Gepost op 2017-03-11

Een inbreuk op het woonrecht: pak dit snel en efficiënt aan

Een koppel woonachtig in het Gentse, dat tijdelijk in het buitenland verblijft, kreeg te horen dat een tiental personen hun huis zijn binnengebroken en er hun intrek hebben genomen. Natuurlijk maken deze mensen zich grote zorgen en vragen ze, trouwens samen met de burgemeester, om een snelle sluitende juridische procedure om die inbreuk op hun woonrecht en privacy ongedaan te maken. De actie is enkel te veroordelen en is trouwens nu reeds strafbaar.

Volgens de Vlaamse huurdersbonden is het verstandiger om manifeste inbreuken op het woonrecht strafbaar te stellen en via een kortgedingprocedure de burgemeester met een bevel van de vrederechter te machtigen om hieraan een einde te stellen. Een strafbaarstelling op het kraken van leegstaande woningen wegens inbreuk op het eigendomsrecht is niet de meest aangewezen weg. Want wat indien dit koppel huurders waren geweest? Hebben zij dan geen recht op een even efficiënte bescherming van hun woonrecht?

 

Huisvredebreuk is nu al strafbaar en grondwettelijk beschermd

Om de zoveel tijd duikt een verhaal op van mensen die op vakantie gaan, een tijdje in het buitenland verblijven of die in een zieken- of verzorgingstehuis werden opgenomen en die bij terugkeer moeten vaststellen dat hun woning gekraakt is. Het recht op wonen van deze mensen wordt onaanvaardbaar geschonden. Gelukkig zijn dit soort laakbare handelingen reeds strafbaar. Het vormt dan immers een vorm van huisvredebreuk. Het is daarbij niet van tel of de bewoners tijdelijk de woning niet betrekken.

De onschendbaarheid van het wonen is nu reeds opgenomen in artikel 15 van de Grondwet. De aantasting van de onschendbaarheid van de woning door private personen is nu trouwens al strafbaar volgens artikel 439 van het Strafwetboek. Volgende voorwaarden moeten voldaan zijn om zich te kunnen beroepen artikel op 439 SW:

 
1. het binnendringen in een door een ander bewoond huis, appartement, kamer of verblijf of in de aanhorigheden ervan;
2. binnendringen zonder een bevel van de overheid en buiten de gevallen waarin de wet toelaat in de woning van particulieren tegen hun wil binnen te treden;
3. de dader moet gehandeld hebben hetzij met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, hetzij door middel van braak, inklimming of valse sleutels;
4. het algemeen opzet volstaat: de beweegreden van de dader is van geen belang.

Het betreft hier trouwens geen bescherming van het eigendomsrecht, maar wel van de onschendbaarheid van de woning dat een aanvulling is van de individuele vrijheid en van het recht op privacy. Of in termen van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is hier het ‘Recht op eerbiediging van privé-, familie en gezinsleven’ in het geding: “Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.” Hiervoor is dus geen strafbaarstelling nodig, want dit is – terecht overigens- reeds strafbaar.

 

Roep om efficiënte afdwingbaarheid

Mensen die, zoals dit koppel, in zo’n situatie terecht komen zijn in de eerste plaats vragende partij om zo snel mogelijk hun woning en woonrecht te recupereren. Momenteel kan de politie het strafbaar feit enkel vaststellen door opmaak van een proces-verbaal. Er is namelijk altijd een vonnis van een rechter nodig om mensen uit een woning te zetten. Dat is zelfs grondwettelijk verankerd. De eigenaars kunnen voor de rechter via een deurwaardersexploot de uithuiszetting van deze krakers van een bewoonde woning vorderen als  bezetters zonder titel noch recht en tevens vragen dat ze gemachtigd zijn om met tussenkomst van de politie indien nodig de bezetters de woning te laten ontruimen. Daarnaast bestaat er ook een spoedprocedure worden opgestart waarbij men de voorzitter van de rechtbank van Eerste Aanleg in kortgeding procedure kan vatten (artikel 1.035 Ger. Wetb. e.v.). We zouden het merkwaardig vinden indien de advocaat van het koppel deze procedure nog niet opgestart heeft.

Wel zou het een goede zaak zijn om, bij manifeste inbreuk op het woonrecht van een bewoonde woning, zoals hier het geval is, te kunnen werken met een spoedprocedure, maar steeds met een bevel van een rechter. Precies omwille van de grondwettelijke onschendbaarheid van de woning die we toch niet willen opgeven.

In zo’n geval is het ook beter om de strafbaarstelling en spoedprocedure van toepassing te maken op iedere inbreuk op het woonrecht, ongeacht het bewonerstatuut van de bewoner (eigenaar-bewoner, huurder of zelfs een ander woonstatuut). Want ook huurders verdienen in zo’n gevallen een evenwaardige bescherming.  In dit geval is de gewestelijke overheid bevoegd. Zij kan overwegen om de reeds bestaande wooninspectie (met bevoegdheid van officier van gerechtelijke politie) hiervoor bevoegd te maken, mits er garanties op een snelle tussenkomst zijn.

 

Strafbaarstelling kraken

Nu gaan opnieuw stemmen op om de strafbaarstelling bepaald in artikel 439 van het Strafwetboek te wijzigen en te verruimen tot strafbaarstelling van iedere vorm van kraken van een pand, ook wanneer dit leegstaand is en ook wanneer dit geen woning betreft. Eveneens wanneer het een speculatieve vorm van leegstand betreft, en ook als de bezetters het pand in stand houden, onderhouden of zelfs verbeteren, en ook als het een politieke actie betreft die de leegstand en het gebrek aan betaalbare huisvesting in de verf wil zetten. De ene kraker is immers de andere niet.

 
De strafbaarstelling dreigt ook iedereen te viseren die uit armoede gaat kraken, en zelfs de daklozen die beschutting zoeken tegen de vrieskou. Een onderzoek van Koen Hermans naar dakloosheid in Vlaanderen wees uit dat in de periode 15 januari 2014 – 31 januari 2014 711 personen en 53 kinderen een beroep deden op de winteropvang terwijl in diezelfde periode 593 personen werden geweigerd, waarvan 416 omdat de winteropvang volzet was. Het onderzoek raamt voor de periode 15 januari 2014 – 15 februari 2014 het aantal dak-, thuislozen en personen die leven onder dreiging tot uithuiszetting op 4.329 cliënten en 1.728 kinderen. Het is onrechtvaardig om burgers te sanctioneren omdat het beleid faalt. Een ruime strafbaarstelling van kraken van leegstaande gebouwen (zelfs lege bedrijfsgebouwen) dreigt groepen van mensen, zoals daklozen, te criminaliseren die dit niet verdienen.

 

Kraken veronderstelt leegstand

Elk beleidsvoorstel inzake kraken zal daarom het daaraan voorafgaand fenomeen van leegstand in de beoordeling moeten betrekken. Immers bij leegstand onttrekt men – in tijden van schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle huisvesting in het bijzonder voor de meest kwetsbare huishoudens – een schaars goed aan de markt waardoor anderen er niet in slagen hun basisbehoefte inzake wonen te realiseren.

 
Hoe efficiënter de overheid de leegstand weet te bestrijden, des te minder dringt zich de noodzaak op van nieuwe rechterlijke beleidsinstrumenten gericht tegen het kraken, laat staan van een criminalisering van het kraken an sich. Immers nu reeds is het binnendringen van een woning tegen de wil van de eigenaar of huurder strafbaar wanneer men er tevens ’s nachts wordt aangetroffen (artikel 442 Strafwetboek).

 
Daarnaast bestaan er nu reeds burgerrechtelijke instrumenten voor eigenaars om zich te beschermen tegen het wederrechtelijk bezetten van hun pand. De voorstanders van het strafbaar stellen van kraken schermen met het argument van ontoereikende of onafdoende efficiënte rechtsmiddelen om zich te verweren tegen het onrechtmatig bezit nemen of wederrechtelijk gebruik van hun panden. Aan de vraag of een snelle en efficiënte procedure niet beter burgerrechtelijk wordt aangepakt en zo nodig geremedieerd met respect voor de rechten van verdediging, wordt al te snel voorbij gegaan. Het is nochtans zelden dat een strafrechtelijke procedure, waaraan logischerwijze de nodige rechtswaarborgen en dus ook procedures zijn verbonden, tot snellere en afdoende ‘oplossingen’ zal leiden.

 
In dit verband signaleren de Vlaamse Huurdersbonden dat wanneer huurders buitenrechtelijk (zonder uitvoerbaar vonnis van de vrederechter) en dus per definitie onrechtmatig van de ene op de andere dag uit hun woning worden gezet, sommige politiekorpsen weigeren op te treden en zelfs te verbaliseren, alhoewel de voorwaarden voor huisvredebreuk en dus vaststelling van het misdrijf eveneens aanwezig zijn.

 

Kraken is een gevolg van een groter probleem

Kraken is in regel slechts het gevolg van een achterliggend en omvattender maatschappelijk probleem zoals woningnood, het onnodig leegstaan van woonruimte en soms zelfs inadequaat woonbeleid. Bovendien dreigt een criminalisering onbedoelde “collateral damage” te veroorzaken. Hoe zal men zonder gedegen, zorgvuldig en dus enigszins tijdrovend vooronderzoek en beroep op de rechtbank, voorkomen dat huurders die niet over een schriftelijk huurcontract beschikken of waarvan het huurcontract is opgezegd zonder dat er sprake is van een uitvoerbare titel tot uithuiszetting, niet ten onrechte slachtoffer worden van malafide verhuurders die ten alle prijze hun huurders willen uitdrijven? Precies daarom is steeds een bevel van de rechter nodig en is dit zelfs Europees verdragsrechtelijk beschermd.

 
Men zou, alvorens zich op glad ijs te begeven, beter een wetsevaluatie maken van de strafbaarstelling van het kraken in Nederland. Dat gaat weliswaar niet zover gaat als de meeste Belgische wetsvoorstellen, aangezien kraken er uitdrukkelijk niet strafbaar is indien het pand langer dan 1 jaar leeg staat. De criminalisering van het kraken ging er gepaard met de enorme groei van anti-kraakbedrijven die contracten afsluiten met eigenaars van leegstaande panden om deze tegen zeer nadelige voorwaarden in bruikleen te geven aan precaire woningbezetters die er zich onder meer toe verbinden geen contact te nemen met de media. Ook bij ons duikt dit fenomeen steeds vaker op. Of hoe een criminalisering van het kraken hand in hand kan gaan met een legalisering van de leegstand en ondergraving van het woonrecht van huurders.

 

Conclusie

Een maatschappelijk debat over kraken moet alle relevante belangen in rekening brengen, zoals het belang van het recht op wonen, de impact van leegstand op verloedering en leefbaarheid, het belang van daklozen én krakers, het belang van de bescherming van eigendom en het belang van de samenleving in haar geheel. Dit vergt een zorgvuldige belangenafweging en beleidsvoorbereiding met alle betrokken stakeholders op basis van monitoring van de huidige beleidsinstrumenten inzake leegstand, dakloosheid en kraak.

 
Het zou dus logisch zijn om ook een doorgedreven debat inzake huisvesting te voeren om deze problematiek daadwerkelijk te doorgronden. Immers gedwongen dakloosheid en kraak kan niet los gezien worden van de toenemende uitsluitingsmechanismen en discriminatie op de huurmarkt en de groeiende onbetaalbaarheid op de private huurmarkt.