Gepost op 2017-07-13

De criminalisering van het kraken: een destructief voorstel dat zelfs z’n doel mist

Deze donderdag 13 juli, heeft de meerderheid in de Commissie Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor een wetsvoorstel gestemd, gericht op het versterken van de procedures om elke bezetter van lege gebouwen uit te drijven en te sanctioneren. De tekst moet nog goedgekeurd worden in plenaire zitting van de Kamer om wet te worden. 

 
Het wetsvoorstel beoogt een strafbaarstelling van elke bezetter van een leegstaand goed indien de bezetter geen gevolg geeft aan het bevel van de procureur des Konings om binnen de acht dagen het goed te verlaten. Hiervoor is wel een strafklacht door de eigenaar vereist. De bezetters beschikken over een beroepsmogelijkheid bij de vrederechter eveneens binnen de acht dagen te rekenen vanaf de publiek aanplakking van het voornoemd bevel. De strafbaarstelling kan resulteren in een boete en/of gevangenisstraf.

 
De verenigingen voor het recht op wonen en de strijd tegen de armoede, evenals de krakerscollectieven veroordelen dit wetsvoorstel met kracht.

 
Vooreerst omdat dit wetsvoorstel ons onnuttig voorkomt. Er bestaan namelijk reeds mogelijkheden voor de eigenaars om met een beroep op het gerecht zijn goed te recupereren. Naast de klassieke procedure voor de vrederechter, kan de eigenaar een procedure in kort geding inleiden waardoor een uitdrijving binnen enkel dagen mogelijk is. De Koninklijke Unie van vrederechters stelde, tijdens de parlementaire hoorzitting van vorige week in de commissie, zich ook vragen bij het belang van deze strafbaarstelling en de werkbaarheid van de strafrechtelijke procedure. De snelheid van de procedure om z’n woning te recupereren is voor een eigenaar ter goeder trouw, of een huurder, van het grootste belang. Welnu het wetsvoorstel garandeert geen kortere termijnen dan deze van toepassing bij de reeds bestaande burgerrechtelijke procedures.

 
Ten tweede, verzetten we ons tegen dit wetsvoorstel die in een context van groeiende ongelijkheid, de meest kwetsbaren zal penaliseren: de toegang tot de huisvesting wordt steeds moeilijker (onbetaalbaarheid van de private huurprijzen) (1), een schrijnend gebrek aan sociale huurwoningen (2) en de opvang- en –onthaalcentra voor daklozen die overvol zitten(3).
Het huidig initiatief refereert naar enkele sterk gemediatiseerde gebeurtenissen te Gent waar de bezetters ook slachtoffer waren van een zogenaamde verhuurder en van een onwettige onderverhuring, terwijl de eigenaar (terecht of ten onrechte) inriep dat de woning bewoond was.
Gebaseerd op deze geïsoleerde feiten, voorziet de tekst van het wetsvoorstel een analoge behandeling van nochtans zeer uiteenlopende situaties. Op die manier zullen de maatregelen volgende situaties en groepen raken:

  • de meest kwetsbaren voor wie het kraken een laatste toevlucht en alternatief is voor het leven op straat;
  • de collectieven die in nauw contact met de buurt gemeenschapsvormende en solidaire ruimtes herscheppen;
  • de kwetsbare huurders die zich verplicht zien om bij gebrek aan beter woningen in huur te nemen tegen ontoereikende voorwaarden (zonder geschreven huurovereenkomst, met betaling van de huur handje contantje zonder betaalbewijs…); in deze gevallen, dreigen huisjesmelkers deze procedure te gebruiken om hun huurders, die geen bewijs van huurcontract kunnen voorleggen, te intimideren;
  • de vakbondsacties gericht op een bezeting van bedrijfsterreinen of –gebouwen.

 

Het is zelfs klaar en duidelijk dat de procedure door middel van het bevelschrift van de procureur des Konings geen toepassing krijgt in het geval waarin het pand of de woning bewoond is, hetgeen impliceert dat de bescherming van de gezinswoning en het privé-leven dan geschonden is. De procedure in kwestie is namelijk enkel van toepassing wanneer de gebouwen of de woningen leeg staan en onbewoond zijn. De voorgenomen maatregelen vormen dus geen effectieve oplossing voor die situaties die de parlementsleden voor ogen hebben en die volgens hen het wetsvoorstel rechtvaardigen. Wel integendeel dreigen ze zware gevolgen te sorteren in andere situaties en dreigen ze de meest kwetsbare personen hard te penaliseren.

 

Tenslotte blijken de parlementairen de weldadige gevolgen, teweeg gebracht door de projecten van bezetting, te negeren, terwijl die voordelig kunnen zijn voor allen: socio-culturele projecten met een open attitude naar de wijk (open tafels, herstelateliers, taal-, sport of kookcursussen), het onderhoud als een goede huisvader van het gebouw, dat eenmaal dit leeg blijft staan, snel vervalt en dreigt uit te groeien tot een stadskanker…

 
Ter elfder ure hebben de meerderheidsleden van de Commisie van Justitie nog een aantal nieuwe subamendementen ter stemming voorgelegd. Zo zal ondermeer de vrederechter vooraf de mogelijkheid hebben om de partijen te verzoenen en na te gaan of geen akoord kan gesloten worden tussen krakers en eigenaar. Veel ruimte zal dit uiteraard niet opleveren nu de termijn van uitdrijving maximaal één maand bedraagt. Enkel indien het overheidsgebouwen betreft kan de termijn maximaal zes maanden bedragen.

 
Nu het vanzelfsprekend is dat we de bezetting van bewoonde woningen veroordelen, betreuren we tegelijkertijd de energie die wordt gestoken in de strafrechterlijke vervolging van personen die zich in een precaire situatie bevinden en die slechts beschutting zoeken in onbezette plaatsen.

 

Ondertekenaars

BAPN (Réseau Belge de Lutte contre la Pauvreté – Belgisch Netwerk Armoedebestrijding), VHP (Vlaams Huurdersplatform), RBDH (Rassemblement Bruxellois pour le Droit à l’Habitat), Brussels Platform Armoede, FéBUL (Fédération Bruxelloise de l’Union pour le Logement), ASBL Woningen 123 Logements, RWDH (Rassemblement Wallon pour le Droit à l’Habitat), Tout Autre Chose/Hart boven Hard, RBDL (Réseau Brabançon pour le Droit au Logement), RWLP, Front des SDF, CRI (Collectif de Réappropriation Intégrale), DAK (Domus Art Kunst), Samenlevingsopbouw, vzw Chez Nous/Bij Ons, La Maison à Bruxelles, ASBL La Brique, Netwerk tegen Armoede, ASBL Communa.

 

Noten

(1) In Brussel stijgen de huurprijzen sneller dan de inkomens: in 2015 was de gemiddelde maandelijkse huurprijs opgeklommen tot 709€ (ze bedroeg in 2010 591€), terwijl bijna één derde van de bevolking (29,7%) onder de armoededrempel leeft (1.093€ voor een alleenstaande persoon). Concreet moeten de gezinnen waarvan het inkomen niet hoger is dan 1.500 € gemiddeld 60% van hun budget aan de huur besteden.
Bron: Observatorium van huurprijzen, Enquête 2015, SLRB.
Onderzoek van het wetenschappelijk Steunpunt Wonen (Groot Woononderzoek 2013) toont aan dat de woonquote op de Vlaamse private huurmarkt in de periode 2005 -2013 negatief is geëvolueerd.
“In 2013 was het aandeel huishoudens met een woonquote boven 40 % opgelopen tot 47% van de private huurmarkt ; 89 % en 40 % van de private huurders, respectievelijk uit het eerste en tweede inkomensquintiel, beschikt na betaling van de woonuitgaven niet over een voldoende resterend inkomen om menswaardig te leven. Er wordt gesteld dat een derde van de private huurders na het betalen van de huur in de armoede belandt (dit betreft 160.000 – 170.000 gezinnen).  Huishoudens in de onderste lagen van de private huurmarkt kampen dan ook doorgaans met een ernstig betaalbaarheidsprobleem, wat hun woonsituatie bijzonder precair maakt. “ Bron:  advies Vlaamse Woonraad, ‘Wooncrisis in de onderste lagen van de private huurmarkt’,  2017/06 –  27/04/2017, blz. 7-8, https://www.wonenvlaanderen.be/sites/wvl/files/wysiwyg/vwr_advies_ondersegment_eindversie_0.pdf

 
(2) Ter indicatieve titel, in het Brussels Gewest zijn 43.000 gezinnen ingeschreven op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. Voor Wallonië bedraagt dit cijfer 39.000. Voor Vlaanderen: 125.000.
Bronnen : 

– Société du Logement de la Région Bruxelles-Capitale (2015), Rapport annuel. 
– Société wallonne du logement (2016), Rapport d’activités.
– Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (2016), Synthesetabel van 31.12.2016

 
(3) Een recente telling uitgevoerd deze winter, heeft 3.386 personen geteld die te Brussel slecht gehuisvest of dakloos waren. Het eerste onderzoek van dit type heeft  bijna 10 jaar geleden plaats gegrepen (2008) en het globale cijfer van daklozen is sindsdien verdubbeld. Tenslotte is het aantal dakloze personen dat woont in onderhandelde bezettingen of kraakpanden in dezelfde periode gestegen met 40%.
Bron: De Strada, Vierde en dubbele editie van de telling van dakloze en slecht gehuisveste personen in het Brussels hoofdstedelijk Gewest, 7 november 2016 en 6 maart 2017.
Een onderzoek naar dakloosheid in Vlaanderen gevraagd door de bevoegde Vlaamse minister Vandeurzen, wees uit dat in de periode 15 januari 2014 – 31 januari 2014 711 personen en 53 kinderen een beroep deden op de winteropvang terwijl in diezelfde periode 593 personen werden geweigerd, waarvan 416 omdat de winteropvang volzet was. Het onderzoek -dat zich beperkt tot gebruik van gekende aanmeldingen in de Vlaamse thuislozensector en bij Ocmw’s, wat dus noodgedwongen een grote onderschatting inhoudt van het werkelijk aantal daklozen- raamt voor de periode 15 januari 2014 – 15 februari 2014 het aantal dak-, thuislozen en personen die leven onder dreiging tot uithuiszetting op 4.329 cliënten en 1.728 kinderen.” Bron: Koen Hermans & Evy Meys, ‘ Nulmeting dak- en thuisloosheid, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, juni 2014, blz. 187, https://steunpuntwvg.be/images/rapporten-en-werknotas/nulmeting-dak-en-thuisloosheid. Het onderzoek laat niet toe te becijferen hoeveel van deze mensen tijdelijk verblijven in leegstaande gebouwen of terreinen, maar ervaringen op het terrein leren dat ook in Vlaanderen een belangrijk deel van deze groep op dit soort ‘oplossingen’ voor hun woonnood dient terug te vallen.