Huisvestingssubsidies voor de rijken

Gepost op 2026-04-13

Wie in Vlaanderen huurt op de private markt en een beperkt inkomen heeft, heeft mogelijk recht op een huurpremie of huursubsidie. De huurpremie is er voor mensen die vier jaar of langer op de wachtlijst voor een sociale woning staan. Een huursubsidie kan je krijgen als je verhuist van een woning van slechte kwaliteit naar eentje van goede kwaliteit. Ook als je uit een situatie van dak- of thuisloosheid komt of een ingehuurde woning van een woonmaatschappij huurt, heb je hier mogelijk recht op. Opgepast, er zijn nog tal van andere bijkomende voorwaarden verbonden aan de huurpremie of huursubsidie, met als gevolg dat veel mensen met betaalbaarheidsproblemen deze financiële ondersteuning toch soms mislopen.

Een goed systeem?

We zijn daarom al langer vragende partij om de huursubsidie en huurpremie te hervormen en te zorgen dat alle huishoudens met betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt er recht op hebben. De Vlaamse regering beloofde alvast een hervorming door te voeren, maar lijkt te weinig centen te voorzien om iedereen ook echt te kunnen helpen.

Soms komt er kritiek op een uitgebreid huurtoelagesysteem. Tegenstanders stellen dat dit de huurprijzen zou doen stijgen. Het idee is dat verhuurders de huurprijzen hoger zullen zetten als de huurders meer centen ter beschikking hebben. Hoewel dat een terechte zorg is, kan je dat gevaar vermijden. Zo is nu ook al de hoogte van de huurtoelage gelinkt aan je inkomen. Wie meer verdient, krijgt een lagere huursubsidie. Op die manier creëer je veeleer een gelijk speelveld, waarbij ook mensen met beperktere inkomens kunnen concurreren op de huurmarkt, eerder dan dat dit zou leiden tot een prijsopdrijvend effect.

Federale maatregelen met averechts effect

Wat we nu op federaal niveau zien gebeuren, tart echter alle verbeelding. Verschillende tienduizenden werknemers uit de hogere inkomenscategorieën, die zich vaak makkelijk zelf kunnen behelpen op de woonmarkt, zullen een maandelijks budget krijgen dat ze aan de huur of hypotheek mogen besteden. Het gaat over bedragen van makkelijk 500 tot 1000 euro per maand.

Dat is het gevolg van de nieuwe regels rond bedrijfswagens. Iedereen die een bedrijfswagen heeft, zal mogen kiezen om die wagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget. Nu blijkt dat de meeste werknemers ervoor kiezen om dat mobiliteitsbudget rechtstreeks te spenderen aan het betalen van de huur of de hypotheek. De enige voorwaarde daarvoor is dat je bedrijf groot genoeg moet zijn en dat je ofwel minstens halftijds moet thuiswerken of binnen een straal van tien kilometer van je werk moet wonen.

Grotere ongelijkheid op de woonmarkt

Voor deze werknemers is dat uiteraard mooi meegenomen, maar zo ontwricht je pas de woonmarkt. Niet alleen kan dit de prijzen de hoogte in jagen, maar ook de ongelijkheid op de woonmarkt zal hierdoor vergroten.

Het is krankzinnig dat wie zijn recht op wonen dag in dag uit geschonden ziet, amper of helemaal niet op overheidssteun kan rekenen, maar dat de vaak hogere inkomens straks massaal hun mobiliteitsbudget kunnen inruilen voor een bedrag waarmee je een aanzienlijk deel van de huur of hypotheek kan betalen.