Gepost op 2017-05-18

Gemiddelde huurprijzen volgen inflatie, maar opvallende stijging in goedkoper segment

De huurprijzen zijn in 2016 niet sterker gestegen dan de inflatie. Dat blijkt uit het jaarrapport van de Vlaamse huurdersbonden op basis van bijna 18.000 private huurcontracten in het Vlaams Gewest. Wel noteren de huurdersbonden de afgelopen drie jaar veel sterkere huurprijsstijgingen in het onderste segment van de private huurmarkt. Voor huurders op zoek naar een betaalbare woning, is dit bijzonder slecht nieuws.

 

Geen geruststelling

Jaar na jaar rapporteerden de huurdersbonden dat de huurprijzen sterk bleven stijgen. Daar lijkt voorlopig een einde aan te zijn gekomen. In 2016 stagneerden de huurprijzen. Dit zou ons moeten geruststellen, maar dat is geenszins het geval. Achter deze algemene huurprijsstagnering zien we namelijk een exponentiële stijging bij de goedkopere huurwoningen.

We wegen de stijging van de huurprijzen altijd af tegenover de stijging van de levensduurte, zoals berekend aan de hand van de gezondheidsindex. Tussen 2014 en 2016 is de levensduurte gestegen met 3,17%. De 20% goedkoopste huurprijzen daarentegen zijn gemiddeld met maar liefst 31€, of 8,63%, gestegen in dezelfde periode. De 20% tot 40% laagste huurprijzen zijn eveneens gevoelig gestegen met 6,61%. Dit betekent dus dat de huurprijzen van de goedkopere huurwoningen veel sneller stijgen dan gemiddelde huurprijzen voor alle woningen. We stellen eveneens vast dat het segment met de hoogste huurprijzen gemiddeld zelfs een kleine relatieve daling kende tegenover de inflatie.

In lijn met wetenschappelijk onderzoek

Uit het Groot Woononderzoek blijkt dat er op de private huurmarkt heel wat eensgezinswoningen van de huurmarkt zijn verdwenen, maar dat er nog meer (nieuwbouw)appartementen in de plaats zijn gekomen. Daardoor stelden we voor het eerst sinds lang een groei van het aantal huurwoningen vast. Heel wat goedkopere panden zijn van de huurmarkt verdwenen en in de plaats zijn duurdere nieuwbouwappartementen gekomen. In dit duurdere segment zien we dat de markt zichzelf enigszins weet te regelen en de huurprijzen zo niet al te veel de hoogte injaagt. In de goedkopere segmenten blijkt dat een verdere verschaling van het beperkt aanbod tot gevolg heeft dat de huurprijzen de lucht inschieten. Ook het Groot Woononderzoek stelde al langer vast dat huurders met de laagste inkomens de hoogste huurprijsstijging kenden.

 

Wooncrisis

De wooncrisis slaat duidelijk hard om zich heen. Een betaalbare en kwaliteitsvolle huurwoning vinden, lijkt steeds meer op het winnende lot in de loterij. Want vergeten we vooral niet dat ook andere kosten en lasten, en zeker de energiekosten, de afgelopen jaren ook de lucht in schoten. In 2013 bleek al dat 30% van de private huurders na het betalen van zijn huur te weinig overhoudt om menswaardig te leven en dat 52% van de private huurders meer dan 1/3 van zijn inkomen aan huur besteedde.

We kunnen uit niks besluiten dat deze cijfers een positieve evolutie zouden kennen. Integendeel. Het is niet voor niks dat de Vlaamse Woonraad vorige week nog een advies publiceerde met als veelzeggende titel ‘Wooncrisis in de onderste lagen van de private huurmarkt’.

 

Van probleem naar oplossing

Een ambitieuzer groeipad van sociale woningen, dat rekening houdt met de demografische en sociaal economische evoluties zou op termijn de druk van de ketel kunnen halen. Samen met een stevige financiële injectie en bijsturing van de huursubsidie en huurpremie kan dit voor veel huurders het verschil maken. Het Vlaams huurdersplatform en de huurdersbonden vragen dat de Vlaamse regering dringend werk maakt van het beloofde concept van de geconventioneerde huur en hiervoor ook budget ter beschikking stelt. Hierbij wil men verhuurders (fiscaal) stimuleren om voor langere duur betaalbare en kwaliteitsvolle woningen aan te bieden. Dit zou namelijk precies voor dit onderste segment wel eens het begin van een structurele oplossing kunnen betekenen.

Maar we weten allemaal dat koken geld kost. Uit recent gepubliceerd onderzoek over de verdeling van de woonsubsidies blijkt dat amper 2% daarvan naar de private huurmarkt gaat. Op een huurmarkt met bloedrode statistieken mag je verwachten dat het beleid een tandje bijsteekt en meer dan 2% van het woonbudget over heeft om het recht op wonen in de praktijk te brengen voor diegenen die het echt nodig hebben.

U kunt hier het volledige jaarrapport van de huurdersbonden terugvinden.