Een woning zoeken en vinden voor erkende vluchtelingen? Het loopt allesbehalve van een leien dakje. En het vreet energie, zo blijkt uit een bezoek aan het OCMW van Waregem. Enkel dankzij een groot engagement van de vluchtelingen zelf, ondersteund door enthousiaste vrijwilligers en medewerkers van het OCMW, het Sociaal Verhuurkantoor (SVK) en het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) komt er toch af en toe een woning uit de bus. We legden ons oor te luisteren bij twee Syrische gezinnen, een aantal sociaal werkers en de voorzitter van zowel het OCMW als het sociaal verhuurkantoor met één vraag: Hoe verloopt de zoektocht naar een duurzame woning?

 

De tijd tikt

Wanneer vluchtelingen in België aankomen en een aanvraag doen om erkend te worden, zijn er in afwachting van een beslissing twee mogelijkheden. Ofwel worden ze naar collectieve opvangcentra gestuurd, ofwel worden ze opgevangen in een Lokaal Opvanginitiatief (LOI). Waregem heeft zo’n LOI, dat bestaat uit 11 woningen. Vluchtelingen die naar Waregem worden gestuurd, verblijven steeds in deze LOI-woningen die verspreid liggen over de stad en zijn deelgemeentes.

Eens de vluchtelingen erkend zijn, moeten ze snel duurzame huisvesting zien te vinden. “In principe moeten ze twee maanden na hun erkenning de LOI-woning verlaten. Indien goed gemotiveerd, kan deze periode met een maand worden verlengd. Enkel in echt uitzonderlijke gevallen zou Fedasil een vierde maand kunnen toestaan”, zo vertelt Laurence van Leuvenhaege, sociaal werker in het opvanginitiatief.

In het huurrecht moet een verhuurder minstens 6 maanden op voorhand zijn opzeg geven, zodat de huurder voldoende tijd heeft om iets nieuws te vinden. Maar van erkende vluchtelingen, die nog de taal moeten leren, werk moeten vinden en zien te integreren, verwachten we dat ze al na twee maanden een huurwoning hebben gevonden?

 

De grote zoektocht

Om de slaagkansen voor erkende vluchtelingen op een degelijke woning te verhogen, worden ze bijgestaan door de LOI-medewerkers, hun maatschappelijk werkers en een CAW-medewerker die twee halve dagen per week mee komt zoeken. Telefoontjes worden gepleegd, woningen bezocht, verhuurders aangesproken, immokantoren gecontacteerd, … noem maar op. Evenwel met wisselend succes. “We hebben het voordeel dat we zowel een lokaal opvanginitiatief, een crisisopvangcentrum, doorgangswoningen en een sociaal verhuurkantoor in eigen huis hebben. Tel daar het bovenlokaal samenwerkingsverband ‘Huis Inclusief’ bij en dan mogen we ons gelukkig prijzen dat we daardoor zelf vaak in een oplossing kunnen voorzien. Daardoor moeten we al jaren niemand de straat opsturen”, aldus Van Leuvenhaege.

Erkende vluchtelingen die in kleinere steden belanden, of die uit collectieve opvangcentra komen, kunnen vaak op veel minder ondersteuning rekenen.

Voor een duurzame woonoplossing zijn de erkende vluchtelingen toch vooral aangewezen op het sociaal verhuurkantoor of de private huurmarkt. En daar verloopt de zoektocht met horten en stoten, zo blijkt uit het verhaal van familie Alali.

 

Een droom

In februari dit jaar komt het gezin – moeder, vader en 4 kinderen – aan te België. Ze worden rechtstreeks naar een woning van het Lokaal Opvanginitiatief (LOI) in Waregem gestuurd. De kinderen kunnen meteen naar de buurtschool, waar ze heel goed worden opgevangen. Op 22 juni 2016 worden ze erkend als vluchteling en dus moesten ze op zoek naar een nieuwe woning.

In het begin kregen ze steeds het deksel op de neus. De ene keer was “het gezin te groot”, de andere keer waren er vraagtekens bij “hoe die mensen hier zouden leven”. Telkens kwam het niet tot een overeenkomst. Tot, via een contact met de school en het immokantoor, hen twee weken later een huurwoning werd aangeboden. Een unieke kans. Of in hun eigen woorden: “een droom”. Ze bezochten de woning, kregen een exemplaar van het huurcontract mee van het immokantoor en er werd een mondeling akkoord gesloten. Het OCMW stortte alvast een waarborg en er werd een datum geprikt voor de sleuteloverdracht begin augustus. Alles was in kannen en kruiken.

 

Een droom aan diggelen

Tot het immokantoor een maand later op de afspraken terugkwam. “De eigenaar zou toch eerst nog de woningkwaliteit willen bekijken”, zo werd aan de maatschappelijk werker van de huurders meegedeeld. De sleutels werden niet overhandigd en de huur ging niet door. De waarborg werd zomaar teruggestuurd. Droom aan diggelen.

Het immokantoor gaat hier deontologisch volledig uit de bocht, met de huurders als slachtoffer. Ofwel heeft de makelaar een woning aangeboden van ondermaatse kwaliteit, ofwel hebben ze de huurders aan het lijntje gehouden door verwachtingen te creëren waar ze niet aan konden voldoen, ofwel wil de eigenaar toch niet aan migranten verhuren en gaat het immokantoor mee in deze discriminatie. Hoe dan ook een onverantwoorde houding met dramatische gevolgen.

De opdoffer is natuurlijk dubbel zo hard voor dit gezin. Ondertussen is namelijk hun volledige termijn van 2 maand verstreken. “We gingen er natuurlijk vanuit dat we daar zouden kunnen wonen, dus dan zoek je niet verder. We zijn het OCMW dankbaar dat we toch nog even in de LOI-woning kunnen verblijven, maar beseffen dat het lastig zal zijn om op korte termijn een huurwoning te vinden. We zijn echt heel teleurgesteld”, aldus de moeder van het gezin Alali. “Het is een heel schrijnend verhaal”, stelt Van Leuvenhaege. “Het wordt een lastige opdracht om nog iets te vinden, maar we zullen doen wat we kunnen.”

 

De rol van de makelaar

De teleurstelling bij het gezin zit diep. De ontgoocheling in het immokantoor is enorm. Makelaars blijken wel vaker niet de partners waar kwetsbare kandidaat-huurders op hopen. Laatst bleek nog dat een immokantoor een eigenaar ontraadde om te verhuren aan vluchtelingen. Gelukkig besloot de eigenaar om, tegen het advies in, toch een huurcontract af te sluiten.

Dat er ook makelaars zijn die amper opkijken wanneer vluchtelingen zich willen informeren en ze afsnauwen met de woorden “No work? No money? You go!” doet de moed vanzelf in de schoenen zinken. Maar op papier staat zoiets natuurlijk nooit, dus is er niks gebeurd.

Nochtans, een degelijke makelaar zou de perfecte partner kunnen zijn om ook voor kwetsbare huurders een oplossing te vinden.

 

Goede huurders

Erkende vluchtelingen zijn nochtans geen moeilijker huurpubliek. Voor het betalen van de huur is er vaak geen probleem door de ondersteuning van het OCMW en de motivatie die er is om aan het werk te gaan. Het is wel soms wat wennen aan de manier van wonen. “Soms moeten we wat meer investeren in woonvaardigheden zoals wassen en koken. Ze moeten wat wegwijs gemaakt worden en dat kost wat energie in de opstart. Maar ze vragen vaak zelf hulp, terwijl anderen dat soms niet toelaten”, aldus Akko Deschuytter, medewerker inschrijven en toewijzen bij het Regionaal Sociaal Verhuurkantoor (RSVK).

 

Het sociaal verhuurkantoor

Deschuytter weet waarover ze spreekt. In het RSVK van Waregem blijkt dat er in 2016 tot dusver 127 nieuwe kandidaat-huurders werden ingeschreven, waarvan 10 erkende vluchtelingen die in een LOI, crisisopvang of noodwoning verbleven. Dit jaar waren er vooralsnog 21 toewijzen, waarvan 7 aan erkende vluchtelingen. “Sinds februari merken we dat er steeds meer inschrijvingen van erkende vluchtelingen komen. Ondertussen wordt het wat kalmer omdat ook de instroom van vluchtelingen afneemt”, aldus Deschuytter. Van Leuvenhaege sluit hierbij aan: “Er is nu een bezettingsgraad van 50% in het LOI door de verminderde instroom. Maar dat neemt niet weg dat de uitstroom heel moeilijk verloopt.”

Voor een sociale woning van een sociale huisvestingsmaatschappij komen ze vaak niet in aanmerking. De chronologie van inschrijving is namelijk doorslaggevend en daarvoor zijn ze nog niet lang genoeg in het land. Bij een sociaal verhuurkantoor speelt de woonnood wel een grote rol, waardoor erkende vluchtelingen daar soms een oplossing vinden, al blijft het aanbod beperkt.

Erkende vluchtelingen die willen verhuizen naar een andere plek dan waar ze worden opgevangen, kunnen niet genieten van punten van lokale binding. “Erkende vluchtelingen die in ons werkingsgebied worden opgevangen, krijgen punten voor lokale binding, maar voor erkende vluchtelingen uit verder gelegen steden of uit grootschalige opvangcentra is dat niet het geval”, aldus Deschuytter.

 

Grote gezinnen

Zeker grote gezinnen ondervinden problemen om degelijk en duurzaam te kunnen wonen. Doordat nu ook de gezinsherenigingen sterk toenemen, valt er weinig beterschap te verwachten. “Mannen die hier alleen aankwamen hebben ondertussen hun familie laten overkomen, maar voorlopig wonen ze dus in een veel te kleine woning. Ze staan wel ingeschreven om te verhuizen naar een grotere woning in ons patrimonium, maar er moet ook net iets vrijkomen”, aldus Deschuytter.

Het is een vaststelling die geldt zowel voor de sociale als de private huurmarkt. Er zijn gewoon te weinig woningen voor grote gezinnen. Personen en gezinnen die geen oplossing vinden op de sociale huurmarkt moeten vooral binnen hun eigen, beperkte, netwerk op zoek.

 

Het geluk aan je zijde

Gelukkig is het niet alleen kommer en kwel. Soms zit het ook gewoon mee. De familie Baroudjei vond de perfecte oplossing in hartje Waregem, maar wel “met heel wat geluk”, zo erkennen ze zelf. Het Syrische gezin – moeder, vader en vijf kinderen – kwam aan op 15/10/2015 en werd erkend op 27/06/2016. Het is nog maar de tweede dag dat ze de sleutels van hun nieuwe woning hebben, dus het is nog wat improviseren. Ze zijn nog volop aan het verhuizen uit hun bemeubelde LOI-woning en moeten nu dus zelf hun huisraad voorzien. Dankzij de installatiepremie kunnen ze wat goedkope spullen in de kringloopwinkel halen en ze plannen om eens langs te gaan bij Ikea. Bij een kopje thee in een verder nog bijna lege woning doen ze graag hun verhaal.

vlcuhtelingen“We waren eigenlijk niet op zoek naar iets in Waregem”, vertellen de zonen die het Nederlands al goed machtig zijn. “In de streek van Dendermonde hebben we familie, dus we zochten eerst daar. We namen verschillende keren de trein, zelfs al was dat redelijk duur. De ene keer was de woning veel te klein, de andere keer moesten we van de verhuurder het vorige huurcontract voorleggen, wat we natuurlijk niet konden aangezien we nog nooit gehuurd hebben.”

Via een toevallig contact van de LOI-medewerker, bleek een grote woning in het centrum van Waregem te huur te komen. Ze bezochten de woning en het contract werd getekend. Twee weken later hadden ze de sleutels en konden ze tijdig de tijdelijke LOI-woning verlaten. Ze beseffen maar al te goed dat ze geluk gehad hebben: “We zijn nu heel blij dat we in Waregem kunnen blijven wonen. Zonder de hulp van de mensen van het OCMW hadden we waarschijnlijk nog altijd niets gevonden.”

 

Lokaal Sociaal Beleid

Het mag duidelijk zijn dat het lokaal beleid een belangrijke taak heeft in het integreren van erkende vluchtelingen. Hen toeleiden naar een duurzame woning is daar een essentieel onderdeel van. Joost Kerkhove, schepen van sociale zaken, OCMW-voorzitter en voorzitter van RSVK Waregem dringt aan op meer ondersteuning van bovenaf. “De stad ontvangt wat middelen voor de lokale integratie van vluchtelingen, maar dat is ontoereikend. Het komt daarenboven bij het algemeen budget en wordt niet specifiek voorzien voor huisvesting. Ook de ondersteuning die we momenteel van een CAW-medewerker krijgen wordt teruggeschroefd. We hopen dat die extra tijd en middelen om naar geschikte woningen te zoeken, toch wordt verdergezet.”, aldus Kerkhove.

Niet alleen kijkt de OCMW-voorzitter naar de hogere overheden, maar hij kijkt ook in de richting van zijn collega lokale besturen. “Het stoort me heel erg dat niet alle gemeentes willen meewerken aan de uitbouw van een sociaal verhuurkantoor. Nochtans is het een prachtig systeem waarbij eigenaars hun woning zorgeloos kunnen verhuren en woonbehoeftige personen en gezinnen een oplossing kunnen vinden. Elk SVK moet 150 woningen verhuren tegen 2018, maar dat wordt natuurlijk onhaalbaar als sommige gemeenten geen werking op hun grondgebied willen. Zelfs een stimulans van €2000 per woning, zoals de provincie Oost-Vlaanderen voorziet, brengt hen niet op andere gedachten. Dan moet de minister van Wonen maar dwingen en een verplichting opleggen.”

Ondanks de algehele wooncrisis en het ontbreken van voldoende ondersteuning van bovenaf, slaagt Waregem er toch in om oplossingen te vinden dankzij de inzet en het engagement van de vluchtelingen zelf en hun ondersteuners. “We hebben het geluk dat we kunnen rekenen op zeer gemotiveerde sociaal werkers en dat we vele woondiensten onder hetzelfde dak hebben. De medewerkers doen heel veel inspanningen om oplossingen te vinden, waardoor we in Waregem niemand op straat moeten zetten”, zo besluit Kerkhove.

 

Uithuiszettingen op de huurmarkt zijn dagelijkse kost. Elke uithuiszetting is tragisch en dramatisch. In de eerste plaats voor de getroffen huurders, maar ook voor goedmenende verhuurders die soms geen andere optie zien dan naar de rechtbank stappen. Elke uithuiszetting is ook een blamage voor de samenleving die het grondrecht op wonen hoog in het vaandel draagt. Het probleem is prangend, dus besloten we onderzoek en praktijk samen te brengen. Jana Verstraete (KU Leuven), Koen Dierickx (OCMW Gent), Hanne Couckuyt (Samenlevingsopbouw Oost-Vlaanderen) en Sara Waelbers (CAW Antwerpen) gingen in gesprek met het Vlaams Huurdersplatform. Deze bijdrage is een weergave van dit gesprek.

 

Weinig concrete kennis

Onderzoekster Jana Verstraete (KU Leuven) steekt van wal met de resultaten van haar onderzoek. Met de intentie om de problematiek van de uithuiszettingen in kaart te brengen, vatte ze haar onderzoek aan. Daarvoor bracht ze verschillende data samen, van wetteksten tot enquêtes en gesprekken met vrederechters en sociaal werkers. Overal klonk hetzelfde geluid: “We hebben hier niet erg veel informatie over”.

 
Het blijkt een rode draad van deze thematiek te zijn. Zowel de cijfers over de opstart van een procedure bij het vredegerecht, het moment dat de vrederechter de uithuiszetting beslist als het moment dat de uithuiszetting effectief wordt uitgevoerd, vertonen grote gaten.

 
“Hoe verder we in de procedure van uithuiszetting zitten, hoe minder er geweten is. We hebben alle cijfers die we konden vinden, samengebracht en eigenlijk weten we meer niet dan wel”, aldus Verstraete.

 

Toename

Het is wel duidelijk dat het aantal opgestarte procedures in Vlaanderen sinds 2008 aanzienlijk is toegenomen. Het overgrote deel doet zich voor op de private huurmarkt, maar ook de sociale huurmarkt blijft niet buiten schot.

 
“In de media verscheen op basis van mijn onderzoek dat er tot 250 gezinnen per week uit huis gezet werden. Die cijfers werden echter verkeerd geïnterpreteerd. Er zijn gemiddeld zowat 250 inleidingen tot uithuiszetting per week en ik heb sterk uiteenlopende schattingen gevonden dat 30% tot 90% van de ingeleide zaken resulteert in een effectieve uithuiszetting.”

 
Het aantal mensen dat door een ingeleide uithuiszetting zijn woning moet verlaten, is nog groter dan het aantal ‘effectieve’ gerechtelijke uithuiszettingen. Sommigen verlaten de woning namelijk al voor er een uitspraak is. “Zelfs als het maar bij 30% van de ingeleide procedures tot een effectieve uithuiszetting komt, is het echte probleem van personen en gezinnen die de woning moeten verlaten, nog steeds een pak groter”, zo luidt het.

 

Kinderen

Ook de profielen van de getroffen huurders zijn onduidelijk. Sociaal werkers zeggen dat het iedereen kan overkomen, maar dat bepaalde groepen wel vaker terugkomen. Dan denken ze bijvoorbeeld aan jonge koppels of alleenstaande mannen.

 
Vaak is de kloof tussen het inkomen en de hoogte van de huurprijzen niet in verhouding. We zien bijvoorbeeld dat maar één op vijf van de betrokkenen een inkomen uit arbeid heeft. En laten we ook niet vergeten dat in één op de vier procedures kinderen betrokken zijn.

 

Wat nadien?

Wat gebeurt er met de mensen die hun woning verliezen? De sociale huurmarkt is vaak niet meteen toegankelijk en op de private huurmarkt is het aanbod betaalbare woningen zo klein dat er veel concurrentie is.

 
Verhuurders kunnen daardoor erg selectief zijn in hun keuze aan wie ze verhuren. Sommige verhuurders deinzen er ook niet voor terug om gegevens van de vorige verhuurder op te vragen, waardoor de kansen nog verkleinen om een nieuwe woning te vinden na een uithuiszetting. Velen komen dan ook terecht in tijdelijke woonsituaties, zoals een verblijf bij vrienden of familie.

 

Beter voorkomen dan genezen

Het onderzoek van Jana Verstraete ging eveneens na wat de pijn- en verbeterpunten zijn om uithuiszetting tegen te gaan. Zo zou het lonen om aanklampend te werken en de betrokkenen actief te benaderen.

 
Hulpverleners moeten voldoende tijd krijgen om preventief langs te gaan. Een brief sturen met het aanbod om te ondersteunen, blijkt vaak onvoldoende. Letterlijk aan de bel trekken, is de boodschap.

 
Daarom is het noodzakelijk om hulpverleners vroeger in het proces te betrekken. Nu worden hulpverleners vaak pas een paar dagen voor de zitting geïnformeerd. OCMW’s hebben de opdracht gekregen om die ondersteuning te bieden, maar er kwam nooit budget voor.

 
De CAW’s hebben een opdracht van preventieve woonbegeleiding op de sociale huurmarkt, waardoor met succes uithuiszettingen in de sociale huur vermeden worden. Op de private huurmarkt, waar de meeste uithuiszettingen plaatsvinden, worden veel minder mensen bereikt. Sinds anderhalf jaar zijn in de CAW’s wel kleine projecten op de private huurmarkt opgestart, om innovatief de beste werkwijze te ontwikkelen. Zowel sociale als private verhuurders kunnen nu probleemsituaties aanmelden. Maar preventie van uithuiszetting op de private huurmarkt blijkt toch veel moeilijker dan in de sociale huur.

 
Ten gronde besluit Verstraete dat “zolang huurprijs en inkomen uit balans zijn, het moeilijk zal blijven. Dan blijft het dweilen met de kraan open.”

 

Vaak te laat

Sociaal werker Koen Dierickx (OCMW Gent) noemt de pijnpunten terecht en legt uit hoe hij als woonbemiddelaar werkt om het om het aantal uithuiszettingen terug te dringen.

 
Iedereen waarbij een procedure werd opgestart, krijgt van het OCMW een uitnodiging met het aanbod om te bemiddelen. Op zowat de helft van die brieven komt reactie. “Het is frappant dat 68% van de personen of gezinnen waarbij een procedure wordt opgestart nog geen actief dossier heeft bij het OCMW. Dat betekent dus dat we heel wat mensen niet, of te laat, bereiken”, aldus Dierickx.

 
Waar mogelijk gaat een maatschappelijk werker mee naar de rechtbank. “Ook al mogen wij daar niet pleiten, we zijn wel een gezicht voor de vrederechters. We krijgen daar de kans om een aantal elementen toe te voegen. Of we proberen in overleg te gaan met de advocaat van de verhuurder.”

 
Uiteindelijk blijkt dat zowat één op vier van de huurders die reageerden op de uitnodiging van het OCMW effectief uit huis werden gezet. Maar er is geen informatie over diegenen die niet reageren.

 

Schulden

De mensen waar het woonteam van het OCMW mee in contact komt, zijn vaak mensen die al diep in de schulden zitten. Budgetbeheer alleen is vaak onvoldoende. Dan is een combinatie nodig met een collectieve schuldenregeling.

 
Maar op zo’n tien dagen tijd kan je dit niet realiseren, laat staan voldoende bewijsmateriaal aanleveren bij de vrederechter. Je bent dus teveel afhankelijk van de goeie wil van de verhuurder om toch nog geloof te hechten aan de rol van het OCMW of andere hulpverleningsorganisaties.

 
Woonbemiddeling komt bijna altijd te laat. “We kunnen op dat moment enkel doekjes voor het bloeden geven”, aldus nog Dierickx. Er is weinig tijd tussen het tijdstip van de aanmelding en de datum van de zitting. Bovendien zit je met het gegeven van een verzuurde relatie tussen huurder en verhuurder waardoor het vertrouwen zoek is. Dit herstel je niet op een aantal dagen.

 

Humaan

“Ik wil ook pleiten voor de humanisering van uitzetting. Een uitzetting vermijden, is vaak moeilijk. Maar als het zich dan toch voordoet, moeten we proberen het kostenplaatje terug te dringen.”

 
Als de woning bijvoorbeeld effectief moet worden leeggehaald door de gerechtsdeurwaarder en een verhuisploeg, kost dat veel geld. “OCMW Gent heeft wel positieve resultaten bij het motiveren en helpen om zelf tijdig de woning te ontruimen en de sleutel af te geven. Maar dat is zeer intensief.”

 

Oog voor de woonsituatie

Ook Samenlevingsopbouw zet in op woonproblemen bij maatschappelijk kwetsbare doelgroepen. “We brengen mensen samen om ervaringen te delen en oplossingen te zoeken, maar we gaan ook in dialoog met beleidsactoren”, vertelt opbouwwerker Hanne Couckuyt (Samenlevingsopbouw Oost-Vlaanderen).

 
Zowat vijf jaar geleden hebben ze intensief gewerkt rond uithuiszettingen. Hun vaststellingen van toen blijven actueel. Het is belangrijk dat problemen proactief worden opgespoord. Een aanklampende, outreachende hulpverlening is nodig.

 
Bij iedere cliënt moet er oog zijn voor de woonsituatie, zelfs als de cliënt voor totaal iets anders langskomt. “De brieven van het vredegerecht zijn in elk geval veel te ingewikkeld. Je hebt amper door dat je dreigt uit huis gezet te worden.”

 

Energieschulden

Er zijn ook heel wat misverstanden over de procedure tot uithuiszetting. Mensen denken vaak dat het hen niet kan overkomen, maar soms gaat het heel snel. Basisinformatie geven, kan de ernst al laten inzien.

 
Couckuyt: “We weten ook dat energieproblemen soms een voorbode zijn van het niet kunnen betalen van de huur. Mensen die regelmatig voor de Lokale Adviescommissie (LAC) verschijnen, krijgen later ook vaker te maken met de dreiging van een uithuiszetting. Op dat moment moet je al aan de slag kunnen gaan.”

 
Extra en langdurige opvolging in de dossiers waarbij het OCMW betrokken is in de afsluiting van het contract, bijvoorbeeld door het verlenen van een huurwaarborg, kan preventief werken om de huurachterstal niet te laten escaleren. Op die manier kunnen de onderliggende redenen die aan de basis liggen van de huurachterstal sneller gedetecteerd worden.

 
Zo komt een structurele oplossing in het vooruitzicht en kan een gerechtelijke procedure in sommige situaties vermeden worden. Deze manier van werken vraagt wel extra inzet van middelen en personeel.

 
Ook voor de verhuurders zou dat fijn zijn, zegt Jana Verstraete: “Veel verhuurders geven aan dat OCMW’s wel intensief helpen zoeken om een woning te vinden, maar er daarna te snel hun handen van aftrekken. Verhuurders willen soms daarom niet meer aan OCMW-cliënten verhuren terwijl ze hen in het verleden wel een kans wilden geven.”

 

Samenwerking als sleutelwoord

Mensen wachten vaak heel lang om naar het OCMW te stappen. Een woonwinkel is dan soms laagdrempeliger. Die kan trouwens ook openstaan voor private verhuurders. “Veel verhuurders willen wel een oplossing uitwerken, maar kunnen lokaal soms nergens terecht. Dan kunnen ze niet anders dan naar het vredegerecht stappen”, aldus Couckuyt.

 
Er is eveneens nood aan een nauwere samenwerking met het vredegerecht. Nu al voorziet de wet dat de griffiers bij de indiening van het verzoekschrift het OCMW binnen de vier dagen moeten inlichten. Hier en daar zijn er afspraken om dit sneller te doen of wordt ook het CAW ingelicht.

 
Dan moeten er ook duidelijke afspraken bestaan tussen OCMW’s en CAW’s. “Er moeten ook linken worden gelegd met bijvoorbeeld de energiecel van het OCMW en er is overleg nodig met de advocaten, justitiehuizen en schuldbemiddelaars moet overlegd”, meent beleidsmedewerker Sara Waelbers (CAW Antwerpen).

 

Sociale huur

Ook in de sociale huur komen uithuiszettingen voor. Soms is er te weinig begeleiding waardoor problemen die vermeden konden worden, zich toch voordoen. Huisbezoeken, zeker in het begin van de huur, kunnen dat ondervangen.

 
“Bij sociale huisvestingsmaatschappijen is het aantal opgestarte procedures veel hoger dan het aantal effectieve uithuiszettingen omwille van de dreiging die er vanuit gaat. Die dreiging zet mensen aan om een oplossing uit te werken of om een begeleiding of afbetalingsplan te aanvaarden”, aldus nog Jana Verstraete.

 
En ze vervolgt: “Het is opvallend dat er sinds 2008 een sterke stijging is van het aantal opgestarte procedures op de sociale huurmarkt. De stijging van het aantal effectieve uithuiszettingen is daarentegen, in verhouding, niet gevolgd.”

 
“De sociale huisvestingsmaatschappijen spelen kort op de bal om oplopende huurachterstallen te vermijden”, vertelt Sara Waelbers. “Ook maken veel sociale verhuurders weer vaker gebruik van de verzoeningsprocedure bij de vrederechters, in veel gevallen met succes. Daarnaast is goede samenwerking met de hulpverlening aangewezen.”

 
“In Antwerpen hebben we goede afspraken gemaakt. De zuivere huurachterstallen worden aangemeld bij het OCMW. Is er ook sprake van een samenlevingsproblematiek dan gaat het CAW aan de slag. Het is de bedoeling om de mensen die met één been buiten staan, toch binnen te houden. We krijgen de contactgegevens van de huurders en gaan dan langs. We bieden aan om hen via preventieve woonbegeleiding te helpen hun huurwoning te behouden.”

 

Een kwart minder uithuiszettingen

Bij de grootste Antwerpse sociale huisvestingsmaatschappij resulteerde deze totaalaanpak voor 2015 in 25% minder uithuiszettingen dan in 2014. Terwijl er een daling was van de totale huurachterstal met 8%. Die gecombineerde aanpak werkt dus wel.

 
Sara Waelbers: “Na een aanmelding doen we drie pogingen om langs te gaan. Een traject duurt in principe zes maanden, maar indien nodig wordt het verlengd. Er wordt altijd heel duidelijk met de huurder afgesproken wat doorgeven wordt aan de verhuurder. De vertrouwensrelatie houden we in ere. Het CAW is trouwens vragende partij om net als het OCMW in het sociaal huurbesluit opgenomen te worden als dienst die op de hoogte mag gebracht worden bij dreigende uithuiszetting van huurders met lage inkomens.”

 
In Antwerpen experimenteren ze met een nog meer proactieve aanpak. In sommige sociale woonwijken komt het CAW al in actie vanaf de tweede aanmaning. Soms gaat het dan nog over erg weinig geld. Dan kan één keer langs gaan of een telefoontje volstaan. Maar soms hebben ze zo meteen ook zicht op de grotere problematiek en kunnen ze vroeg ingrijpen als dat nodig is.

 

Woonzekerheid op de private huurmarkt

Omdat er meer uithuiszettingen zijn op de private huurmarkt moeten we ook daar investeren in preventie. Zo loopt er al een tijd een project in een samenwerking met de dienst woonzekerheid van het OCMW en CAW Antwerpen.

 
Verhuurders kunnen via de website van het OCMW of telefonisch met OCMW of CAW contact nemen en vragen om te bemiddelen. Ook sociale centra en andere eerstelijnswerkers kunnen cliënten aanmelden.

 
Huurders met alleen een probleem van huurachterstal worden dan begeleid door een OCMW-maatschappelijk werker. Is er eveneens sprake van een samenlevingsproblematiek, dan gaat het CAW aan de slag met preventieve woonbegeleiding.

 
Dat verhaal werd opgepikt en wordt nu ook door Vlaanderen ondersteund. Het afgelopen jaar kregen de verschillende CAW’s projectmiddelen om specifiek in te zetten op preventie van uithuiszettingen op de private huurmarkt. Het blijft onduidelijk of deze projecten structureel verankerd zullen worden.

Een maand voor 17 oktober, Werelddag van Verzet tegen Armoede, trekt het Netwerk tegen Armoede de campagne Investeren in wonen op gang. Mensen uit de 59 verenigingen waar armen het woord nemen kozen voor dit thema omdat de wooncrisis steeds meer Vlamingen hard treft. Een gebrek aan betaalbare woningen en de gebrekkige kwaliteit van veel sociale en private huurwoningen maakt dat tienduizenden Vlamingen in woonnood verkeren. Ze ijveren voor doortastende maatregelen, op korte én lange termijn.

Op de website www.investereninwonen.net kan je zowel een aantal getuigenissen als meer informatie over de campagne terugvinden.

 

Huurdersbond West-Vlaanderen nodigt u graag uit voor een studienamiddag waarin het thema ‘opzegging’ centraal staat. Aan de hand van een interactieve workshop wordt de wetgeving met betrekking tot de opzegging duidelijk toegelicht. Zowel de opzegging binnen de private als de sociale huur wordt behandeld. Hoe kan je de huurovereenkomst beëindigen? Wanneer kan je dit doen? Kan mijn verhuurder een einde stellen aan de huurovereenkomst? En mag een sociale verhuurder een contract opzeggen? Er is ruimte voorzien voor praktische toepassingen en vragen.
Deze studienamiddag richt zich tot professionele medewerkers en gaat door te Ieper (25/10), Kortrijk (08/11) en Brugge (22/11), telkens van 13u00 tot 16u30. Het inschrijvingsgeld bedraagt €10 voor huurdersbondleden en €30 voor niet-huurdersbondleden.
Inschrijven kan via volgende link: https://remote.huurdersbondwestvlaanderen.be/studienamiddag/inschrijving.php
Voor vragen of opmerkingen kunt u gerust een mailtje sturen naar annelies.marechal@huurdersbondwestvlaanderen.be of neem telefonisch contact op via 050 33 77 15.

Op 11 oktober stelt het Kinderrechtencommissariaat zijn dossier ‘(n)ergens kind aan huis. Dak- en thuisloosheid vanuit kindperspectief’ voor.  Houdt de regelgeving rekening met kinderen? Wie helpt kinderen en ouders die dak- of thuisloos zijn of het dreigen te worden? Hoe ervaren kinderen en ouders dak- en thuisloosheid en hoe zien ze hun toekomst? Wat kunnen beleid en praktijk doen om kinderen en ouders te beschermen tegen dak- en thuisloosheid?

Meer informatie kunt u hier terugvinden.

Inschrijven kan via deze link: http://www.kinderrechtencommissariaat.be/inschrijven-studiedag-nergens-kind-aan-huis-11-oktober-2016

 

Mijn hoofd rust op een kussen, het zijne op een rugzak. Ik bedek me met een warme dons. Hij met een sjofel deken. Mijn matras neemt de vorm van mijn silhouet aan. Zijn matras is een houten bankje. Ik heb een dak boven mijn hoofd, hij de sterrenhemel. Onze slapende lichamen bevinden zich amper dertig meter bij elkaar vandaan. In de schaduw van, oh ironie, de administratie Wonen. Mijn stek is zijn droom, de zijne mijn nachtmerrie.

 

BXL

Twee weken geleden migreerde ik uit het geliefde Gent naar het grootse Brussel. Sindsdien open ik elke ochtend de gordijnen met zicht op een pleintje nabij Brussel-Noord. Vanuit mijn klein, maar gezellig huurappartementje op de eerste verdieping zie ik met lede ogen aan hoe mensen buiten slapen. Mijn vijf minuten durende wandeling naar het station wijst me dag na dag op meer van dat.

In 2014 telden meer dan 150 vrijwilligers op één uur tijd 2603 dak- en thuislozen in de 19 Brusselse gemeenten. Het topje van de ijsberg, want niet alleen is het een momentopname, maar veel dak- en thuisloosheid is gewoon niet zichtbaar. Tegenover vier jaar geleden, is dit een stijging met 33 %. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat er ondertussen toch een daling zou zijn. Integendeel, door de verhoogde instroom van erkende vluchtelingen, waarvan geweten is dat zij het ook zeer moeilijk hebben om op de al oververzadigde huurmarkt een plekje te vinden, zullen de cijfers ongetwijfeld nog fors blijven stijgen.

 

Ziende blind

Een typisch grootstedelijk fenomeen denkt u? Niks van. Gent, Antwerpen en Brussel hebben geen patent op dak- en thuisloosheid. Uit onderzoek uit 2015 van Evy Meys en Koen Hermans in opdracht van het steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin blijkt dat 711 volwassenen en 53 kinderen werden geregistreerd in de Vlaamse winteropvang. Omwille van uiteenlopende redenen werden ook nog eens 593 personen geweigerd. In de thuislozenzorg van de CAW’s en de OCMW’s werden tijdens de bevragingsperiode ook nog eens 3019 volwassenen en 1675 kinderen geregistreerd. Voor de doorgangswoningen wordt vastgesteld dat 80% van de cliënten zich buiten de centrumsteden bevindt. Lokale besturen die beweren dat er in hun dorp of stad geen problemen zijn met dak- en thuisloosheid, zijn ziende blind.

Tot anderhalf jaar geleden mocht ik het zelf aanschouwen in het sociaal verhuurkantoor van Waregem, Deerlijk en Anzegem. De schrijnende situaties van mensen die zich daar inschrijven volgen elkaar in sneltempo op. Verbazend is het dus niet dat uit onderzoek van het Steunpunt Wonen door Isabelle Pannecoucke en Pascal De Decker blijkt dat in 2013 twee op de drie nieuwe huurders van een sociaal verhuurkantoor voorheen als dak- of thuisloos beschouwd konden worden. Het is precies daar waar gegarandeerd rendement voor verhuurders compatibel is met een oplossing voor mensen in woonnood.

 

Sleutelbos

De Vlaamse Woonraad deed alvast een stevige aanzet om dak- en thuisloosheid tegen te gaan en zelfs helemaal uit te roeien. Opvangcapaciteit, sociale verhuurkantoren, sociale huisvestingsmaatschappijen, structurele housing first projecten, maar ook de private huurmarkt, zijn verschillende sleutels aan dezelfde sleutelbos. Klaar om de deur naar duurzame huisvesting te openen. Voldoende opvangcapaciteit voor crisissituaties moet dan uitmonden in een vlotte doorstroming naar een degelijke en duurzame woonoplossing.

Er komt een dag dat iedereen op zijn twee oren kan slapen. Als we dat willen.

 

door Joy Verstichele, coördinator Vlaams Huurdersplatform.

 

In 2001 beloofde België om een interfederaal actieplan op te stellen tegen racisme en discriminatie. Dit plan moet duidelijk maken welke stappen elk beleidsniveau zal zetten om racisme en discriminatie tegen te gaan. We zijn 15 jaar later en er kwam nog niks van terecht. Het platform Praktijktesten Nu, waar het Vlaams Huurdersplatform deel van uitmaakt, klaagde dit samen met een aantal partnerorganisaties aan in een opiniestuk in De Standaard.

Het opiniestuk kunt u hier lezen.

praktijktest

Het komt wel vaker voor dat huurders vragen hebben over hun rechten en plichten bij het onderhoud en herstellingen aan de huurwoning. Bij sociale huurders is dat niet anders. De vijfde editie van de ‘Dag van de sociale huurder’ in Vilvoorde staat in het teken van dit thema. Wie moet voor welke herstellingen betalen? Wat mag je zelf doen en wat moet de sociale huisvestingsmaatschappij doen? Hoe zorg ik voor een gezonde thuis?

Op zaterdag 8 oktober ontvangen de Vilvoorde huurdersgroepen, in samenwerking met ondermeer de Inter-Vilvoordse Maatschappij voor Huisvesting en de huurdersbonden, u graag voor een interessante namiddag vol informatie en tips. De ‘Dag van de sociale huurder’ gaat door in cc Het Bolwerk te Vilvoorde. Er is onthaal vanaf 13u30. Inschrijven kan bij Bruno Van Loo via bruno.vanloo@risovlb.be of 0490/56 62 34 en is gratis. Hier vind je het programma.

 

 

 

Huurdersblad 229 (December 2016)

Huurdersblad 228 (September 2016)

Huurdersblad 227 (Juni 2016)

Huurdersblad 226 (Maart 2016)

Het platform “Praktijktesten Nu” vindt het de hoogste tijd om praktijktesten en mystery calls te gebruiken in de strijd tegen discriminatie. Er is echter nogal wat verwarring. Waarom is dit nodig? Wat is het verschil tussen praktijktesten en mystery calls? Hoe ziet een correct uitgevoerde praktijktest eruit?

Samenlevingsopbouw Antwerpen stad en provincie Antwerpen, Hand in Hand, Uit de Marge, Kif Kif, Minderhedenforum, Ella, De Vlaamse Jeugdraad en het Vlaams Huurdersplatform bundelen hun krachten. Deze organisaties gaan de strijd aan tegen discriminatie in het algemeen, maar het platform focust op etnisch-culturele discriminatie op de arbeids- en woonmarkt. Toch moeten ook in andere levensdomeinen en bij andere groepen praktijktesten en mystery calls ingezet worden.

Door infosessies te organiseren, wil het platform de meerwaarde van praktijktesten aantonen. De eerstvolgende sessies gaan door op 5 oktober om 19u00 te Antwerpen (Timmerwerfstraat 40, inschrijven bij jihad@kifkif.be) of op 24 oktober om 18u00 te Genk (Rondpunt 26, inschrijven bij jennifer.addae@uitdemarge.be). Aarzel niet en schrijf nu alvast in.

 

affiche infosessie praktijktestennu - augustus