Hoe worden middelen zo efficiënt en effectief mogelijk ingezet? In tijden van budgettaire beperkingen is dit vraagstuk meer dan ooit aan de orde, ook in het woonbeleid. Hoe effectief is dit Vlaamse woonbeleid? Maar vooral: hoe kan het effectiever worden? Op 21 juni organiseert het Steunpunt Wonen hierover een studiedag.
De afgelopen twee jaar gingen onderzoekers van het HIVA en van de TU Delft in de internationale literatuur op zoek naar beoordelingscriteria. Ze beluisterden daarbij ook de mening van de belanghebbenden via een bevraging en workshops. Zo werkten ze een afwegingskader uit dat het beleid moet toelaten de juiste keuzes te maken, daarbij vertrekkend van goede data, wetenschappelijke inzichten en voorbereid in overleg met alle belanghebbenden. Gebruik van dit kader zou de discussie over doelen en instrumenten van het woonbeleid objectiever en transparanter kunnen maken. Het zou zo kunnen bijdragen tot meer kosteneffectiviteit in Vlaanderen, maar ook daarbuiten.
Met de studiedag beogen de partners van het project twee zaken. Het eerste doel is om het afwegingskader toe te lichten en zichtbaarheid te geven. Een tweede doel is om dit kader toe te passen op een aantal concrete beleidsvragen.
Tijdens de studiedag zullen de onderzoekers de resultaten toelichten. Uitgenodigde sprekers worden gevraagd hierop te reflecteren en hun mening te geven over een kosteneffectief woonbeleid. We bekijken daarbij ook wat er internationaal beweegt in het woonbeleid en vernemen hoe er vanuit een internationale dimensie (door de OESO) naar het Vlaamse/Belgische woonbeleid wordt gekeken. Reflecties uit het publiek worden hierbij ook ten zeerste geapprecieerd.
Op dinsdag 21 juni wordt de materie toegepast op Vlaams niveau (voertaal Nederlands): https://steunpuntwonen.be/Studiedagen/Studiedag_Naar_een_kosteneffectief_woonbeleid_programma_21_juni_2016
Op maandag 20 juni worden een aantal Europese kaders toegelicht (voertaal Engels): http://www.housingeurope.eu/event-684/cost-effective-housing-policies-in-the-european-union
Al op 30/10/2015 trok het Vlaams Huurdersplatform aan de bel over de ongewenste effecten van de energieheffing voor gemeenschappelijke delen (VTM nieuws, 8:28). Ook de VVH (Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen) stelt zich vragen bij deze heffing en roept minister Tommelein op om de nodige aanpassingen te voorzien. De huurdersbonden, VIVAS en het Vlaams Huurdersplatform ondersteunen dit pleidooi en stellen dat een energieheffing moet gebaseerd zijn op het werkelijk verbruik en niet op het aantal aansluitingspunten. Hieronder kunt u het persbericht van de VVH integraal lezen.
Sociale huisvestingsmaatschappijen vragen Minister Tommelein om ook de energieheffing voor gemeenschappelijke delen te herbekijken
De Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen (VVH) is tevreden met de door Minister Tommelein aangekondigde aanpassing van de energieheffing voor elektrische verwarming. Een goede stap om de energiefactuur van 10.000 sociale huurders binnen de perken te houden. In een beweging roept VVH op om ook de gemeenschappelijke aansluitingspunten van sociale wooncomplexen mee te nemen in een aanpassing van de energieheffing. Ook daar spelen ongewenste neveneffecten.
Elektrische verwarming
‘In het sociaal woonpatrimonium zijn momenteel nog ongeveer 10.000 woningen – vooral appartementen – uitgerust met elektrische verwarming, dat zijn best wel veel gezinnen’, zegt Björn Mallants, directeur van VVH. ‘Meestal is dit in complexen waar deze elektrische verwarming niet eenvoudig kan vervangen worden, wat bijvoorbeeld vaak wel kan voor oude mazoutketels. We mogen ook niet vergeten dat tot in de jaren ’90 elektrische verwarming aangemoedigd werd, wat het toch wel grote aantal verklaart.’
VVH heeft dit probleem een aantal maanden geleden nog aangekaart bij het kabinet van de minister van Energie. De bekommernissen werden meegenomen. VVH is dus tevreden dat deze aanpassing vandaag vooropgesteld wordt. Ook werd in dat overleg met het kabinet een ander ongewenst neveneffect van de energieheffing gesignaleerd.
Energieheffing voor gemeenschappelijke delen
De sociale wooncomplexen in Vlaanderen hebben ongeveer 5.000 aansluitingspunten – de basis voor de energieheffing – voor gemeenschappelijke delen. Deze staan op naam van de huisvestingsmaatschappijen maar worden doorgerekend aan de huurders. Het kan gaan over de verlichting van gemeenschappelijke delen, liften,… Ook hiervoor dient een energieheffing te worden betaald die zal doorgerekend moeten worden aan de huurders.
Enerzijds gaat het over aansluitingspunten met een zeer laag verbruik van slechts enkele 100 khw (met een energiekost van nauwelijks enkele tientallen euro’s). Toch zal een energieheffing van 100 € betaald moeten worden (terwijl de verbruikgrens voor dit tarief 5.000 kwh is). Vaak gaat het hier over kleine complexen. Een aanzienlijk deel van onze huurders zijn beschermde gebruikers, met een tarief voor de energieheffing van 25 €. In kleine complexen (enkele woningen) loopt de kost van de energieheffing voor de gemeenschappelijke aansluiting voor hen dus snel op tot hetzelfde bedrag (bij vier woningen) of zelfs hoger (bij twee of drie woningen). Het sociaal tarief geldt daar immers niet.
Anderzijds zijn er complexen met zeer hoge verbruiken via het gemeenschappelijke aansluitingspunt, omwille van de verlichting van lange gangen, liften,… De energieheffing valt daar vaak in de categorie van 770 tot zelfs 1300 €. Die wordt dus verdeeld over de huurders van het complex. Zelfs in complexen met 50 woningen is dat nog een aanzienlijk extra bedrag.
Effect van de groepsaankoop energie teniet gedaan
VVH heeft recent – gecoördineerd door WoninGent, Woonhaven, ABC, Denderstreek en De Ideale Woning – een tweede maal een groepsaankoop voor energie georganiseerd. Ongeveer de helft van de maatschappijen namen deel. Terecht kreeg de sector daarvoor veel complimenten. De besparing was significant, en een deel daarvan kwam ook de huurders ten goede, net door een besparing op de gemeenschappelijke energiefactuur.
‘Het zou spijtig zijn dat deze besparing teniet gedaan wordt. Meer nog, dat een groot deel van de sociale huurders nu via een energieheffing voor gemeenschappelijke delen een heel stuk meer zouden moeten betalen. Dit bovenop hun individuele heffing. We zijn ervan overtuigd dat ook dit een onbedoeld neveneffect is van de energieheffing en vragen Minister Tommelein dan ook uitdrukkelijk om ook dit mee te nemen in de aangekondigde aanpassing’, stelt Mallants.
Zonnepanelen
‘Daarnaast willen we ook bekijken of en hoe we het plaatsen van zonnepanelen – zoals door de minister voorgesteld – in sociaal wonen kunnen aanpakken in het kader van dit dossier. Maar ook meer algemeen in het kader van duurzaamheid en betaalbaarheid. We zijn ervan overtuigd dat we daar met de ministers van Energie, Wonen en Klimaat een werkbare oplossing kunnen vinden zodat we die drie uitdagingen mee kunnen aanpakken vanuit onze sector,’ besluit de directeur van VVH.
Je ziet ze al van ver opdoemen, de Silvertoptorens. Op zondag 5 juni 2016 organiseren de Antwerpse sociale huisvestingsmaatschappijen, in samenwerking met onder andere PASH (Platform Antwerpse Sociale Huurders), opnieuw een grootse trappenloop in deze sociale woontorens. Na het succes van de eerste editie, wordt er dit jaar een vervolg aan gebreid.
Deelnemers kunnen kiezen om 1,2 of 3 torens omhoog te lopen, maar inschrijven is helaas niet meer mogelijk. Eén toren bevat zo’n 20 verdiepen die je op en af moet lopen, wat gelijkstaat met 640 treden. Het is vooral een sportief evenement, maar de sociale huurders vinden nog andere zaken belangrijk: “Wij vinden het fijn om hieraan deel te nemen, omdat het de positieve kant van de sociale huurder in de kijker zet”, aldus Danielle Vernimmen. Het is een ludieke en positieve manier om met sociale huisvesting om te gaan. Daarenboven zorgt het voor toenadering tussen de sociale verhuurders en huurders: “Vorig jaar verliep de samenwerking met Woonhaven heel goed. We kregen veel vrijwilligers bij elkaar, zowel via PASH als via Woonhaven.”
Ga gerust dus een kijkje nemen, want we zijn er van overtuigd dat de trappenloop dit jaar opnieuw een groot succes wordt. Lees hier meer info
De huurprijzen op de private huurmarkt blijven sneller stijgen dan de inkomens. Dat betekent dat alleenstaanden en gezinnen steeds minder budget overhouden na het betalen van de huur, zo blijkt uit het jaarverslag van de Vlaamse Huurdersbonden 2015. Niet alleen de stijging van de huurprijzen valt op. We stellen ook vast dat amper 44% van de huurders aangeeft overtuigd te zijn dat er een intredende plaatsbeschrijving werd opgemaakt. Eén op vijf huurders is zeker dat dit bij hen niet het geval is. Sommigen opperen wel eens dat in de plaatsbeschrijving ook de minimale kwaliteitsnormen van de Vlaamse Wooncode zouden moeten opgenomen worden. Met de voorliggende cijfers in de hand, kunnen we besluit dat dit een bijzonder slecht idee is. Zo’n regeling dreigt namelijk de plaatsbeschrijving nog complexer te maken, waardoor het aantal plaatsbeschrijvingen zonder twijfel nog zal dalen.
Het jaarverslag van de huurdersbonden behandelt ook deze keer weer een waaier aan thema’s. Enerzijds wordt de werking van de huurdersbonden uitgebreid besproken, anderzijds wordt een analyse van de Vlaamse huurmarkt gemaakt. We pikken de belangrijkste bevindingen er even uit en lichten deze kort toe. Neemt u gerust ook even het uitgebreid jaarverslag ter hand indien u nog meer informatie wenst.
De limieten van de huurprijs?
Sinds 2013 hebben we een zicht op de gemiddelde huurprijzen van alle huurdersbondleden in Vlaanderen. Daaruit blijkt dat de huurprijzen jaar na jaar sneller stijgen dan de gezondheidsindex. Huren neemt dus een steeds grotere hap uit het gezinsbudget. We nemen als startpunt de gemiddelde huurprijs van 2013 (€ 545). Deze evolueerde in 2014 tot € 574.45 en in 2015 tot € 590.22.
Deze resultaten liggen in lijn met deze van het Groot Woononderzoek, waar eveneens bleek dat de huurprijzen sneller stegen dan de index. Het Groot Woononderzoek bevat echter maar gegevens tot 2013. Het mag duidelijk zijn dat de trend naar een steeds onbetaalbaarder wordende private huurmarkt wordt verdergezet. De stijging geldt voor zowel de lagere, gemiddelde als hogere huurprijzen. Al in 2013 hield bijna 1 op drie private huurders te weinig over om nog menswaardig te kunnen leven en meer dan de helft van de huurders besteedde meer dan 30% van zijn inkomen aan huur. Dat de kloof ook na 2013 nog steeds groeit, is de rauwe realiteit van de steeds dieper snijdende wooncrisis. De Vlaamse huurdersbonden en het Vlaams Huurdersplatform eisen daarom op korte termijn uitgebreidere en meer toegankelijke huursubsidies, gekoppeld aan inventieve vormen van geconventioneerde huur en een uitbreiding van de sociale huurmarkt.
Plaatsbeschrijving is geen conformiteitsattest
Sinds 18 mei 2007 is een gedetailleerde, tegensprekelijke intredende plaatsbeschrijving verplicht. Wanneer er geen intredende plaatsbeschrijving wordt opgemaakt, rust het vermoeden dat de huurder het pand verlaat in de staat zoals hij er is ingetrokken. Nochtans geeft maar liefst 20% van de huurders (die na deze datum een contract hebben afgesloten) aan dat er geen plaatsbeschrijving werd opgemaakt. Nog eens 26% van de huurders zegt dat het bestaan van een plaatsbeschrijving hen niet bekend is.
Sommige politici zien echter heil in de plaatsbeschrijving om meteen ook de elementaire, minimale vereisten inzake veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit na te gaan. Of een woning al dan niet conform is, wordt nu nagegaan door gewestelijke of gemeentelijke ambtenaren via een uitgebreide technische onderzoeksfiche. De toevoeging hiervan aan de plaatsbeschrijving zou deze enkel complexer maken, waardoor het aantal opgemaakte plaatsbeschrijvingen nog dreigt af te nemen. Nochtans kan dit belangrijke gevolgen, zoals de nietigheid van het huurcontract, teweeg brengen. Bovendien worden plaatsbeschrijvingen nu vaak opgemaakt in onderling overleg tussen huurder en verhuurder of via een makelaar. Het is maar zeer de vraag of er wel voldoende technische kennis is om de woningkwaliteit te beoordelen en of er, in het geval van een betrokken makelaar, geen (schijn van) belangenvermenging kan ontstaan gezien de verhuurder vaak zijn opdrachtgever is.
4 op 10 huurwaarborgen niet volgens wettelijke regeling
De huurwaarborgregeling stelt (voor contracten afgesloten vanaf 18 mei 2007) dat een huurder de keuze heeft tussen drie wettelijk voorziene vormen. De meest gebruikte vorm is de plaatsing van de huurwaarborg van maximaal twee maand op een geblokkeerde regeling (56,77%). Daarnaast is het mogelijk om een bankwaarborg (1,88%) te stellen of een bankwaarborg te voorzien via tussenkomst van een OCMW (2,6%). Nochtans zien we ook andere, niet wettelijk voorziene, vormen opduiken.
Vaak eisen verhuurders een huurwaarborg in cash geld of via storting op de eigen rekening van de verhuurder. Het gaat over maar liefst 16,48% van alle huurwaarborgen. Jaar na jaar merken we ook dat in Antwerpen deze verboden praktijk bij meer dan 30% van de huurwaarborgen wordt gehanteerd. De kwetsbare positie van de huurder bij het afsluiten van een huurcontract wordt hier keihard uitgebuit.
Ook Korfina – Korfine huurwaarborgen komen de laatste jaren stevig op, vooral bij huurcontracten die worden afgesloten via een immobiliënkantoor. Door met een verzekerings-/beleggingsproduct te werken, omzeilen ze de bestaande huurwaarborgwetgeving. Via dit type huurwaarborg wordt vaak getracht om een huurwaarborg van meer dan twee maanden te kunnen vragen. We noteren een jaarlijkse stijging van dit type huurwaarborgen tot zelfs 16,5% voor contracten afgesloten sinds 18 mei 2007. We zien dat zowat een kwart van de huurwaarborgen die via deze weg worden gesteld 3 maanden of meer huur bedragen.
Volgens de wetgeving is het aan de huurder om te kiezen onder welke vorm de waarborg wordt aangeboden. Dan is het erg eigenaardig dat de huurder ervoor zou opteren om een waarborg te stellen van meer dan twee maanden met een lager rendement. Dit wijst er dus op dat veel verhuurders en immobiliënkantoor in werkelijkheid de keuze helemaal niet aan de huurder laten, maar zelf de vorm van de huurwaarborg bepalen, tegen de wet in.
Duur van het huurcontract: waar de regel de uitzondering wordt
De Woninghuurwet bepaalt dat een huurovereenkomst in de regel wordt afgesloten voor een duur van negen jaar. Hiermee wou de wetgever de woonzekerheid bewaken. In afwijking kunnen ook contracten van een kortere duur (tot maximaal drie jaar) worden afgesloten.
Toch zijn huurcontracten van korte duur eerder regel dan uitzondering geworden. In 2015 waren bijna 53% van alle huurcontracten van korte duur, tegenover bijna 43% negenjarige huurcontracten. Een kleine minderheid (4,46%) betreft contracten van meer dan negen jaar of voor het leven lang.
Huurcontracten van korte duur zijn vaak nadelig voor de huurder. Tussentijdse opzegmogelijkheden voor de huurder zijn er namelijk uitgesloten. Je zal het maar meemaken dat je een kortlopend huurcontract afsluit van drie jaar en na een half jaar de job van je leven te pakken krijgt aan de andere kant van het land. Moet je dit dan laten liggen omdat je verplicht bent om maar liefst nog 2,5 jaar huur door te betalen? Of wat met relaties die stuk lopen? Je kan dan enkel nog hopen op een goedmenende eigenaar waarmee je onderling een haalbare regeling kunt treffen, maar dit is natuurlijk niet steeds het geval.
Lees gerust het volledige jaarverslag door.
De Vlaamse Woonraad schreef op eigen initiatief een advies over de strijd tegen dak- en thuisloosheid met als centrale vraag: wat kan er vanuit het woonbeleid gebeuren om dak- en thuisloosheid aan te pakken en te beëindigen? Deze vraag vormde de basis om tot een gedragen advies te komen van alle leden, waaronder het Vlaams Huurdersplatform. Dit advies zal alvast kunnen helpen bij de opmaak van een Vlaams strategisch plan dak- en thuisloosheid en de uitvoering van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA). Volgens de Woonraad is een meer woongericht en preventief model noodzakelijk om het hoofd te kunnen bieden aan dak- en thuisloosheid.
Dak- en thuisloosheid kent verschillende vormen en ook de oorzaken zijn erg uiteenlopend. Zowel structurele, institutionele, persoonlijke als relationele problemen kunnen aan de basis liggen van enerzijds het verlies van huisvesting en anderzijds het niet kunnen bekomen van nieuwe duurzame huisvesting. Volgens de Vlaamse Woonraad legt het woonbeleid best de focus op structurele en institutionele factoren zoals de processen op de woningmarkt, de toegang tot de arbeidsmarkt, de ontslagprocedure uit een instelling, het tekort aan gepaste dienstverlening, …
Woongerichte oplossingen
Daarenboven weten we dat het aandeel private huurders met een te hoge woonkost zeer hoog ligt, terwijl het aandeel sociale woningen net erg laag ligt. Dat betekent dat veel mensen die zich nu op de private huurmarkt bevinden een heel kwetsbare positie hebben. De Vlaamse Woonraad wil daarom dat de woonoplossing centraler komt te staan in de bestrijding van dak- en thuisloosheid. Oplossingen liggen dan ondermeer in een uitbreiding van de sociale huurmarkt (zowel bij sociale huisvestingsmaatschappijen als sociale verhuurkantoren), herdenking van het toewijzingssysteem van de sociale huisvestingsmaatschappijen, een uitbreiding van de huursubsidies, installatie van vernieuwende vormen van geconventioneerde huur, een wet op de humanisering van uithuiszettingen, housing first projecten, verbeterde toegang tot de private huurmarkt door discriminatie aan te pakken en een aangepaste huurwaarborgregeling te voorzien, een goed werkend fonds ter preventie van uithuiszettingen en meer doorgedreven inzet op tijdige, preventieve woonbegeleiding.
Ambitieniveau
De Vlaamse Woonraad stelt eveneens voorop dat we de ambitie moeten hebben om op middellange termijn dak- en thuisloosheid volledig te beëindigen. Een juridisch versterkt recht op wonen kan daarbij helpen. Dat betekent dat het recht op wonen juridisch en individueel afdwingbaar zou moeten worden aangezien een duurzame huisvesting noodzakelijk is om ook andere rechten te kunnen opnemen. Stabiele huisvesting aanbieden moet dus een eerste stap worden, maar er moet uiteraard ook voldoende aandacht zijn voor samenwerking tussen de beleidsdomeinen wonen en welzijn, vanuit het belang van de dak- of thuisloze zelf.
Het volledige advies en bijhorende presentaties kunt u hier terugvinden.
Beste mevrouw Homans,
Begin november 2015 kon u hier een collectief standpunt lezen, waarin we met een aantal organisaties en instanties de alarmbel luidden over de dreigende woonnood.
Vandaag, bijna een half jaar later, stellen we vast dat waarvoor we waarschuwden intussen realiteit is geworden: de asielcrisis van 2015 ging naadloos over in een verscherping van de bestaande wooncrisis. Een paar getuigenissen:
Een Soedanees gezin met 3 kinderen tussen 0 en 9 jaar werd erkend als vluchtelingen. Een van de kinderen heeft een mentale achterstand en nood aan aangepast onderwijs. Na lang aanschuiven op de wachtlijst vonden ze een plaats in een school in Brussel. Het gezin vindt geen woning in Brussel en zoekt ook in andere steden. De meeste eigenaars struikelen over het leefloon (1134 euro per maand voor het hele gezin). Verhuurders vragen dat de huishuur maximum een derde van het leefloon bedraagt. Dit gezin moet dus een woning vinden voor 5 mensen met een woonbudget van 378 euro. Wanneer ze toch langs mogen gaan bij een eigenaar, blijken er altijd betere kandidaten te zijn. De maatschappelijk assistent vroeg en kreeg al twee keer een maand uitstel van Fedasil. Nu moeten ze de opvang verlaten en met hun 3 kinderen naar Samu Social. De materiële steun van Fedasil stopt. Mevrouw is naar de noodopvang van Samu Social gegaan en heeft daar de nacht doorgebracht met drie kinderen. Nu blijkt dat ze minstens 7 nachten op 14 dagen tijd moeten doorbrengen in de noodopvang voor Samu Social voor het OCMW kan ingeschakeld worden. De noodopvang sluit op 24/4. Dan moet mevrouw elke avond bellen om 17u om te vragen of er ergens een opvangplaats vrij is.
Een Syrisch gezin met twee kinderen van 5 jaar en 1 jaar oud verbleef in de asielopvang in Gent. Van zodra ze erkend werden als vluchteling begonnen ze intensief te zoeken naar een woning, met hulp van familie in West-Vlaanderen en een maatschappelijk assistent. Ze werden constant afgewezen omdat ze geen loonfiche konden voorleggen. Een paar eigenaars haakten af omdat ze Syrisch zijn. Een neef van hen, die een job heeft, wilde borg staan, maar ook dit leverde niets op. Bij een immokantoor werden ze aan het lijntje gehouden. Na lang aandringen kregen ze bericht dat de woning die ze op het oog hadden verhuurd was aan iemand anders. Twee weken later staat de woning nog altijd te huur. De materiële steun van Fedasil werd intussen stopgezet. De familie verblijft nu met zijn vieren bij een broer in Brussel, in een kleine studio.
Eens erkend als vluchteling hebben mensen 2 maanden de tijd om een woning te vinden op de overbevraagde woonmarkt.
De drempels die ze moeten nemen zijn niet de minste: taalachterstand, een beperkt familiaal en sociaal netwerk, geen loonbrief, discriminatie, eindeloze wachtlijsten voor sociale woningen, …
Op de private huurmarkt zijn ze de speelbal van verhuurders die weinig zin hebben om hun woningen aan nieuwkomers te verhuren. De ongeschreven en vaak oneerlijke wetten van de markt creëren een paradijs voor huisjesmelkers, die ongestraft peperdure krotten en kamers kunnen verhuren aan kwetsbare mensen in nood en zonder alternatief.
Daarnaast stuiten deze mensen op een gebrek aan aanbod. Het tekort aan kwalitatieve en betaalbare huurwoningen is allesbehalve nieuw. Er stonden al meer dan 100 000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning voor de asielcrisis uitbrak.
Het verheugt ons dat er bij de laatste begrotingscontrole 20 miljoen euro werd vrijgemaakt voor sociaal wonen. Ook de stijging van de huursubsidiemiddelen waarover de regering een akkoord bereikte en een aantal maatregelen om het aanbod sociale woningen te verruimen stellen we op prijs. Toch stellen we vast dat er extra inspanningen nodig zijn om aan de stijgende vraag te beantwoorden.
We vragen geen uitzonderingsregime of voorrangsregels voor mensen met een vluchtelingenstatuut. Wat we wel vragen is een daadkrachtig beleid: de optimale inzet van alle bestaande en nieuwe instrumenten die een antwoord kunnen bieden op de woonnood van alle kwetsbare mensen. Duurzame oplossingen voor de wooncrisis komen iedereen ten goede.
Zo is het cruciaal om de termijn tussen erkenning en het verlaten van de opvang op te trekken van 2 naar 4 maanden, een bevoegdheid van uw collega Theo Francken, maar een thema dat u wellicht met hem kunt bespreken.
Andere stappen waar we aan denken: een huurwaarborgfonds creëren, leegstand bestrijden en benutten, een noodplan voor de bouw van bijkomende kleine woningen, sensibilisering van verhuurders, praktijktesten om discriminatie tegen te gaan, een wettelijk kader voor samenhuizen. Het is slechts een greep uit de uiteenlopende pistes om de problematiek aan te pakken.
De oplossingen zijn er. We gaan hierover graag constructief met u in dialoog.
Vluchtelingenwerk Vlaanderen – Charlotte Vandycke
Orbit Vzw – Didier Vanderslycke
Minderhedenforum – Wouter Van Bellingen
Samenlevingsopbouw Brussel – Angela van de Wiel
Centra Algemeen Welzijnswerk – Anita Cautaers
Beweging.net – Michel Debruyne
Caritas International – Anne Dussart
Vlaams Huurdersplatform – Paul Pataer
Het Vlaams Huurdersplatform, VIVAS en de Vlaamse Huurdersbonden vinden woonzekerheid van essentieel belang. De Vlaamse regering besliste dat nieuwe huurders op de sociale huurmarkt enkel nog tijdelijke contracten zullen krijgen. Het Vlaams parlement moet dit nog bekrachtigen, maar voor bovenstaande organisaties is dit voldoende reden om het belang van woonzekerheid in de sociale huur nog eens in de verf te zetten. Eén van de acties is het opstarten van een affichecampagne onder de slogan “zeker wonen = thuis komen”, waarbij wordt gepleit voor het behoud van woonzekerheid en tegen tijdelijke contracten voor nieuwe huurders.
De Vlaamse regering heeft beslist om voor nieuwe sociale huurders tijdelijke huurcontracten in te voeren. Op dit moment krijgen sociale huurders een contract van onbepaalde duur dat enkel wegens specifieke redenen kan worden opgezegd. Voor nieuwe sociale huurders zal er echter een tijdelijk contract van 9 jaar klaar liggen, dat telkens kan verlengd worden met 3 jaar. Wanneer je 25% boven de inkomensgrens zit of wanneer je de woning onderbezet en niet ingaat op twee alternatieve voorstellen, moet de sociale huisvestingsmaatschappij het contract opzeggen. Zo verkeren de toekomstige sociale huurders voortdurend in onzekerheid over het behoud van hun woning terwijl iedereen weet dat een duurzame woonst net een basisbehoefte is.
Het Vlaams Huurdersplatform, VIVAS en de Huurdersbonden begrijpen daarenboven niet waarom het nodig zou zijn om de woonzekerheid voor alle nieuwe sociale huurders af te bouwen. Ook binnen huurcontracten van onbepaalde duur, kan je namelijk regels inschrijven die aangeven wanneer je een opzeg kan krijgen, zonder de woonzekerheid van alle nieuwe sociale huurders aan te tasten.
Onze uitgebreide reactie kunt u hier terugvinden.
Wenst u ook één of meerdere affiches te bestellen? Stuur dan een mailtje naar info@vlaamshuurdersplatform.be met het aantal affiches dat u wenst te ontvangen en het adres waar we deze naar toe mogen sturen.
Bij de laatste Vlaamse begrotingscontrole besliste de Vlaamse regering op aansturen van minister van wonen Liesbeth Homans om 200 miljoen euro extra te investeren in sociale woningbouw en de renovatie van het sociaal patrimonium.
Dit is een belangrijk signaal. Vlaanderen heeft, in vergelijking met zijn buurlanden, erg weinig sociale woningen (6.7%). Nochtans is de nood gigantisch. De wachtlijsten zijn ellenlang en op de private huurmarkt betalen veel huurders te veel voor een te weinig kwaliteitsvolle woning.
Dat het groeipad voor sociale woningen eerder werd teruggeschroefd als besparingsmaatregel deed dan ook de wenkbrauwen fronsen. Door deze 200 miljoen euro extra in te schrijven in het begrotingsdecreet, wordt deze besparing in elk geval al voor dit jaar gecompenseerd. De huurdersbeweging is er van overtuigd dat de extra investering een stap in de goede richting is en hoopt tegelijk dat dit de voorbode mag zijn van ambitieuzere groeidoelstellingen en een toename van de bijhorende middelen op structurele basis voor sociaal wonen.
De drempel tot de rechtbank, zowel door de kosten, door de ingewikkelde taal, door de formaliteiten als door de kostprijs van een advocaat is onmogelijk hoog geworden.
Voor het platform “Recht voor Iedereen” is het 5 voor 12. Bovenop de problemen die zich al stellen plant de regering nu ook een “hervorming” van het systeem van juridische bijstand. Hierdoor zal de drempel tot justitie nog verhogen voor mensen met een laag inkomen.
Het platform nodigt iedereen uit om samen aan de alarmbel te trekken. Op woensdag 27 april 2016 om 11u00 wordt er afgesproken voor de lokalen van het Bureau voor Juridische Bijstand (BJB) in de Regentschapstraat 63, 1000 Brussel. Er wordt gewandeld van het Bureau voor Juridische bijstand naar het Ministerie om de eerste lijst van ondertekenaars van onze petitie af te geven.
De eisen van het platform en de petitie kan je terugvinden op www.netwerktegenarmoede.be/petitie.
De Ambrassade brengt verschillende toegankelijke jongerenfolders uit die dieper ingaan op een specifiek thema. Eén van die onderwerpen is ‘huren’. Scholen, bibliotheken en heel wat andere organisaties stellen deze brochures ter beschikking zodat geïnteresseerde jongeren vlot alle informatie kunnen opsnorren waarin ze geïnteresseerd zijn. Het Vlaams Huurdersplatform werkte mee aan de folder die je hier kan downloaden.
Ben je dus jong en wil je meer weten over huren? Bekijk dan zeker eens de folder. Wil je nog meer weten? Neem dan zeker een kijkje op onze website of neem contact met de huurdersbond.