Huurderssyndicaat Limburg maakte een huurstrip over het reilen en zeilen op de huurmarkt. Striptekenaar Ivan Petrus Adriaenssens legt op een eenvoudige manier een aantal belangrijke huurregels uit.
Huurstrip
Waar moet je op letten als je een huurwoning zoekt? Wat moet er gebeuren als je dan een geschikte woning hebt gevonden? Wat als er iets stuk gaat tijdens de huur en hoe kan je je huurwaarborg terugkrijgen?
Het zijn enkele van de vragen waar een huurder of kandidaat-huurder mee te kampen heeft. Het Huurderssyndicaat lanceert de informatieve strip “De avonturen van het huren” om op eenvoudige en toegankelijke wijze een antwoord te kunnen vinden op dit soort vragen.
Stap voor stap worden de basisregels van het huren aan de lezer uitgelegd en wordt hij wegwijs gemaakt in de verschillende diensten waar een huurder terecht kan.
Woninghuurdecreet
De regels over de woninghuur worden vaak als ingewikkeld ervaren. Met de invoer van het nieuwe Vlaamse woninghuurdecreet werden die regels ook nog eens gewijzigd voor nieuwe huurcontracten. De huurstrip brengt verheldering en werd zo opgesteld dat bij het lezen ook anderstaligen en jonge, toekomstige huurders snel weten waar ze aan toe zijn bij het huren van een eigen woonst.
De huurstrip “De avonturen van het huren” is een initiatief van het Huurderssyndicaat vzw en kwam mede tot stand dankzij de steun van Welzijnszorg vzw, fonds Celina Ramos (Koning Boudewijnstichting) en een leerlingenproject van het Koninklijk Atheneum Hasselt.
Te koop bij het Huurderssyndicaat
De strip is te koop voor €2/stuk op het secretariaat van het Huurderssyndicaat in Hasselt en tijdens de adviesmomenten op de andere advieslocaties van het Huurderssyndicaat. Vanaf 10 stuks kunnen deze ook per post bezorgd worden tegen portkost.
De gemiddelde maandelijkse huurprijs is op één jaar tijd gestegen met ongeveer 14 euro. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Vlaamse huurdersbonden. Op basis van 17.866 dossiers blijkt de gemiddelde huurprijs van de huurdersbondcliënten 614,11 euro te bedragen in 2018. De huurprijzen blijven nog steeds iets sneller stijgen dan de gezondheidsindex.
Huurprijzen
Waar je een woning huurt, bepaalt sterk hoe hoog je huurprijs is. Vlaams-Brabant blijft de duurste provincie om iets te huren. De gemiddelde huurprijs is daar 655,83 euro. In West-Vlaanderen blijven de huurprijzen traditioneel het laagst met gemiddeld 581,2 euro. Huur je in Antwerpen dan betaal je gemiddeld 608,14 euro en in Oost-Vlaanderen zelfs 642,28 euro. In Limburg vind je een huurwoning of -appartement voor gemiddeld 592,44 euro.
Naast de locatie speelt ook het soort woning een rol. Zo is de gemiddelde huurprijs voor een appartement gestegen tot 606,31 euro, voor een rijwoning tot 648,43 euro en voor een studio tot 443,1 euro. We moeten ook vaststellen dat de laagste huurprijzen ook het snelst stijgen over verschillende jaren heen. De afgelopen vijf jaar zijn de 20% laagste huurprijzen gestegen met maar liefst 11,42%, terwijl de hoogste huurprijzen zijn gestegen met 7,1%.
Woonsurvey 2018
Daarenboven weten we uit recent onderzoek dat ongeveer de helft van alle private huurders, dat is om en bij de 280.000 gezinnen, nu al meer dan 1/3e van zijn inkomen aan huur besteedt. We weten eveneens dat drie op de 10 private huurders, wat ongeveer 170.000 huishoudens zijn, na het betalen van de huur te weinig overhoudt om nog menswaardig te kunnen leven. Met voortdurend stijgende huurprijzen en ontoereikende beleidsingrepen zal de situatie enkel erger worden.
Handen uit de mouwen
De volgende Vlaamse regering zal dus de handen uit de mouwen moeten steken. Een forse versnelling (minstens verdubbeling) van het groeiritme voor sociale woningen kan niet uitblijven. 135.000 alleenstaanden en gezinnen hebben recht op een sociale woning, maar moeten zich door de lange wachtlijsten behelpen op de private huurmarkt. Daarom moet ook de huursubsidie aangepast worden. Deze mag niet langer beschouwd worden als een verhuissubsidie, maar moet een echte betaalbaarheidsondersteuning worden. Tegelijk moet het betaalbaar aanbod versterkt worden door het geconventioneerd huren in te voeren, waarbij verhuurders een voordeel krijgen wanneer ze betaalbaar en kwaliteitsvol verhuren aan mensen met een woonbehoefte.
De Vlaamse huurdersbonden doen alvast deze, maar nog veel meer beleidsaanbevelingen om de structurele wooncrisis niet te laten ontaarden in een wooncatastrofe.
De verkiezingen komen met rasse schreden dichterbij. Op 26 mei 2019 mogen we opnieuw naar de stembus voor de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen. Om onze toekomstige beleidsmakers inspiratie te bieden, bezorgden de Vlaamse Huurdersbonden, VIVAS en het Vlaams Huurdersplatform heel wat beleidsaanbevelingen om de wooncrisis tegen te gaan.
We vroegen de politieke partijen nu ook naar hun plannen met ons woonbeleid. We stelden hen daarom vijf vragen die voor huurders belangrijk zijn.
Klik hieronder op de vraag die u interesseert om het antwoord van de verschillende partijen te kennen. Leest u liever meteen alle antwoorden van een specifieke partij, dan kunt u deze hier aanklikken: CD&V, Groen, N-VA, Open VLD, SP.A, PVDA, Vlaams Belang.
5. Wat is volgens uw partij de grootste woonuitdaging voor de volgende regering?
Niet enkel in Vlaanderen zijn er verkiezingen op 26 mei 2019. Ook de Brusselaars moeten naar de stembus. Op het einde van de legislatuur maakt de Brusselse Bond voor het Recht Op Wonen (BBROW) de balans op in hun woonbarometer. Hoe evalueren zij het woonbeleid van de afgelopen jaren? En wat moet de toekomst brengen? Wij vroegen het aan Werner Van Mieghem, coördinator van de BBROW.
Wie of wat is de Brusselse Bond voor het Recht op Wonen?
De Brusselse Bond voor het Recht op Wonen is een tweetalige vzw die als belangrijkste doel heeft om Brusselse verenigingen bij elkaar te brengen. We willen bekijken hoe we de wooncrisis hier kunnen aanpakken. Samen staan we sterker en kunnen we misschien tot oplossingen komen. Daarnaast organiseren we vorming en informatie-uitwisseling. Op dit moment hebben we 54 aangesloten ledenorganisaties.
Jullie zijn vijfentwintig jaar geleden gestart. Waarom was de Brusselse Bond voor het Recht Op Wonen nodig?
Vijfentwintig jaar geleden was het grote probleem de kwaliteit van de woningen. De staat van de woningen was slecht, maar mensen betaalden er ook niet zoveel voor. Dus als we toen ‘wooncrisis’ zeiden, ging dat vooral over de kwaliteit van de woningen. Eén van de eerste verwezenlijkingen was de oprichting van de huisvestingsinspectie.
Toen was huren in Brussel wel nog betaalbaar. Als je een beetje zocht kon je wel een woning vinden. De wachtlijsten voor een sociale woning waren ook niet zo lang. Nu is dat gewoon catastrofaal. Ondertussen zitten de problemen op alle vlakken.
Hoe komt dat?
De Brusselse bevolkingsgroei is een belangrijke oorzaak. Vijfentwintig jaar geleden was Brussel aan het ontvolken. Het aantal inwoners nam af door een uitstroom richting Vlaanderen en Wallonië. Maar de woningen gingen natuurlijk niet mee. Er was dus genoeg aanbod in Brussel. Ondertussen is dat helemaal niet meer het geval, waardoor zeker mensen met een beperkt inkomen geen oplossing vinden op de Brusselse woonmarkt.
Vanuit die vaststellingen evalueren jullie ook het beleid. Wat vinden jullie van de maatregelen die de afgelopen legislatuur genomen werden?
Ik moet genuanceerd zijn. Als je al zolang in de sector werkt, en de situatie verbetert niet ten gronde, dan heb je snel de neiging om je vast te klampen aan kleine vooruitgang.
We kunnen zeggen dat er de laatste vijf jaar een aantal kleine vooruitgangen zijn geboekt. Alleen onvoldoende om het fundamenteel woonprobleem te verhelpen. En dat is vooral de betaalbaarheid van huurwoningen. De huurprijzen zijn veel te hoog voor de gemiddelde Brusselaar. Want de gemiddelde Brusselaar is arm. We spreken over gemiddelde inkomens van 1300 a 1400 euro netto. Als je weet dat de gemiddelde huurprijs 650 a 700 euro is, dan is de rekening snel gemaakt.
Aan de grond van het betaalbaarheidsprobleem is dus niet veel verholpen, maar je spreekt toch over een aantal goede maatregelen?
De BBROW publiceert al verschillende legislaturen een woonbarometer. We doen dat zowel aan het begin van de legislatuur op basis van het regeerakkoord, als na twee jaar. Op het einde van de legislatuur evalueren we nogmaals.
Bij het begin van de afgelopen legislatuur hebben wij het regeerakkoord geëvalueerd en geoordeeld dat het te weinig sociaal was. Voor deze recentste barometer hebben we ons de vraag gesteld: is onze vrees waarheid geworden of hebben ze ons kunnen verrassen?
Op één punt hebben ze dat kunnen doen. In 2017 werd het ‘Brugal fonds’ ingevoerd. Via het Brussels Woningfonds werden al langer renteloze leningen verstrekt om de huurwaarborg voor te schieten. Dat bedrag moest je dan in schijven terugbetalen. Maar dat was een probleem voor mensen met een zeer laag inkomen of met schulden. Dus nu hebben ze, daarnaast, het Brugal fonds opgestart. Dat fonds schiet de huurwaarborg voor zonder dat je maandelijks moet afbetalen. Pas op het einde van de huurperiode moet je het bedrag teruggeven. Wij vinden dat een heel goed systeem.
Voor alle duidelijkheid: de huurwaarborg in Brussel bedraagt nog steeds maximaal twee maanden huur. Terwijl de Vlaamse regering besliste om de huurwaarborg te verhogen naar drie maanden en ter compensatie een renteloze huurwaarborglening organiseerde. Een lening waarvan jij eigenlijk zegt, we kennen dat en het werkt niet.
Juist. Voor mensen met een laag inkomen of voor wie in schuldbemiddeling zit is dat geen oplossing. Het Brusselse Woningfonds mag hen zelfs geen huurwaarborg geven. Dus die mensen gingen dan naar het OCMW dat enkel een waarborgbrief wilde meegeven voor de verhuurder. En dan duurde die procedure nog eens erg lang. Het Brugal fonds slaagt er in om de huurwaarborg op 2 à 3 dagen voor te schieten, wat wel zeer snel is. Het is dus zeker geen logge, administratieve procedure.
Dat is de enige maatregel waarmee ze jullie konden verrassen?
Er is nog een tweede en dat zijn de praktijktesten tegen discriminatie. In theorie klinkt dat heel goed, maar er zijn een paar zaken die de praktische uitvoering moeilijk maken. Een eerste bezwaar is dat een vereniging zoals de onze wel erkend kan zijn om praktijktesten uit te voeren, maar als we aantonen dat er sprake is van discriminatie, dan moet de administratie die test nog eens overdoen. Wat erger is, is dat er serieuze aanwijzingen moeten zijn van meerdere gevallen. Eén vaststelling is dus niet genoeg. We zijn op die manier vertrokken voor controles op lange termijn.
Als de administratie vaststelt dat er gediscrimineerd wordt, moet ze het parket verwittigen. Dan heeft het parket 45 dagen om al dan niet te vervolgen. Daarna kan de administratie een boete opleggen die afhangt van, en dat is absurd, het aantal beschermde criteria waartegen gediscrimineerd wordt. Een forfaitair bedrag zou hier veel logischer zijn. Het principe om discriminatie tegen te gaan met praktijktesten is dus goed, maar de uitwerking laat te wensen over.
Ook bij het begin van de legislatuur werden al heel wat maatregelen genomen. Denk maar aan de woonbonus die wegviel in ruil voor een verlaging van de registratierechten. Vinden jullie die verlaging van de registratierechten een slim idee?
Wij evalueren dat negatief. Ze geven nu, sinds 2017, in Brussel een vrij belangrijke korting (tot 21.875 euro) op de registratierechten voor aankoop van de gezinswoning. Wat ons tegen de borst stoot, is dat deze maatregel geldt voor woningen tot €500.000 en er geen inkomensplafond is.
Wat we nu zien is dat het voordeel dat de gezinnen krijgen na twee jaar is verdwenen door de sterke stijging van de verkoopprijzen. Die stijging heeft natuurlijk niet enkel te maken met die korting op de registratierechten, maar ook met de lage rentevoeten en de stijgende grond- en bouwkosten. Toch is de stijging opvallend. In 2018 verdubbelde de stijging zelfs. Op termijn is dat dus geen goeie maatregel omdat dit ook leidt tot hogere woningprijzen.
Je haalt de stijgende grondprijzen aan?
We organiseerden een studiedag over hoe een overheid de waarde van de gronden kan beheersen. Je moet de terreinen in eigen bezit zeker niet verkopen aan de privé. Nochtans gebeurt dat hier in Brussel wel. De Josaphat-site in Schaarbeek bijvoorbeeld. Dat gigantisch terrein is eigendom van het gewest. De Brusselse regering werkt aan een plan om hier onder andere 1200 private woningen toe te laten en wil dat deel van het terrein verkopen aan de hoogste bieder. Dat is pure speculatie. Door de overheid zelf georganiseerd dan nog wel.
Je geeft een aantal redenen voor de stijgende verkoopprijzen, maar wat met de huurmarkt?
Brussel is vooral een huurmarkt. We moeten er dus voor zorgen dat de huurprijzen onder controle komen. Min of meer de helft van de woningen die in Brussel verkocht worden, zijn bestemd voor de huurmarkt. Die huurprijzen blijven maar stijgen omdat er geen enkele controle is. Iemand kan die panden aankopen omdat hij weet dat hij die ook vrij duur kan verhuren. Als je zou komen tot een controle van de huurprijzen zodat je ze echt kan temperen en dus kunt verlagen, dan zal dat dus ook een invloed hebben op de verkoopprijzen.
Hoe zien jullie die huurprijscontrole concreet?
In Brussel hebben ze een huurrooster met referentiehuurprijzen opgesteld. Met een staal van zowat 6000 huurwoningen hebben ze mediane huurprijzen bepaald op basis van locatie, woningtype, energieprestatie en comfort. Die mediane prijs is de referentiehuurprijs. Via zo’n rooster wilden ze proberen om de referentiehuurprijzen beter bekend te maken. Dat is dus een stap vooruit. We vragen daar al twintig jaar naar.
Maar het is zeker niet perfect. De slechte kwaliteit van de woningen komt er niet in terug, dus verfijning is mogelijk. Maar een perfect rooster zal je nooit hebben. Dat is onmogelijk aangezien de huurmarkt hier in Brussel zo divers is. In Nederland is de woningmarkt totaal anders. Ze bouwen daar 600 gelijke woningen waarvan je direct de huurprijs kunt bepalen. Hier in Brussel is het een kakafonie met de ene koterij achter en boven de andere.
Nu moeten we de strijd voeren rond het indicatieve karakter ervan. Wij willen dat het rooster dwingend wordt en dat de komende regering werk maakt van een paritaire huurprijscommissie. Een commissie die op basis van het rooster kan oordelen over de juiste huurprijs van een woning om te vermijden dat woningen van slechte kwaliteit veel te duur worden verhuurd. We pleiten daarmee voor het Nederlandse systeem. Daar bestaat zo’n huurprijscommissie ondertussen 100 jaar en hebben ze een puntensysteem dat degelijk is, gekend is, gebruikt en aanvaard wordt.
Nu we het over de private huur hebben. Ook de huurwetgeving zelf is in 2014 van het federale niveau naar de gewesten overgeheveld. Net zoals in Vlaanderen heeft ook Brussel de regels aangepast. Een goeie zaak voor de Brusselse huurders?
De Brusselse huurwet is geen verbetering. Men heeft een aantal specifieke huurcontracten ingevoerd zoals de glijdende huurovereenkomst, de studentenhuurovereenkomst, er is een kader voor samenwonen, … Maar fundamenteel is het onvoldoende. De slechtste wijziging is de mogelijkheid om binnen een periode van drie jaar ontelbare keren een contract van korte duur af te sluiten. Een eigenaar kan dus perfect een contract van zes maand afsluiten, dan nog eens één van zes maand en dan nog eens een contract van een jaar. Het fenomeen van testcontracten wordt nu nog gemakkelijker gemaakt. Het is een gevaar dat dit soort contracten algemene regel zal worden. Daartegen, maar ook tegen een aantal andere zaken, zijn we in beroep gegaan bij het Grondwettelijk Hof. Die uitspraak wordt verwacht omstreeks september.
De volgende Brusselse regering zal dus snel weten waarmee ze aan de slag moet. Naast de private huur is er natuurlijk ook de sociale huur. Je hoort wel vaker verhalen over de slechte kwaliteit van sociale woningen in Brussel?
Dat is een probleem. Je hebt nog altijd sociale woningen in Brussel die in zeer slechte staat zijn en die eigenlijk niet verhuurd zouden mogen worden. In Brussel hebben ze twintig jaar lang sociale woningen verwaarloosd, zowel het gewest als de gemeenten. De laatste tien jaar gooien ze er serieuze bedragen tegen om sociale woningen te renoveren. Dat is nu bezig. Ik denk dus dat dit probleem binnen tien jaar veel minder zal zijn en dat 95% van de sociale woningen in goeie staat zal zijn. Het is dus een feit dat dit vandaag een probleem is, maar ze zijn er mee bezig. We kunnen niet zeggen dat ze er niks mee doen.
In Vlaanderen zeggen we dat het grootste probleem van de sociale huur is dat er te weinig zijn.
Dat geldt ook voor Brussel. We zitten met ongeveer 8% sociale woningen op de volledige woningmarkt. Ik heb hier nog een affiche hangen waarop staat dat er 25.000 gezinnen op de wachtlijst staan. Dat was 8 jaar geleden. Nu zijn het er 45.000. De vraag naar een sociale woning swingt echt de pan uit. De vraag is verdubbeld en het aanbod volgt niet. De laatste jaren, ondanks alle plannen, bouwt men in Brussel amper 110 sociale woningen per jaar. En men heeft goedgekeurde plannen en budgetten voor 6.500 nieuwe sociale woningen. De eerste plannen daarvoor dateren al van 2004.
Hoe komt het dan dat ze niet gebouwd worden?
Er is onvoldoende politieke wil bij de gemeenten om sociale woningen te bouwen of toe te laten. En de administratieve procedure is om te huilen. Het duurt gemiddeld 6 a 7 jaar om een sociale woning te bouwen.
Om het ontbreken van voldoende sociale woningen op te vangen, heeft de regering een nieuwe huurtoelage ingevoerd. Maar ook die blijft beperkt en is aan veel te veel criteria onderworpen. De woning moet beantwoorden aan de kwaliteitsnormen. Maar wij menen dat het niet via de huurtoelage is dat je de strijd tegen ongezonde woningen moet voeren. Die twee moet je loskoppelen. Om een huursubsidie te krijgen moet de woning ook onder de gemiddelde referentiehuurprijs liggen. Het is echter zeer moeilijk om een kwalitatieve woning, die ook nog eens groot genoeg is voor het gezin, aan een betaalbare referentiehuurprijs te vinden. Het is dus een beetje een doodgeboren kind. Ze noemen dat nu een algemene huurtoelage, maar dat is het dus niet.
Wat is voor u de grootste prioriteit voor de volgende legislatuur?
Dat ze in godsnaam werk maken van de uitvoering van de bestaande plannen voor de sociale huur. Dat kan door de publieke terreinen die ze al hebben prioritair te bestemmen voor sociale huisvesting. Het is absurd dat je die terreinen die je hebt verkoopt aan de privé om dan zelf op zoek te moeten gaan naar grond voor sociale woningen. En de tweede prioriteit is de omkadering van de huurprijzen. Via die huurcommissie en een dwingend huurrooster.
Dat is helder, bedankt.
Wonen is een mensenrecht. Toch wonen heel wat mensen in Vlaanderen in zeer precaire omstandigheden. Door de ellenlange wachtlijsten voor een sociale woning komen veel kwetsbare mensen terecht op het onderste segment van de private huursector. Daar spelen grote problemen op het vlak van hoge huurprijzen, oplopende energiekosten, ondermaatse woonkwaliteit en onzekere huurcontracten. Sommigen maken minder kans op een woning door discriminatie. In het ergste geval belanden mensen in een situatie van dak- en thuisloosheid. Ze slapen de ene keer in de nachtopvang en de andere keer bij vrienden op de sofa.
Ons woonprobleem
Het woonbeleid in Vlaanderen boekt nauwelijks vooruitgang. Nochtans komen wetenschappelijk onderzoek, middenveld en de Vlaamse Woonraad tot dezelfde conclusie: er is een wooncrisis aan de gang. De wooncrisis is geen nieuws, maar daarom niet minder zorgwekkend. De oorzaak ligt bij fundamentele systeemfouten in ons woonbeleid. Onze overheid heeft altijd al buitenproportioneel in eigendomsverwerving geïnvesteerd. Er gaat jaarlijks 1,65 miljard naar de woonbonus. Die komt vaak terecht bij mensen die zich al een woning kunnen veroorloven. De woonbonus drijft de woningprijzen kunstmatig op en verdeelt omgekeerd. Van arm naar rijker. En dat terwijl de huurmarkt amper subsidies ontvangt.
Dat resulteert in beschamende cijfers, maar vooral schrijnende omstandigheden. We weten dat 240.000 private huurders in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Meer dan de helft daarvan staat ook effectief op een wachtlijst. 260.000 private huurders wonen in een pand dat niet aan de minimale kwaliteitseisen voldoet. De elektriciteit is niet in orde, er zijn vochtproblemen of er kan niet goed verwarmd worden. De helft van alle private huurders betaalt meer dan één derde van het inkomen aan huur. Bijna een derde houdt na het betalen van de huur zelfs te weinig over om menswaardig te leven.
Naar oplossingen
Het onderste segment van de private huursector biedt overduidelijk onvoldoende menswaardige woonoplossingen. Nochtans weten we wat te doen. We moeten die eigendomsondersteunende middelen verschuiven richting sociale huurmarkt, en op korte tot middellange termijn tot een
verdubbeling van het aantal sociale huurwoningen komen. Sociale huurwoningen zijn het meest robuuste systeem om het recht op wonen te garanderen. Een voldoende grote sociale huurmarkt heeft trouwens ook een positief effect op een oververhitte private huurmarkt waar er veel meer kandidaat-huurders dan woningen zijn.
Maar ook die private huurmarkt kan je niet aan zijn lot overlaten. Pak discriminatie aan met praktijktesten om een eerlijke toegang te garanderen. Veralgemeen de huursubsidie en stimuleer kwaliteitsverbetering. Breid de werking van sociale verhuurkantoren uit en zoek manieren om verhuurders te ondersteunen en te stimuleren om hun pand betaalbaar op de huurmarkt te brengen. Het is maar een greep aan concrete acties die bijdragen aan een veel rechtvaardiger woonbeleid.
Europees Sociaal Handvest
België en Vlaanderen onderschrijven wel degelijk het recht op een behoorlijke huisvesting voor iedereen. Het recht op wonen staat in de Grondwet en in de Vlaamse Wooncode. België onderschreef ook het Europees Sociaal Handvest, waarvan de handhaving in de handen van het Europees Comité voor Sociale Rechten ligt. Zowel Frankrijk als Nederland werden reeds veroordeeld omwille van hun gebrekkig woonbeleid. Tal van organisaties en juridische en thematische experten zijn ervan overtuigd dat het Europees Comité voor Sociale Rechten zich ook zou uitspreken voor een fundamenteler en rechtvaardiger woonbeleid in België.
Woonzaak
Wij willen het echter liever niet zover laten komen. Integendeel, we willen de hand reiken naar alle beleidsmakers die zich engageren om het recht op wonen effectief voor iedereen in de praktijk te brengen. Of die hand wordt aangenomen zullen we moeten lezen in het volgende Vlaams en federaal regeerakkoord. We verwachten een beleid dat inzet op duurzame eigendomsverwerving, een volwaardige private huurmarkt en een veel ruimere sociale huurmarkt. Stellen we vast dat dit niet of onvoldoende het geval is, dan zullen we op onze beurt ook voor België een procedure opstarten bij het ECSR en ziet “De Woonzaak” het levenslicht.
Volgende organisaties ondersteunen de uitgangspunten en missieverklaring van “De Woonzaak”:
ATD Vierde Wereld; Beweging.net; Bond Beter Leefmilieu; Bond zonder Naam; Caritas Vlaanderen; CAW groep; Decenniumdoelen; Feantsa; Hart boven Hard; HUURpunt; Vzw Jong; Kras Jeugdwerk; Liga voor Mensenrechten; Minderhedenforum; Netwerk tegen Armoede; Orbit; SAM Steunpunt Mens en Samenleving; Samenhuizen vzw; Samenlevingsopbouw; Socialistische Mutualiteit; SOM; Vlaams ABVV; De Vlaamse Huurdersbonden; Vlaams Huurdersplatform; Vluchtelingenwerk Vlaanderen; VIVAS; Vredesactie; Vrouwenraad; Welzijnszorg
Volgende academici ondersteunen de uitgangspunten en missieverklaring van “De Woonzaak”:
Nele AERNOUTS (VUB); Laurens BRUSSELMANS (UGent); Jill COENE (Universiteit Antwerpen); Eric CORIJN (VUB); Thomas DAWANCE (VUB); Maria DE BIE (UGent); Valerie DE CRAENE (VUB); Pascal DE DECKER (KU Leuven); Anika DEPRAETERE (HoGent); Sven De VISSCHER (HoGent); Caroline DEWILDE (Universiteit Tilburg); Marjolijn DE WILDE (Universiteit Antwerpen); Dirk GELDOF (Universiteit Antwerpen); Luc GOOSSENS (Universiteit Antwerpen); Koen HERMANS (KU Leuven); Bernard HUBEAU (Universiteit Antwerpen); Eric LANCKSWEERDT (UHasselt); Maarten LOOPMANS (KU Leuven); Dirk LUYTEN (Odisee Hogeschool); Albert MARTENS (KU Leuven); Bruno MEEUS (Université de Fribourg); Caroline NEWTON (KU Leuven); Tess PENNE (Universiteit Antwerpen); Lore ROBEYNS (Odisee Hogeschool); Griet ROETS (UGent), Michaël RYCKEWAERT (VUB); Elise SCHILLEBEECKX (KU Leuven); Nick SCHUERMANS (VUB); An-Sofie SMETCOREN (VUB); Bart VAN BOUCHAUTE (Arteveldehogeschool); Koen VAN DAMME (HoGent); Michel VANDENBROECK (UGent); Pieter VAN DEN BROECK (KU Leuven); Lieve VANDERSTRAETEN (VUB); Josefine VANHILLE (Universiteit Antwerpen); Floor VERHAEGHE (UGent); Pieter-Paul VERHAEGHE (VUB); Diederik VERMEIR (Universiteit Antwerpen); Jana VERSTRAETE (KU Leuven); Annick VERSTRAETE (HoGent); Emma VOLCKAERT (KU Leuven); Hendrik VOS (UGent); Babette WYCKAERT (KU Leuven)
Met het Vlaams Woninghuurdecreet, dat op 1 januari 2019 in werking trad, zijn er heel wat regels van de woninghuur gewijzigd. Het Vlaams Huurdersplatform en het Huurderssyndicaat organiseren daarom verschillende vormingen.
Wanneer?
- 15 mei 2019 – 12u45 tot 16u00 – Studentenhuur – Voor studenten en studentenbegeleiders – Gratis
- 17 mei 2019 – 09u15 tot 12u30 – Private woninghuur – Voor sociale professionals en lokale besturen – Gratis voor aangesloten leden, €20 voor deelnemers van niet-aangesloten organisaties te storten op BE09 0011 3960 0557 met vermelding naam en organisatie
- 24 mei 2019 – 12u45 tot 16u00 – Private woninghuur – Voor private huurders – Gratis
Waar?
Albrecht Rodenbachstraat 29/4, 3500 Hasselt
Inschrijven?
Stuur voor 10 mei 2019 een mailtje naar joris@huurderssyndicaat.be. Schrijf snel in, want de plaatsen zijn beperkt.
Heeft u liever een vorming op maat van uw organisatie, dienst of school, dan kan u steeds de huurdersbond van uw provincie contacteren
Als sociale huurder mag je geen eigendom bezitten. Sociale verhuurders controleren daarom of hun huurders die voorwaarde naleven. Het is echter niet evident om dit na te gaan voor eigendom in het buitenland. Een zeer beperkt kransje sociale huisvestingsmaatschappijen maakte nu afspraken met private firma’s om dit na te gaan. Dit blijkt ook uit een artikel van ‘De Tijd’. Het lijkt er echter op dat de wetgeving dit niet toelaat.
OCMW Antwerpen schakelde al eerder een private opsporingsdienst in. Maar dan om te controleren of personen die een leefloon ontvangen al dan niet eigendom in het buitenland bezitten. Minister Ducarme, vanuit zijn bevoegdheid als staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie, floot het OCMW echter terug bij gebrek aan een wettelijke basis. De studie van federaal minister Ducarme stelde niks over dezelfde praktijk bij sociale verhuurders aangezien dit niet zijn bevoegdheid is, maar het lijkt er sterk op dat ook in de sociale huisvesting een juridische basis ontbreekt.
Eigendomsvoorwaarde
Als (kandidaat-)huurder van een sociale woning mag je geen woning in eigendom bezitten. Die regel geldt reeds jarenlang in de sociale huisvesting. Dat is ook begrijpelijk. Het is belangrijk dat ons schaars aantal sociale woningen rechtvaardig toegewezen worden aan wie woonbehoeftig is. Er valt dus inderdaad niet goed in te zien waarom iemand die over de volledige volle eigendom of vruchtgebruik beschikt, van een aangepaste woning die geschikt is voor bewoning, nood zou hebben aan een sociale huurwoning.
Stelselmatig breidde men die eigendomsvoorwaarde echter uit. Eerst door toe te voegen dat men ook geen woning in het buitenland mag hebben. Daarna door toe te voegen dat men ook geen woningbouwgrond mag hebben. Recenter, sinds 1 maart 2017, mogen de sociale (kandidaat-)huurders ook geen woning of woningbouwperceel meer gedeeltelijk in volle eigendom of in volledig vruchtgebruik hebben. Op deze verstrengde eigendomsvoorwaarde uitten we reeds eerder kritiek. Dit komt steeds meer neer op een verkapte vermogensvoorwaarde in plaats van een voorwaarde inzake woonbehoefte. Wat ben je immers met een woning die je samen met je broers en zussen in onverdeeldheid geërfd hebt en waarop je geen exclusief woonrecht hebt. Maar ook, wat heb je als erkende politieke vluchteling aan een woning in bezit in datzelfde land dat je ontvluchtte uit vrees voor je leven.
Wie spreekt over reglementaire voorwaarden moet het ook hebben over de wijze waarop deze gecontroleerd en gehandhaafd worden. Want een norm of reglementaire voorwaarde die niet gecontroleerd of gehandhaafd kan worden is een lege doos.
Privacy
Alleen moeten we ons de vraag stellen hoe we dat organiseren. In Vlaanderen hebben we dat uitgewerkt in de Vlaamse Wooncode. Daar vinden we twee bepalingen terug die aangeven wat kan en niet kan in functie van de opsporing van domiciliefraude. Zoals de privacywetgeving het ons voorschrijft, moet daarin bepaald worden welke persoonsgegevens uitgewisseld kunnen worden en wie gemachtigd is om deze privacygevoelige persoonsgegevens op te slaan, te verwerken, uit te wisselen of er kennis van te nemen.
Zo mogen toezichthouders en wooninspecteurs het verbruik opvragen bij nutsbedrijven om na te gaan of er wel degelijk iemand woont en het dus niet om een postbusadres gaat. Wooninspecteurs en toezichthouders kunnen informatie die ze tijdens hun onderzoek hebben verkregen uitwisselen met ambtenaren van diverse bestuursniveaus in ons land die belast zijn met het toezicht of de toepassing van een andere wetgeving. Dit mag wanneer daar een aannemelijke reden voor is en de nodige procedurele waarborgen voorzien worden en voor zover deze informatie-uitwisseling gebeurt met betrekking tot het tegengaan van domiciliefraude in de sociale huur of (sociale) fraude tout court. Ook mogen de wooninspecteurs en toezichthouders die informatie uitwisselen met de betrokken sociale verhuurders. Omgekeerd worden alle diensten van het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de provincies, de gemeenten, de verenigingen waartoe ze behoren, en de sociale verhuurders gemachtigd om op verzoek van wooninspecteurs en toezichthouders alle nuttige informatie door te spelen. Dit wordt uitdrukkelijk bepaald in de Vlaamse Wooncode (artikel 2, §§ 6 en 7).
Het kaderbesluit sociale huur stelt tevens dat sociale (kandidaat-)huurders toestemming moeten verlenen aan de sociale verhuurders om, bij een strikt aantal omschreven bevoegde overheden, instellingen en lokale besturen de noodzakelijke documenten of gegevens via elektronische data-uitwisseling beheerd door de VMSW (Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen) te verkrijgen. De verhuurder mag enkel beroep doen op informatie die hij via deze kanalen kan verzamelen. Die informatie mag door de sociale verhuurders ook enkel aangewend worden om de hun opgedragen taken uit te voeren. Dit is het nagaan van inschrijvings- en toelatingsvoorwaarden in de sociale huur, de berekening van de sociale huurprijs en nagaan of de sociale huurders aanhoudend voldoen aan de voorwaarden om sociale huurder te blijven.
Nergens in de Vlaamse Wooncode of het kaderbesluit sociale huur worden sociale verhuurders gemachtigd om een beroep te doen op private opsporingsbedrijven. Dat is nochtans exact het soort samenwerking die enkele sociale verhuurders zijn aangegaan.
Conclusie
Er is geen enkel probleem dat sociale huurders worden gecontroleerd op het bezit van eigendom in binnen- en buitenland. Wel moeten we oog hebben voor procedurele waarborgen en voldoende bescherming van de privacy. De Vlaamse Wooncode machtigt sociale verhuurders niet om private detectivebedrijven in te zetten die bovendien in landen buiten de Europese Unie bestanden raadplegen en deze privacygevoelige informatie op hun beurt terugkoppelen naar sociale verhuurders. Een proportionele beperking op de privacy vergt namelijk een wettelijke basis. Dat is hier niet het geval. Het Vlaams Huurdersplatform vraagt daarom een advies aan de Gegevensbeschermingsautoriteit om dit nader te onderzoeken.
Wat is volgens uw partij de grootste woonuitdaging voor de volgende regering?
CD&V: Recent luidde de VVH aan de alarmbel met betrekking tot de financiering van de sociale huisvesting. De huurinkomsten volstaan niet om de leninglasten te dragen, waardoor SHM’s aan hun reserves moeten knabbelen of patrimonium verkopen. Een herziening van het financieringsmechanisme dringt zich dan ook op.
Volgens CD&V is dit een kans om een aantal zaken recht te zetten in de sociale huisvestingssector. Zo blijven we het bizar vinden dat de zwakste doelgroep terecht komt in de woningen van sociale verhuurkantoren, waar zij zelfs met een huursubsidie nog steeds hogere huurprijzen betalen. Dit terwijl een woning van een SVK volgens een recente studie van het steunpunt wonen meer kost aan de overheid dan een van een SHM.
We merken bovendien dat naast de 135.000 mensen die al op de wachtlijst staan, er nog eens minstens evenveel mensen het moeilijk hebben op de private huurmarkt. Door SHM’s meer toe te laten een bescheiden woonaanbod te realiseren, wordt het interessanter om nieuwe projecten te realiseren doordat de financiële haalbaarheid verbeterd wordt.
Groen: De wooncrisis sleept intussen al langer dan een decennium aan. Cijfers tonen steeds meer een beeld van een hardnekkige wooncrisis waar maar geen verbetering in lijkt te komen. Wonen maakt in Vlaanderen arm en ziek. Dat tij keren is de grootste uitdaging voor de volgende regering. Groen heeft daarvoor de meest overtuigende voorstellen in huis zoals een versterking van de sociale en de private huurmarkt, een eigendomsneutrale fiscaliteit en een kernversterkend aanbodbeleid.
N-VA: Inzetten op voldoende kwalitatieve en betaalbare woningen volgens de modernere huisvestingsconcepten in een slimme verdichting en de private huurmarkt te versterken door in eerste instantie nog meer in te zetten op sociale huisvesting.
Open VLD: In 2050 zullen er 1 miljoen Vlamingen meer zijn dan vandaag. Het aantal personen per gezin zal verder dalen, het aantal alleenstaande ouders en kinderloze singles stijgen (+/- 500.000 huishoudens). Dat vereist een woonbeleid dat rekening houdt met deze veelheid aan samenlevingsvormen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we beide uitdagingen het hoofd kunnen bieden zonder de toegang tot de woningmarkt moeilijker te maken voor de burgers.
Open Vld wil flexibel, eigentijds en kwalitatief wonen voor iedereen. Dit maken we mogelijk via:
– Moderne woonvormen (meegroeien, co-housing, opdelen van bestaande gezinswoningen, modulair bouwen) moet op een administratief eenvoudige manier mogelijk gemaakt worden.
– Stimuleren van private huurmarkt en versterking private verhuurders in sociale huursector (SVK pro-decreet)
– Herbekijk financieringsmodel sociale huisvestingsmaatschappijen. Bouw van sociale woningen is zeer inefficiënt en op termijn onbetaalbaar.
– Geconventioneerd huren volwaardig invoeren voor private huurders. Dit is het systeem waarbij men vrijwillig over een langere periode een lagere huurprijs aanvaardt en verhuurt aan mensen die net te veel verdienen om in aanmerking te komen voor een sociale woning. In ruil hiervoor krijgen deze verhuurders een financiële tegemoetkoming van de Vlaamse Overheid.
SP.A: Een halt toeroepen aan de stijgende prijzen op de private huurmarkt. Ongeveer 30% van de Vlamingen bevindt zich op de huurmarkt en deze is vandaag totaal ontspoord. De sociale huurmarkt is veel te klein, getuige daarvan de hoge wachtlijsten. De private huurmarkt is mede daardoor veel te duur, de vraag overtreft het aanbod, getuige daarvan de jaarlijkse prijsstijgingen en het feit dat meer dan de helft van de huurders meer dan één derde van hun inkomen aan huur uitgeeft. Die huurmarkt weer op de rails krijgen, is de grootste woonuitdaging voor de volgende regering.
PVDA: De grootste uitdaging is om in het woonbeleid de omslag te maken van de afhankelijkheid van een vastgoedmarkt die soms veel weg lijkt te hebben van de Far West naar een garantie van het recht op wonen.
De volgende regering moet daarom afstappen van het huidige model, dat volledig geënt is op de private markt. En zelf een actiever speler worden. Om het aantal sociale woningen fors op te trekken, om betaalbaar wonen te garanderen, om de kwaliteit van woningen te verzekeren en de prijzen te plafonneren.
Vlaams Belang: Alle Vlamingen opnieuw recht geven op een betaalbare en kwalitatieve woonst. Dat kan enkel door de immigratiewetgeving te verstrengen en bij de toewijzing van sociale woningen voorrang te geven aan onze eigen mensen. Anders blijven onze sociale voorzieningen als een magneet werken op gelukzoekers uit de hele wereld en is het dweilen met de kraan open.
Er is algemene consensus onder academici dat de woonbonus niet werkt. Het systeem drijft de prijzen op en verdeelt van arm naar rijker. Is uw partij bereid om de middelen van de woonbonus te heroriënteren naar waar het echt nodig is, namelijk de sociale en private huurmarkt?
CD&V: CD&V wilt de woonbonus hervormen tot een klimaatbonus. Met een budget van 1,6 miljard is de vergroening van de woonbonus het ideale middel om het renovatieritme op te drijven. Dit wil zeggen dat de ondersteuning voor eigendomsverweving voortaan gunstiger zal zijn voor woningen die energiezuinig zijn of binnen een termijn van vijf jaar na transactie energiezuinig zijn gemaakt.
Dat betekent echter niet dat we de sociale en private huurmarkt achter laten. We voorzien immers een uitbreiding van de huursubsidie en maken een nieuw investeringsplan op om na het huidige bindend sociaal objectief een nieuw ambitieus programma op te zetten.
Groen: De woonbonus is inderdaad een voorbeeld van slecht woonbeleid. Bovendien behoort het tot een woonmodel waarbij eenzijdig werd ingezet op eigendom. In dat model werden andere woonvormen, zoals huren, stiefmoederlijk behandeld. Groen wil evenwicht brengen in ons woonmodel waarbij huren en kopen evenwaardige keuzes worden. We willen dus een evenwaardige private huurmarkt zodat meer mensen die dat willen, voluit kunnen kiezen voor de voordelen van huren. Dat vereist een gezonde private huurmarkt met voldoende, voldoende divers en betaalbaar aanbod van energiezuinige en moderne private huurwoningen die bovendien ook goed gelegen zijn. Voor mensen die op eigen kracht geen woning kunnen kopen of huren, zet Groen in op een ruime sociale huurmarkt.
Groen voorziet sowieso een strategie en bijhorende financiering van een sterkere private en sociale huurmarkt (zie eerdere voorstellen). Op de koopmarkt doeken we de woonbonus op en verlagen we de registratierechten gevoelig door de eerste schijf van 175.000 euro vrij te stellen. bovendien herstellen we de progressiviteit van de registratierechten. Zo helpen we vooral jonge kopers en kopers met minder middelen.
N-VA: – We denken dat de woonbonus niet het ideale middel is om eigendomsverwerving te ondersteunen. We hebben de woonbonus onder deze regering dan ook al hervormd.
– De woonbonus is echter maar één van de fiscale regimes die van toepassing zijn in de woonfiscaliteit. Eigenaars betalen zelf ook heel wat belastingen door middel van onroerende voorheffing, btw, registratiebelasting, … Het wordt hier te eenzijdig voorgesteld. In een land waar de belastingdruk al hoog is, moeten we voorzichtig zijn met dergelijke fiscale ingrepen.
– We moeten eerder kijken naar een hervorming van de hele woonfiscaliteit en niet zozeer enkel naar de woonbonus.
– Wat betreft de private en sociale huurmarkt, blijven we investeren in nieuwbouw en renovatie van sociale huurwoningen, willen we SVK’s blijven aanmoedigen om bijkomende woningen in beheer te nemen en willen we nog meer middelen inzetten voor huursubsidies en huurpremie.
Open VLD: Meer dan driekwart van de Vlamingen is eigenaar van zijn of haar woning. Dat is een vrij unieke situatie die bijdraagt tot onze welvaart, niet in het minst voor gepensioneerden voor wie een eigen huis kan beschouwd worden als de ‘vierde pensioenpijler’.
In de vorige legislatuur hervormden we de woonbonus en de registratierechten. Het algemene tarief van de registratierechten daalde van 10% naar 7%. Voor woningen tot 200.000 euro is er een vrijstelling op de eerste schijf van 80.000 euro, wat een extra korting van 5.600 euro betekent. Wanneer je ingrijpende energetische renovaties doet aan je nieuwe woning, daalt het algemeen tarief van 7% tot 6%. Op deze manier stimuleren we mensen om duurzame keuzes te maken. We willen het verwerven van een eigen woning blijven aanmoedigen, het huidige budget van de woonbonus moet daarom blijven dienen om mensen te ondersteunen bij de aankoop van een huis of appartement. Initiatieven voor de bevordering van de sociale en private huurmarkt moeten met andere middelen worden gefinancierd.
SP.A: Wij zijn akkoord met de stelling dat de woonbonus moet verdwijnen, daarom stellen wij voor om de woonbonus te schrappen voor alle nieuwe contracten. Dit fiscaal voordeel vervangen we door een kostenverlaging bij aankoop van de woning door de registratierechten te schrappen voor de enige en eigen woning. Die registratierechten vormen 10% van de aankoopprijs en hiervoor kan je geen lening krijgen bij de bank. Pas na minstens 20 jaar recupereer je die kost met de woonbonus. Wij willen dat ook mensen met weinig spaargeld een woning kunnen aankopen, met de gelijktijdige schrapping van de woonbonus houden we deze maatregel budgetneutraal. Onze investeringen in de sociale en private huurmarkt zullen dus slechts in zeer beperkte mate via de schrapping van de woonbonus kunnen worden gefinancierd.
PVDA: Wij pleiten inderdaad voor de herziening van de woonbonus. 84% van de woonsubsidies gaat naar de eigenaars tegenover een 14% naar sociale huisvesting en slechts een 2% naar de private huurmarkt. Zo’n scheeftrekking bestaat in geen enkel ander land in Europa. Bovendien profiteren de hoogste inkomens het meeste van de woonbonus, terwijl de 10 % rijkste Belgen samen al twee derde van alle woningen, bouwgronden, studentenkoten, handelspanden en kantoorgebouwen bezitten.
Wij willen de middelen van de woonbonus herverdelen naar de 60% laagste inkomens. De vrijgekomen middelen investeren we in publieke huisvesting en een ambitieus renovatiebeleid.
Vlaams Belang: Voor het Vlaams Belang is het fundamenteel onrechtvaardig dat de meeste overheidssubsidies inzake wonen via de woonbonus terechtkomen bij woningeigenaars: 84% van alle woonsubsidies vloeit naar eigendomsondersteuning, 14% naar de sociale huisvesting en amper 2% naar de private huurmarkt. Aan dit onevenwicht moet een einde komen. Het Vlaams Belang wil daarom dat woninghuuruitgaven fiscaal aftrekbaar worden gemaakt, net als afbetalingen voor hypothecaire leningen.
Momenteel hebben we in Vlaanderen 155.000 sociale woningen. Dat is 6,5% van het totaal aantal Vlaamse woningen. Er staan ondertussen 135.000 mensen op de wachtlijst. Wil uw partij een ambitieuzere groei van het aandeel sociale woningen?
CD&V: CD&V wilt inderdaad een uitbreiding van het sociaal woonpatrimonium. Om dat te realiseren, zullen we wel de financiering van sociale huisvesting moeten verbeteren. Op dit moment volstaan de huurinkomsten – zeker bij nieuwe projecten – niet om de leninglasten te dragen. Dit hypothekeert op termijn de mogelijkheden om bijkomende projecten te realiseren. CD&V is daarom altijd voorstander geweest van een sociale huisvesting die breder is dan louter armenhuisvesting. We zien daarentegen dat het aantal tewerkgestelden in de sociale huisvesting ook in de woonsurvey van 2018 weer gedaald is. CD&V wilt dit tegengaan en ervoor zorgen dat ook binnen de sociale huisvesting sterkere schouders zijn die het systeem evenwichtig maken. Met betrekking tot de planning is CD&V voorstander van een opvolger voor het bindend sociaal objectief, die zorgt voor een goede spreiding van de sociale woningen in Vlaanderen.
Groen: Ja, voor Groen speelt sociale huisvesting een belangrijke rol in het oplossen van de wooncrisis. Groen wil dan ook dat het aandeel sociale woningen blijft groeien. Omdat de vraag naar sociale woningen vele malen groter is dan het aanbod, bouwen we bijkomend aanbod daar waar de sociale woonnood het hoogst is. Concreet willen we dus vooral een toename van het aanbod boven het wettelijk voorziene minimum van 9% in die steden en gemeenten met de langste wachtlijsten. Deze nieuwe sociale woonprojecten komen in compacte woonkernen, waar ze de motor worden van stads- en wijkvernieuwing.
Om de kwaliteit en de energieprestaties van de bestaande stock gevoelig te verbeteren, komen er extra middelen voor renovatie. De uitverkoop van sociaal patrimonium willen we uitdrukkelijk niet. Ontbreekt het een Sociale Huisvestingsmaatschappij aan middelen, dan verkoopt deze uitsluitend aan coöperatieven die de woningen renoveren en verhuren aan sociale huurders (zoals in het model van Collectief Goed).
N-VA: – N-VA investeerde bijna 4 miljard euro (recordbedrag!) in renovatie en nieuwbouw van sociale woningen en verdubbelde het huursubsidies en -premiebudget.
– Historische achterstand in renovaties van sociale woningen verder wegwerken en investeren in sociale huurwoningen en bescheiden huurwoningen voor starters op de huurmarkt.
– Bijkomende SVK-woningen. SVK-patrimonium groeit met 10% per jaar. We lanceerden het “SVK-PRO”-proefproject om private ontwikkelaars te stimuleren tot investeren in sociale huurwoningen.
– Eén transparant financieringssysteem voor alle vormen van sociale huisvesting: dezelfde tegemoetkoming voor vergelijkbare situaties.
– Domiciliefraude en overtreding van eigendomseisen strenger opsporen en bestraffen. We maken meer gebruik van middelentoets. We staan voor duidelijk rechten- en plichtenverhaal.
– Bundelen van lokale woonactoren als “woonmaatschappijen” die via één loket alle woondiensten aanbieden.
– Eén Vlaamse wachtlijst voor sociale woningen en één Vlaams aanmeldings- en toewijzingssysteem voor alle ondersteuningsvormen. Lokale binding blijft voorrangscriterium.
– Woonbegeleiding voor sociale huurders.
Open VLD: De budgetten van sociale woningbouw gaan jaar na jaar omhoog. De bouw van sociale woningen is echter zeer inefficiënt en op termijn onbetaalbaar. Per jaar kunnen we slechts 4% van de wachtlijst echt aan een woning helpen. Veel middelen hiervan gaan naar structuren en beheer. Volgens Open Vld kunnen we efficiënter omspringen met onze centen om mensen in nood te helpen. Open Vld stelt dan ook voor om de wachtlijsten voor sociale woningen aan te pakken door sociale huurders te laten doorstromen naar de private huurmarkt. Die huurmarkt moet weliswaar terug meer zuurstof krijgen en huursubsidies moeten mensen helpen om hier een woning te vinden.
De huurmarkt kan via sociale verhuurkantoren en immokantoren actiever ingeschakeld worden in de zoektocht naar een betaalbare woning voor sociale huurders. Wat de sociale woningmarkt betreft willen we focussen op mensen met de hoogste noden. Vermits die noden vaak tijdelijk zijn (omdat niet iedereen – gelukkig – een leven lang zorgbehoevend blijft), bepleiten we een efficiënter gebruik van het sociaal woonpatrimonium en een betere doorstroming van de sociale naar de private huur- of koopmarkt. Op die manier kunnen we de meer dan 100.000 gezinnen op de wachtlijst sneller en doelgerichter helpen.
SP.A: Jazeker, op dat vlak hebben we een heldere doelstelling: 100.000 extra sociale woningen op vijftien jaar tijd. Zo brengen we het aantal sociale woningen naar 10% van de totale Vlaamse woonmarkt. Dit is de enige manier om de jaarlijkse prijsstijgingen op de private huurmarkt een halt toe te roepen en voor iedere huurder een betaalbare en kwaliteitsvolle woning te voorzien. Op basis van woningbehoefte is er momenteel een nood aan 110.000 sociale woningen. We moeten een nieuw Bindend Sociaal Objectief opstellen en deze inspanning verdelen over de verschillende steden en gemeenten, waarbij we ook kijken naar de behoeften qua ruimte voor de verschillende huurders op de wachtlijst. Wij pleiten ervoor om deze bouw volgens de huidige procedures van sociale woningbouw door te voeren en niet via SVK-pro constructies waarbij de overheid geen eigenaar is van de woningen. Wij willen een structurele oplossing, geen cadeaus aan projectontwikkelaars.
PVDA: Het Vlaamse gewest moet volop investeren in de bouw en de renovatie van sociale woningen. Er moet een masterplan komen zodat we tegen 2030 al een ruimer aanbod hebben. We geven de grote centrumsteden prioriteit. Daar is de vraag het grootst. Op elf jaar tijd gaan we naar 20% sociale huisvesting in elke centrumstad . Dat is ambitieus, maar haalbaar. Voor de andere gemeenten leggen we de lat op 10% sociale woningen.
Daarvoor rekenen we ook op de projectontwikkelaars. In elk nieuw vastgoedproject waar minstens 17 woningen worden gebouwd, moet een derde uit sociale woningen bestaan. De nodige renovaties en de woningen energie duurzaam maken tegen 2030, kunnen gefinancierd worden via een publieke Toekomstbank en uitgevoerd worden door de stedelijke wooncoöperaties. We stoppen met de verkoop van publieke gronden en eigendommen. Via voorkooprecht en erfpacht verwerven we meer controle op de gronden. Uit Europees onderzoek blijkt dat iedere investering in publieke huisvesting op 2,3 jaar terugverdiend is en de beste dam tegen armoede is. Waarop wachten we?
Vlaams Belang: Natuurlijk moet er fors bijkomend geïnvesteerd worden in extra sociale woningen. Het Vlaams Belang wil echter in de eerste plaats ook dat onze sociale woningen opnieuw toekomen aan de mensen voor wie ze bedoeld zijn: voor onze eigen behoeftigen. Bij toewijzingen moet voorrang gegeven worden aan mensen die over onze nationaliteit beschikken en Nederlands spreken. Enkel vreemdelingen die minstens acht voorbije jaren legaal in ons land hebben verbleven en minstens drie jaar gewerkt hebben, mogen toegang krijgen tot de sociale huisvesting. Er mogen niet langer sociale woningen verhuurd worden aan onderdanen van landen die geen controle op de eigendomsvoorwaarde toelaten. Het kan niet dat sociale woningen worden verhuurd aan allochtonen en vreemdelingen die een woning hebben in hun land van herkomst.