningen. Op basis daarvan kan ze focussen op die woningen waar de winst door een betere doorstroming het hoogst is. Bovendien doet men er goed aan vooraf te simuleren of er wel een beschikbaar aangepast aanbod mogelijk is (qua afstand, aantal slaapkamers en betaalbaarheid). Verder zal de maatschappij moeten beslissen of ze hiervoor zal afwijken van de andere voorrangsregels. Dit moet immers opgenomen worden in het intern huurreglement, dat trouwens openbaar moet zijn.
Sensibiliseren
Ten slotte dient ze vooral, en in de eerste plaats, huurders te sensibiliseren om te verhuizen naar een aangepaste woning. Wie als sociale huurder nu een onaangepaste woning betrekt (naar gezinssamenstelling of fysieke gesteldheid van een der gezinsleden), kan zich als kandidaat-huurder inschrijven met voorrang. En in zo’n geval is het ook niet meer dan netjes deze kandidaat-huurder in te lichten van zijn recht om de inschrijving voor een andere sociale woning te onderwerpen aan zijn keuzes qua ligging, aard en hoogte van de huurprijs, tenzij hierdoor een toewijzing quasi onmogelijk wordt. Lees hier hoe sociale huisvestingsmaatschappij Dijledal dit in de praktijk brengt.
Wie een uitgebreide toelichting wil lezen bij de wijzigingen aangebracht door het Vlaams decreet van 14 oktober 2016 en het besluit van de Vlaamse regering van 23 december 2016, kan dit hier op de website van Wonen Vlaanderen terugvinden.
Dit artikel is gebaseerd op een artikel in huurdersblad nummer 233.
Op 25 mei was het Burendag. Heel wat slimme straten en buurten grijpen de dag aan om een creatieve samenwerking op te zetten. Ook op ’t Kiel in Antwerpen was dit het geval.
Dit jaar viel de burendag samen met de Ramadan. Om de kloof te dichten tussen de buren met verschillende culturen, organiseerden buurtgroep ‘Jantjes’ en ‘Hoop Kiel’ een iftar. Op deze manier wilden ze bruggen bouwen en positieve samenhorigheid stimuleren. Het bleek een succes. “Dit heet solidariteit, samenhorigheid tussen gewone mensen. Het kan. Het moet.”, aldus één van de vele deelnemers.
Want in een mum van tijd waren er meer dan 100 inschrijvingen om samen te eten. “Nog nooit hebben we zo’n mooie samenwerking gehad met bewonersgroepen uit de sociale huisvesting en uit de privé”, zegt Danielle Vernimmen als één van de organisatoren, die ook alle vrijwilligers nog eens wil bedanken. “Hoe adembenemend kan een burendag zijn tijdens de ramadan!”
Met de ondersteuning van Bump, Moskee Amanah, Woonhaven, Nova, Stadsmakers en Kras.
Huurpunt, de federatie van sociale verhuurkantoren in Vlaanderen, ondertekende op zijn algemene vergadering de Europese verklaring voor maatschappelijk verantwoord ondernemen voor sociale huisvesters.
Met de ondertekening schaart Huurpunt zich achter een aantal belangrijke principes. Denk bijvoorbeeld aan behoorlijk bestuur, het belang van transparantie, maar ook economische, ecologische en sociale duurzaamheid en het actief betrekken van de huurders. Meer informatie over de verklaring kan je hier terugvinden.
Deze verklaring werd door verschillende Europese partners opgesteld, waaronder Housing Europe en the International Union of Tenants. Overal in Europa ondertekenen sectororganisaties deze verklaring. In Vlaanderen deed de VVH, de koepelorganisatie van sociale huisvestingsmaatschappijen, dit ook reeds op het VIVAS congres voor sociale huurders eind 2017.
Quasi de volledige Vlaamse sociale huisvestingssector schaart zich dus ondertussen achter deze principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Nu hopen we dat de koepelorganisaties hun sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen overtuigen om ook de bijhorende gedragscode te onderschrijven en vooral ook om hier in hun werking de nodige aandacht voor te hebben.
We wensen hen hier alvast veel succes mee.
De huurdersbonden en het Vlaams Huurdersplatform dragen uw privacy hoog in het vaandel. De huurdersbond vraagt u enkel noodzakelijke informatie om u correct advies te kunnen verlenen en om aan zijn wettelijke opdracht te voldoen. De huurdersbonden hebben ook een privacyverklaring. Die kunt u op de website terugvinden. U kunt steeds terecht bij uw huurdersbond indien u hierover vragen heeft.
Een gratis digitale huurdersbrief ontvangt u omdat u lid bent (geweest) van een huurdersbond of omdat u zelf op de website hebt ingeschreven. Mocht u deze nieuwsbrief niet langer willen ontvangen, dan kunt u onderaan de huurdersbrief uitschrijven of een mailtje sturen naar info@vlaamshuurdersplatform.be.
De Vlaamse Regering gaf op 18 mei 2018 haar definitieve goedkeuring aan het ontwerp van Vlaams Woninghuurdecreet. Dit decreet regelt de verhoudingen tussen huurders en verhuurders. Het brengt bepalingen uit de huidige woninghuurwet, het burgerlijk recht en het procesrecht samen.
Het Woninghuurdecreet ligt in lijn van de bestaande huurwetgeving, maar er zijn toch een aantal belangrijke wijzigingen. Denk bijvoorbeeld aan de verhoging van de huurwaarborg, wijzigingen in de opzegmogelijkheden voor verhuurders, wijzigende opzegmogelijkheden voor huurders bij kortlopende huurcontracten, … .
Dit Woninghuurdecreet zal nu worden besproken in het Vlaams parlement. We zullen nog uitgebreid terugkomen op de wijzigingen en u hierover ten volle informeren. We kunnen alvast meegeven dat, in tegenstelling tot wat de regering eerder had voorzien, deze nieuwe regelgeving pas zal ingaan vanaf 1 januari 2019 en enkel voor huurcontracten die vanaf dan worden afgesloten.
Elk jaar worden de contractgegevens van de leden die langs komen bij de huurdersbonden geanalyseerd. In 2017 betrof het 17.999 dossiers. Op basis van deze jaarlijkse analyse kunnen evoluties worden nagegaan. Zo blijkt dat in de periode 2013-2017 de gemiddelde huurprijzen met 10,21% stegen terwijl de gezondheidsindex maar met 5,49% steeg. Huren wordt dus nog steeds duurder. Met die steeds stijgende huurprijzen, zou je verwachten dat een betere woningkwaliteit aan de basis ligt. Niks lijkt er vandaag op te wijzen dat dit het geval zou zijn. Ook de stijgende energiefacturen duwen de woonkosten voor huurders sterk omhoog.
Gemiddelde huurprijs doorbreekt €600-grens
De gemiddelde huurprijzen zijn in 2017 met 2,05% gestegen tegenover 2016, waardoor de gemiddelde huurprijs voor het eerst de € 600-grens doorbreekt (van 588,59€ naar 600,63€). Dit tegenover een stijging van de levensduurte met 1,85%. Jaar na jaar neemt het huren dus een steeds grotere hap uit het gezinsbudget. Waar zal dit eindigen?
Dit algemene gemiddelde vertelt echter niet alles. Zo blijken over een aantal jaren heen de lagere huurprijzen het meest te stijgen, terwijl de hogere huurprijzen maar beperkt de hoogte ingaan. Een voor de hand liggende oorzaak is het feit dat in het hoger segment vraag en aanbod elkaar beter vinden na een aantal jaren waarin heel veel nieuwbouwappartementen op de huurmarkt zijn gekomen. Bij de lagere huurprijzen stellen we echter vast dat de vraag het aanbod nog steeds ruimschoots overtreft, waardoor de verhuurder tussen veel kandidaten kan kiezen en zijn huurprijs dus hoger kan stellen.
Overheid moet ingrijpen
Gezien de marktwerking daar volledig verstoord is, moet de overheid zijn verantwoordelijkheid nemen. Via veel meer sociale huur en een significante uitbreiding van de huurtoelages op de private huurmarkt kan er al veel verholpen worden. Wanneer deze regering dan ook de sociale verhuurkantoren verder stimuleert en, zoals was beloofd, een systeem van geconventioneerd huren opzet, waarbij verhuurders worden beloond wanneer ze betaalbaar, kwaliteitsvol en met woonzekerheid verhuren aan kwetsbare huurders, kunnen we grote vooruitgang boeken op korte termijn.
Laten we ook niet uit het oog verliezen dat er heel wat regionale en provinciale verschillen in huurprijzen bestaan. Zo blijft huren in Vlaams-Brabant veruit het duurst, terwijl de meest betaalbare huurwoningen in West-Vlaanderen te vinden zijn.
Huurwaarborg, EPC, plaatsbeschrijving en registratie
De huurdersbonden houden ook cijfers bij over ondermeer de huurwaarborg, het gebruik van het EPC-attest, de opmaak van plaatsbeschrijvingen en de registratie van de huurcontracten. Al deze informatie kan je terugvinden in het uitgebreide jaarverslag.
Na een eerdere samenwerking in 2010-2011 met ‘basistraject Tweezijdig+’ bundelen woonmaatschappij Vivendo en Samenlevingsopbouw opnieuw de krachten. Samen willen ze de dienstverlening voor (kandidaat)huurders nog verbeteren en een woonbeleid voeren dat sterker aansluit bij de noden van de huurders. Samenlevingsopbouw engageert zich om gedurende 3 jaar nieuwe initiatieven op te starten. Vivendo krijgt ondersteuning om systematisch ieder succesvol initiatief in te passen binnen het reguliere beleid.
Gericht bevragen
Het project kiest niet voor een algemene tevredenheidsmeting, wel voor gerichte bevragingen. Ze focusten zich tot nu toe op renovaties, onthaalbeleid en tevredenheid over de externe onderhoudsfirma.
Een renovatie is een ingrijpende gebeurtenis, waarbij heel wat zaken samenkomen: technische kwesties, communicatie tussen verschillende betrokkenen, financiële belangen en praktische zorgen. In een eerste fase brengen ze op basis van een bevraging in kaart hoe huurders een renovatie hebben ervaren. Zijn ze tevreden met het resultaat? Hoe verliep de communicatie met Vivendo en met de aannemers? Hebben ze nog tips voor de toekomst?
Nieuwe huurders hebben gemiddeld een kwetsbaarder profiel dan huurders met een lange staat van dienst. Een stevig onthaalbeleid is dus belangrijk om direct een goede band te installeren tussen huurder en verhuurder. Ze bevragen alle nieuwe huurders die sinds 2017 bij Vivendo begonnen te huren.
Vivendo wil na 1 jaar samenwerking met een nieuwe onderhoudsfirma de samenwerking evalueren. Wie is er beter geplaatst dan de bewoners om hierover hun mening te geven?
Vinger aan de pols houden in wijken
In gebouwen of wijken waar de leefbaarheid onder druk staat doen ze gerichte interventies. In de Week van Verbondenheid bijvoorbeeld brachten ze in drie verschillende wijken in Brugge en Oedelem mensen samen bij een koffie en een pannenkoek. Om preventief aan leefbaarheid te werken organiseren ze ook bewonersbijeenkomsten voor nieuwe huurders in nieuwe gebouwen.
Ondersteuning van het personeel
Samenwerken met het personeel van Vivendo is cruciaal om het project te doen slagen. Bedoeling is immers dat ze na drie jaar zelf verder aan de slag kunnen. De opbouwwerker maakte kennis met alle aspecten van de werking, en organiseerde brainstormsessies waarbij iedereen vanuit zijn opdracht mee nadacht over participatiemogelijkheden binnen de werking.
Samen gaan ze dus voor een ambitieus participatiebeleid waarbij binnen de werking van Vivendo maximaal kansen worden geboden voor bewonersbetrokkenheid. Wordt vervolgd!
Meer informatie en contact:
katrien.depovere@samenlevingsopbouw.be
T 050 39 37 71 M 0483 26 51 17
Op 5 oktober 2017 stemde het Federaal Parlement, ondersteund door alle meerderheidspartijen, een wet die het bezetten van gebouwen zonder recht noch titel inschrijft in het Strafwetboek. Vroeger konden krakers ook uitgezet worden maar dan na een burgerrechtelijke procedure. Een collectief van organisaties en krakers zijn van mening dat deze nieuwe maatregel disproportioneel zwaar is en in tegenspraak met het recht op wonen. Ze dienen daarom een beroep tot nietigverklaring in bij het Grondwettelijk Hof.
We leven in een context waar het steeds moeilijker wordt om op een klassieke manier een woning te bekomen. De aankoopprijzen en huurprijzen van woningen stijgen sneller dan de levenskosten. Die stijging gaat gepaard met een groeiende sociale onzekerheid in heel Europa. Gezien deze context is de invoering van deze nieuwe repressieve regelgeving disproportioneel zwaar en mensonwaardig.
Mensen die nu al in een zeer kwetsbare situatie leven worden nog meer in het hoekje geduwd. Reeds voor de stemming van de wet hebben organisaties en groepen die ijveren voor het recht op wonen getracht de parlementsleden tot rede te brengen en de publieke opinie te sensibiliseren…
Tijdens de hoorzittingen bij de Commissie Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers hebben ook andere actoren zich tegen dit wetsvoorstel gepositioneerd. Zo uitten het Nationaal Eigenaars- en Mede-eigenaarssyndicaat, het Koninklijk Verbond van Vrederechters en het College van Procureurs-Generaal serieuze twijfels over de doeltreffendheid en het nut van de wet. Tevergeefs.
Een onnodige en zinloze wet
Er bestonden reeds doeltreffende burgerrechtelijke procedures om het eigendomsrecht te laten gelden en om een eventuele uithuiszetting bij een betwiste bezetting te bekomen. Vanuit juridisch standpunt doet deze wet dan ook heel veel vragen rijzen. Naast strafvervolging, die gaat tot een boete van 1800€ en 1 jaar celstraf, is het de eerste keer dat een procureur een uithuiszetting kan bevelen zonder voorafgaand vonnis. De verkorting van de termijnen verhindert concreet elke poging tot verzoening. Deze verandering betekent een criminalisering van oplossingen voor een wooncrisis en is een schending van fundamentele rechten zoals het recht op wonen, het recht op een eerlijk proces, …
Twee maten, twee gewichten
Het is stuitend dat een repressieve regelgeving om het kraken aan banden te leggen wordt ingevoerd maar terzelfdertijd de vele leegstand onbestraft blijft. Ondertussen ondervindt een steeds groter wordende groep mensen moeilijkheden om zich te huisvesten via het klassieke circuit.
Een woning laten leeg staan is een overtreding en kan juridisch worden aangevochten. Dit gebeurt vandaag nog veel te weinig, wat de vrije loop geeft aan vastgoedspeculatie op grote schaal.
Kraken is een praktijk die tegemoet komt aan een fundamentele nood bij gebrek aan een andere oplossing, om financiële of sociale redenen en in een context waarin het moeilijk is een waardige woning aan een redelijke prijs te vinden. Er zijn miljoenen vierkante meters leegstaande woningen in België. We begrijpen dan ook niet dat mensen die hun recht op wonen laten gelden door te wonen in verwaarloosde panden, hier hardnekkig van weerhouden worden.
Doorheen de geschiedenis heeft kraken steeds een functie van proeftuin gehad op maatschappelijk, politiek en cultureel vlak. Het heeft haar capaciteiten bewezen als motor van weerstand, als versterker van het sociale weefsel en verrijker van het buurtleven.
Beroep tot nietigverklaring bij het Grondwettelijk Hof
Omwille van al deze redenen heeft een platform van 30 organisaties en individuen beslist om een beroep tot nietigverklaring in te dienen bij het Grondwettelijk Hof, met als bedoeling deze wet te laten intrekken. In het licht van de huisvestingscrisis en andere socio-economische crisissen, is kraken een politiek en sociaal instrument dat de effecten van deze crisissen kan indijken of bestrijden.
Met de nietigverklaring van deze wet hopen de organisaties en individuen deze repressieve maatregelen terug te kunnen dringen en een halt toe te roepen aan de criminalisering van kraken en krakers.
Deze ondertekenaars ondersteunen de indiening van het beroep :
Association de Défense des Allocataires sociaux (ADAS)
Art Madillo asbl
Au Quai asbl
Belgian Anti-Poverty Network – BAPN
Barricade asbl
Bij Ons/Chez Nous asbl
Brussels Platform Armoede vzw
Collectif Halé! Habiter léger
Communa asbl
Droit Au Logement Liège (DAL Liège)
Fédération Bruxelloise de l’Union pour le Logement (Fébul)
Front Commun SDF asbl
Habiter Bruxelles asbl
JES vzw
La Clef asbl
Liga voor mensenrechten vzw
La Ligue Droits de l’Homme asbl
Lire et Ecrire Brabant Wallon
La Maison à Bruxelles asbl
Mouvement Ouvrier Chrétien (MOC)
Netwerk tegen Armoede
Présence et Action Culturelle – Brabant wallon (PAC BW)
Rassemblement Bruxellois pour le Droit à l’Habitat (RBDH)
Réseau Brabançon pour le Droit au Logment (RBDL)
Rassemblement Wallon pour le Droit à l’Habitat (RWDH)
Réseau Wallon de Lutte contre la Pauvreté (RWLP)
Sector Samenlevingsopbouw vzw
Solidarités nouvelles asbl
Toestand vzw
Tout Autre Chose
Vie Féminine Brabant Wallon
Vlaams Huurdersplatform vzw
Woningen 123 Logement asbl
Daarnaast dienen ook ongeveer vijftien individuen die rechtstreeks getroffen zijn door de wet als verzoeker mee het beroep in.
Op 4 april 2018 pleitte Els Ampe (Open VLD) voor het stoppen met bouwen van sociale woningen in Brussel. Al snel kwam een discussie op gang over de noodzaak aan meer sociaal wonen. Niet alleen in Brussel, maar ook in Vlaanderen. De pers liet daarna verschillende lokale besturen aan het woord over hun nood aan sociale woningen.
Joy Verstichele, coördinator van het Vlaams Huurdersplatform schreef daarop volgend een opiniestuk waarin hij pleit voor meer sociaal wonen in plaats van minder. Hij haalt aan dat sociale woningen helemaal geen armoede aantrekken. Integendeel, waarom zou iemand naar een plek verhuizen in de hoop op een sociale woning wanneer daar ellenlange wachtlijsten zijn? Sociaal wonen zorgt daarentegen voor een betaalbare woonoplossing voor vooral mensen die nu al in de stad wonen.
De conclusie is dat er juist veel meer sociaal wonen nodig is. Zoniet dreigt de wooncrisis nog verder aan te wakkeren.
Lees hier het opiniestuk op de website van De Standaard of lees het hieronder:
Nee, sociale woningen trekken armoede niet aan
Joy Verstichele verbaast zich over de kwalijke reputatie die sociale woningbouw plots krijgt toegedicht. Was betaalbaar wonen niet juist een uitweg uit de armoede?
De afgelopen dagen laaide het debat over de wenselijkheid van sociaal wonen opnieuw op. Volgens schepen Els Ampe (Open VLD) zijn er in Brussel al voldoende sociale woningen. Ook enkele Vlaamse gemeenten en steden staan huiverachtig tegenover meer sociale woningen (DS 5 april). De redenering is dat meer sociale woningen ook meer armoede aantrekken. Zou het?
Mensen in armoede komen heus niet van heinde en verre om op die ellenlange wachtlijst voor een sociale woning te kunnen staan. De mensen die niet op eigen kracht in een woonoplossing kunnen voorzien, zijn er nu al. Ze wonen in vochtige appartementen, vervallen woningen en veel te kleine studio’s, waar ze zich blauw betalen aan huur. Steeds meer huurders nemen gedwongen hun toevlucht tot het grijze of illegale wooncircuit. De wooncrisis is totaal. Nochtans bestaat er in België zoiets als het recht op wonen. Dan heb je als lokaal bestuur de keuze: je neemt je verantwoordelijkheid of je pleegt schuldig verzuim.
Druk op private huurmarkt
De private huurmarkt zomaar haar gang laten gaan, is in elk geval geen optie. Nergens in Europa slaagt de private markt erin om betaalbaarheid en woningkwaliteit voor alle huurders te combineren met rendement voor de verhuurder zonder overheidstussenkomst. Er is altijd een segment waar dit onmogelijk blijkt. In Vlaanderen komt dit scherp naar voren. Uit het Groot Woononderzoek blijkt dat 30 procent van de private huurders na het betalen van de huur te weinig overhoudt om menswaardig te leven. Bovendien besteedt de helft van alle private huurders meer dan één derde van zijn inkomen aan huur en komen zowat 240.000 Vlaamse huishoudens in aanmerking om sociaal te huren.
Mensen in armoede komen heus niet van heinde en verre om op de wachtlijst voor een sociale woning te kunnen staan, ze zijn er nu al
Alles wijst erop dat de woonbehoefte in Brussel zo mogelijk nog groter is, maar uitgebreid wetenschappelijk onderzoek ontbreekt. Wel weten we dat in Brussel het aantal kandidaten voor een sociale huurwoning jaar na jaar stijgt en nu goed is voor 48.804 gezinnen, terwijl het bestaand aanbod aan sociale huurwoningen ongeveer 40.000 woningen bedraagt.
Els Ampe lijkt er toch van uit te gaan dat de private huurmarkt de problemen wel zal oplossen. De redenering wordt nog krommer wanneer ze beweert dat ‘de privémarkt zwaar onder druk staat door de sociale woningen’ (DS 4 april). Het tegendeel is waar. Sociale woningen bieden net een antwoord voor die huurders die de private huurmarkt niet kan bedienen. Een reden te meer om ambitieuzer in de sociale huurmarkt te investeren.
De grote verdienste van sociaal wonen is dat er een betaalbaar en kwaliteitsvol aanbod met woonzekerheid wordt ontwikkeld voor hen die daar nood aan hebben. Dankzij een objectief toewijzingssysteem worden ook selectie- en discriminatie-effecten uitgeschakeld. Een bekend recept, dat duidelijk vruchten afwerpt.
Behalve effectief is het ook efficiënt, blijkt uit onderzoek van het Steunpunt Wonen. De subsidies binnen de sociale huursector komen in sterke mate terecht bij de laagste inkomens. Doordat de te betalen huurprijs gelinkt is aan het inkomen, neemt de subsidie logischerwijs ook af naarmate het inkomen toeneemt. Het onderzoek concludeert dat het sociaal huursysteem in grote mate doeltreffend subsidies richt op de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden.
Meer sociaal wonen
Vergeleken met onze buurlanden hebben we een klein aandeel sociale huisvesting. Met gemiddeld 6,7 procent in Vlaanderen en 7,3 procent in Brussel hebben we nog een grote inhaalbeweging te maken. In Vlaanderen hebben we momenteel een groeipad voor sociale woningen dat gebaseerd is op gegevens van eind 2007. Met de huidige demografische evoluties wordt geen rekening gehouden, waardoor het aantal sociale woningen wel zal stijgen, maar het aandeel niet. Een vernieuwd en ambitieuzer groeipad dringt zich op. Dat is ook betaalbaar.
Uit onderzoek van Kristof Heylen (Hiva) blijkt dat 84 procent van de Vlaamse woonsubsidies naar eigenaars stroomt, tegenover 14 procent naar de sociale huur en 2 procent naar de private huur. Nochtans gaan net op de huurmarkt alle cijfers diep in het rood. Een beleid dat minstens evenveel budget investeert in huur als in eigendomsverwerving, is dus essentieel. De heroriëntering van de prijsopdrijvende en bijna nutteloze woonbonus naar de sociale en private huurmarkt is daarin een eerste en noodzakelijke stap.
De aandacht en middelen moeten gaan naar wie het moeilijk heeft op de woonmarkt. Dat moet de fundamentele doelstelling van elk woonbeleid zijn. Een bouwstop voor sociale woningen is de perfecte manier om de wooncrisis nog verder aan te wakkeren.
Op zaterdag 31 maart 2018 vindt een solidariteitsactie plaats voor dakloze kinderen in Gent. Nu ook de winteropvang de deuren sluit en de bijkomende veertig bedden worden afgebouwd, maken we ons nog meer zorgen over de impact op dakloze gezinnen en kinderen.
De straat is deel van het probleem
De cijfers van dakloosheid van gezinnen en kinderen in Gent pieken als nooit tevoren. Meer dan 250 kinderen, waarschijnlijk een onderschatting, zijn dakloos en/of thuisloos. Vele honderden volwassen ouders en alleenstaanden zijn dakloos. De wooncrisis slaat toe als nooit tevoren. De organisatoren van de actie erkennen de inspanningen van het Gentse stadsbestuur in het vroeger openen van de winteropvang en het verzorgen van de Warme Winter. Ze erkennen ook de zoektocht van de Stad Gent om korte termijnoplossingen te vinden binnen de Taskforce Wonen. Maar er kan meer leegstand aangeboden worden om dakloosheid te bestrijden. De straat is deel van het probleem en niet de oplossing. De organisatoren eisen dat er “hier en nu” geen kinderen op straat meer hoeven te leven.
Actie
De actie gaat door in het Baudelopark op zaterdag 31 maart 2018 van 18u00 tot 21u00.
Er worden 250 kaarsen aangestoken. Elke kaars is een kaars voor een dakloos kind in Gent. Iedereen wordt gevraagd om een grote witte kaars mee te brengen. Er wordt verzameld van 18h tot 21h, het uur wanneer veel gezinnen en kinderen pas toegang krijgen tot nachtopvang.
Op facebook kunt u hier uw aanwezigheid bevestigen en meer informatie terugvinden.
Beluister ook hier podcasts over Gentenaars zonder woning.


